Het rapport dat hoort bij de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart geeft al een overzicht van de beleidskaders. Aan de hand hiervan is de archeologische verwachtingskaart vertaald naar een beleidsadvieskaart. In dit hoofdstuk wordt nogmaals een kort overzicht gegeven van het rijks- en provinciale beleid op het gebied van archeologie. Daarna wordt ingegaan op de nieuwe taken van de gemeente. Ook worden de belangrijkste andere spelers binnen het archeologisch bestel besproken.

Wetgeving en Rijksbeleid

De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is op 1 september 2007 in werking getreden. Toen is het Verdrag van Malta vertaald in Nederlandse wetgeving

Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw was archeologie vooral een rijksaangelegenheid. Sinds de ondertekening van het Europese ‘Verdrag van Malta’ in 1992 zijn de opvattingen over hoe om te gaan met het archeologisch erfgoed ingrijpend veranderd.

De belangrijkste punten in dit verdrag zijn:

  • - Behoud in de bodem: waardevolle archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven.
  • - Geïntegreerd behoud van het archeologisch erfgoed: het archeologisch belang moet worden meegewogen in de ruimtelijke ordeningsprocessen.
  • - Financiering van archeologisch onderzoek en behoud: initiatiefnemers van bodemverstorende activiteiten zijn financieel verantwoordelijk voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek.
  • - Bewustmaking van het publiek: het publiek wordt bewust gemaakt van de waarde van het archeologisch erfgoed. Hiervoor worden de onderzoeksresultaten beschikbaar gesteld en beleefbaar gemaakt.

Rijkstaken en –bevoegdheden

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (voorheen Rijksdienst voor Archeologie Cultuurlandschap en monumenten) beheert namens de Minister van OCW de lijst van wettelijk beschermde archeologische monumenten. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is verantwoordelijk voor het beheer van het landelijke archeologische informatiesysteem ARCHIS. Zij verricht onder andere onderzoek naar degradatie van het bodemarchief en vormen van beheer. Als kenniscentrum verricht Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed geen uitvoerende (opgravings-)taken. Zij is verantwoordelijk voor het toekennen van opgravingsbevoegdheid aan uitvoerende partijen (overheden en bedrijven).

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed treedt op als bevoegd gezag bij wijziging van archeologische rijksmonumenten. Dit is ook het geval bij grote infrastructurele projecten die vallen onder de Tracéwet en bij grote provincie-overschrijdende projecten.

De Minister van OCW verantwoordelijk is voor het functioneren van het archeologisch bestel. Daarom heeft het Ministerie van OCW samen met de archeologische branche een kwaliteitssysteem opgezet. Dit bestaat uit drie onderdelen:

  • - de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Het doel van deze nota is het ontwikkelen en concretiseren van een eigen gemeentelijk archeologiebeleid. Hierin staan de werkprocessen beschreven.
  • - de Erkenningsregeling voor bedrijven die archeologische werkzaamheden uitvoeren
  • - het Beroepsregister. Daarin zijn alle professionele archeologen die in Nederland werkzaam zijn opgenomen. Hierin zijn ook hun bijbehorende kwalificaties en specialisaties opgenomen.

Er is een Erfgoedinspectie ingesteld. Deze houdt toezicht te houden op de kwaliteit van de uitvoering van archeologisch onderzoek.

Wetgeving en provinciaal beleid

Volgens de Provincie Limburg moeten ruimtelijke plannen zoveel mogelijk rekening houden met archeologische waarden. Het doel van deze nota is een eigen gemeentelijk archeologiebeleid dat ook voldoet aan de uitgangspunten van de provincie.

Provinciale wettelijke taken en bevoegdheden

Samenvatting van de wettelijke taken en bevoegdheden van provincies:

  • - Zij kan archeologische attentiegebieden aanwijzen.
  • - Dit gebeurt wanneer oude bestemmingsplannen waardevolle archeologische vindplaatsen onvoldoende beschermen. Hiermee kan een gemeente verplicht worden het betreffende bestemmingsplan versneld aan te passen.
  • - De provincie hanteert gebiedsgericht beleid.
  • - Dit beleid vormt het kader waaraan gemeentelijke bestemmingsplannen, bestemmingsplanwijzigingen en ruimtelijke inrichtingsplannen worden getoetst. Naar verwachting zal de provincie de komende jaren steeds meer sturing geven op het gebied van cultuurhistorische waarden.
  • - De provincie is het bevoegd gezag als het gaat om het afgeven van ontgrondingvergunningen en bij veel Milieueffectrapportages.
  • - De provincie kan in deze gevallen aan initiatiefnemers eisen stellen. Zij kan ook voorschriften verbinden aan de te verlenen vergunning of het te nemen besluit.
  • - De provincie heeft tot taak een provinciaal depot voor bodemvondsten in stand te houden.
  • - Daarnaast kan de provincie gemeentelijke depots aanwijzen.
  • - In de meeste provincies zijn de laatste jaren, erfgoedhuizen en steunpunten opgericht. Deze ondersteunen de gemeenten en adviseren over archeologie, monumenten en historische geografie.

De nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening

In de nieuwe WRO heeft de provincie het instrument van aanwijzing gekregen

Met de bevoegdheid tot het aanwijzen van archeologische attentiegebieden liep de Wamz hierop vooruit. Deze bevoegdheid is vooral bedoeld om regelend op te kunnen treden. Het gaat om gevallen waarin in (vigerende) bestemmingsplannen archeologische waarden onvoldoende zijn beschermd. De gemeente moet in dat geval de aangewezen terreinen verplicht in hun bestemmingsplan opnemen.

Het doel van de nieuwe Wro is dat de provincie zoveel mogelijk vooraf duidelijk maakt welk beleid (juridisch) doorwerkt naar gemeenten. Dit kan door bestuurlijk overleg of door de inzet van bepaalde instrumenten, De provincie stelt daarvoor één of meerdere structuurvisies op. Daarin legt zij de hoofdpunten van haar ruimtelijk beleid vast en geeft zij aan hoe dit beleid wordt uitgevoerd.

Met de introductie van de nieuwe Wro is de provinciale goedkeuring van bestemmingsplannen vervallen. De provincie heeft nu vier mogelijkheden om haar beleid juridisch door te laten werken richting gemeenten:

  • - de aanwijzing,
  • - de algemene regels (provinciale verordening), en
  • - het inpassingsplan (met het projectbesluit).
  • - zienswijzen indienen tijdens de bestemmingsplanprocedure.

Beleid van de provinciaal Limburg zelf

Provinciaal Omgevingsplan (2006)

Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2006) geeft een visie op de ontwikkeling van Limburg en de provinciale ambities onder andere op het gebied van cultuurbeleid. De uitgangspunten van bijvoorbeeld het Verdrag van Malta zijn erin vertaald naar provinciaal ruimtelijk beleid.

De Provincie gaat uit van een ontwikkelingsgerichte, vroegtijdige inbreng en betrokkenheid van cultureel erfgoed bij ruimtelijke processen. Dit omgevingsbeleid gaat er vanuit het cultuurhistorisch erfgoed wordt beschermd. Het gaat hierbij om het behoud, het herstel en de inpassing van de diversiteit aan cultuurhistorische verschijningsvormen in hun historische context. Het POL 2006 gaat uit van het beschermen van archeologische waarden op de oorspronkelijke plaats en sluit hiermee aan op (inter)nationale afspraken.

De provincie eist dat archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA. Daarbij worden de werkvolgorde, regels en bepalingen gevolgd zoals die zijn vastgelegd in de Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg. De provincie toetst Programma’s van Eisen en archeologische onderzoeksrapporten. Karterende booronderzoeken moeten worden uitgevoerd volgens de Leidraad Karterend Booronderzoek van de SIKB.

Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling (2005)

In de Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling worden actuele ontwikkelingen op provinciaal niveau over onder andere de archeologie besproken. De Handreiking geeft aan wat de meest recente voorschriften zijn en worden tips en verwijzingen gegeven.

Erfgoedbeleid

Het erfgoedbeleid van de provincie Limburg is opgenomen in de nieuwe integrale cultuurnota 2009 – 2012. Het huidige jaar, 2008, is een overgangsjaar waarin vooruitlopend op de nieuwe cultuurnota bescheiden hierop wordt ingezet.

Archeologische waarden kunnen fungeren als ankerpunten bij de inrichting van de openbare ruimte. Zij dragen zo bijdragen aan de eigen culturele identiteit. Volgens het Provinciaal Omgevingsplan Limburg is het verplicht bij ruimtelijke ingrepen archeologisch onderzoek te doen. De provincie heeft ervoor gekozen vooral in te zetten op de archeologische aandachtsgebieden. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. Dit is vooral gedaan om de effectiviteit en kwaliteit van deze onderzoeken in Limburg te vergroten.

Onbewust worden door de aanleg van nieuwe natuur archeologische resten vernietigd. Het is voor de ‘natuuraanlegger’ vaak niet duidelijk welke ingreep archeologieverstorend is en welke niet. De provincie werkt samen met haar partners aan een voorlichtingsprogramma. Ze streeft ernaar de Limburgse natuur archeologievriendelijk te laten aanleggen. Op weg naar een mooier landschap met behoud van een interessant bodemarchief. De provincie realiseert zich dat investeren in draagvlakverbreding voor archeologie impliciet deel uit maakt van de nieuwe Wet op de archeologische Monumentenzorg. In de komende jaren wil de provincie Limburg de mogelijkheden onderzoeken om de waarde van het onzichtbare archeologisch erfgoed te promoten. Tevens wil zij de amateur-archeologen ondersteunen bij hun activiteiten. Zij zet in op versterking van de samenwerking.

Initiatieven en activiteiten die Limburgse organisaties ondernemen op het terrein van erfgoededucatie en volkscultuur kunnen ook voor subsidie aanmerking komen. Dit is mogelijk op grond van de Nadere subsidieregels Erfgoededucatie en Volkscultuur 2008 van de provincie Limburg.

Cultuur Historische Waardenkaart Limburg

De provincie Limburg heeft de cultuurhistorische waarden (archeologische, bouwhistorische en historisch-geografische) geïnventariseerd. Het resultaat van deze inventarisatie is de Cultuur Historische Waardenkaart Limburg.

De gegevens over de archeologie zijn onderverdeeld in:

  • - Archeologische monumenten. Deze bevatten de rijksmonumenten en de te beschermen archeologische monumenten en terreinen, die van hoge archeologische waarde of betekenis zijn.

    Grens Via Belgica. Deze grens geeft globaal de breedte aan waar het tracé van deze Romeinse weg is aangelegd.

  • - Historische dorpskernen. Deze bevatten de beschermende dorpsgezichten en historische buitenplaatsen.
  • - IKAW. Deze zogenaamde archeologische verwachtingskaart geeft een gebiedsindeling in drie categorieën op basis van de verwachting van archeologische vondsten. Gebieden met een lage, midden, dan wel een hoge archeologische verwachting.
  • - De archeologische informatie wijzigt voortdurend. Dit komt doordat nieuwe vondsten worden gedaan. Dit komt ook door ruimtelijke ontwikkelingen.
  • - Voorbeelden hiervan zijn:
    • - de aanleg wegen en bedrijventerreinen
    • - landinrichtings- en ruilverkavelingprojecten
    • - bouwplannen. Provinciale archeologische aandachtsgebieden

Er bevinden zich binnen de gemeente Beesel geen provinciale archeologische aandachtsgebieden. De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daarvoor heeft ze een aantal archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen. Deze gebieden hebben een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie zet zich in voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden.

Limburgse Archeologiebalans

In het kader van het van kracht worden van de nieuwe Monumentenwet heeft de Provincie Limburg tevens de Limburgse Archeologiebalans laten opstellen. Hiermee is 10 jaar archeologische monumentenzorg in Limburg vastgelegd. De archeologiebalans zal in de nabije toekomst door de Provincie Limburg gebruikt worden voor een gefundeerd en verantwoord archeologiebeleid.