Vergunning nodig?
In veel gevallen is voor kleine bouwplannen geen vergunning nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, erfafscheidingen, dakkapellen en kozijnvervangingen. De huidige regelgeving over het vergunningvrije bouwen is te vinden op: www.omgevingsloket.nl.
In dit hoofdstuk staan de welstandscriteria voor kleine bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is centraal: een verzameling standaardoplossingen die geen bezwaren oproepen.
In de criteria voor kleine bouwwerken zijn ondubbelzinnig de plaats, de vorm, de maat, het materiaal en de kleur van het bouwwerk vastgelegd. Vanuit welstandsoogpunt zijn het de minimale visuele kwaliteitseisen: beter kan, slechter niet. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan aan de hand van de criteria voor kleine bouwwerken zien of zijn bouwwerk in beginsel voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stadsgezicht zijn de criteria uit dit hoofdstuk niet zonder meer van toepassing. Ingrepen aan monumenten of beschermde gebieden worden altijd voorgelegd aan de subcommissie Erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Hoofdlijnen
De basisregel voor de criteria voor kleine bouwwerken is dat het bouwplan zo min mogelijk afwijkt van de bestaande situatie van zowel het bouwwerk als de bouwkundige omgeving. De criteria voor kleine bouwwerken met betrekking tot de voor- en de achterzijde van een gebouw zijn in het algemeen niet gelijk. De voorkant van het gebouw is deel van de publieke ruimte van de gebouwde omgeving. Deze kant is voor veel mensen zichtbaar en daarom van groter algemeen belang dan de achterzijde, waarop minder mensen zicht hebben.
Als er voor een bepaald type bouwwerk geen criteria voor kleine bouwwerken zijn opgenomen, zal het bouwplan worden getoetst op basis van de gebiedsgerichte en/of de algemene welstandscriteria in deze nota. Voor meer inzicht in de toepassing van de criteria uit dit hoofdstuk en de ter plaatse best passende uitvoering is het dan ook van belang de ter plaatse relevante gebiedsbeschrijving, ambitie en criteria uit hoofdstuk 4 te lezen.
Rol trendsetter
Als een bouwplan overeenstemt met een bouwwerk dat eerder, met een positief welstandsadvies in hetzelfde bouwblok of aan een zelfde woning werd gerealiseerd, dan wordt het geacht aan redelijke eisen van welstand te voldoen. Het gaat hier om een periode van vijf jaar. Dat is redelijk en komt tegemoet aan de eis van rechtsgelijkheid.
Afwijken
Het is mogelijk dat een aanbouw passend is met juist een afwijkend kleur- of materiaalgebruik,
terwijl de criteria voor kleine bouwwerken eenzelfde kleur- of materiaalgebruik voorschrijven. Ook kan gekozen worden om aan te sluiten bij soortgelijke bouwwerken in de directe omgeving. In zo’n geval kan het beter zijn een volgens de criteria niet passend model te realiseren. Het is aan de stadsbouwmeester om te bepalen of in deze situaties mag worden voorbijgegaan aan de criteria uit dit hoofdstuk.