Op basis van de stedenbouwkundige en architectonische kenmerken van de bebouwing worden in de gemeente Amersfoort dertien verschillende gebiedstypen onderscheiden. Als gevolg van de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad (zie bijlage 3) kunnen gebiedstypen verspreid over de hele stad voorkomen.
Binnen deze indeling vormen de Binnenstad en het Bergkwartier een aparte categorie. Deze gebieden zijn vanwege hun cultuurhistorische betekenis en gaafheid door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. De rijksbescherming geeft aan dat beide gebieden voor Nederland van bijzondere betekenis zijn. Door deze bijzondere status geldt voor deze gebieden een meer gedetailleerd toetsingskader dan voor de andere gebieden in dit hoofdstuk. Hiermee onderschrijven we het bijzondere karakter van deze gebieden en sluiten we aan bij bestaand beleid.
Dit hoofdstuk bevat per gebiedstype een beschrijving van de kenmerken van het betreffende gebiedstype (wat is hier van belang), de dynamiek en ambitie (wat speelt hier, wat streven we na) en vervolgens de criteria die gelden voor ingrepen aan bouwwerken (hoe willen we dat bereiken). Samen vormen ze het gebiedsgerichte welstandskader binnen het betreffende gebied. Voor gebieden in ontwikkeling geldt het vastgestelde beeldkwaliteitplan. Deze kunnen worden opgevraagd bij de gemeente Amnersfoort.
Gebiedsbeschrijving
Voor elk gebied geven we eerst een beschrijving van de voornaamste kenmerken die de essentie van dit gebiedstype bepalen. Daarbij gaan we met name in op de belangrijkste bebouwingskarakteristieken.
Ambitie
De combinatie van gebiedskenmerken en -aspecten zoals de cultuurhistorische waarde, de waarde voor Amersfoort en/of de gaafheid van een deelgebied of complex, bepalen de meest wenselijke omgang met de bebouwing in termen van welstand. Willen we bepaalde kwaliteiten versterken of geven de gebiedskenmerken juist aanleiding voor meer vrijheid in de toepassing van criteria?
Binnen één gebiedstype kan de meest wenselijke omgang met de bebouwing variëren. Bijvoorbeeld doordat een gebiedstype een beschermd gebied bevat of een bepaald complex binnen het grotere geheel van hogere kwaliteit is dan de overige bebouwing. Binnen één gebiedstype kan de ambitie dus variëren. De ambitie lichten we in elk gebiedstype toe aan de hand van de beschreven gebiedskenmerken.
Gebiedsgerichte criteria
De gebiedscriteria geven de kaders voor ontwikkelingen in een gebied. De combinatie van bestaande kwaliteiten of kwetsbaarheid van het gebied en de ambitie(s) bepalen of we kunnen volstaan met meer globale, kwalitatieve criteria of dat het toepassen van meer concrete, maar daardoor minder flexibele criteria is vereist.
De combinatie van de beschreven gebiedskarakteristiek en de beleidsintentie(s) bepalen ook de manier waarop de voor het betreffende gebied geformuleerde criteria op een specifieke locatie worden gehanteerd. De omgang met de criteria is niet altijd een kwestie van invullen volgens het boekje. Overleg met de stadsbouwmeester/Commissie Ruimtelijke Kwaliteit/subcommissie Erfgoed draagt bij aan het vinden van een passende invulling van de geboden kaders.
Met het oog op de hanteerbaarheid van deze nota is er bij de gebiedsindeling voor gekozen om uit te gaan van grotere eenheden (complexen, buurten, wijken). Hierdoor kan het voorkomen dat een individueel pand in een ander gebiedstype is ondergebracht dan op grond van bouwperiode of specifieke stijlkenmerken verwacht mocht worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kleinschalige nieuwbouw binnen een oudere wijk. De stadsbouwmeester/Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zal in dergelijke gevallen bij de beoordeling van initiatieven bepalen welke criteria het meest voor de hand liggende toetsingskader vormen voor de voorgenomen verandering.
Aandachtsgebieden
In een aantal gevallen maakt de ligging of het specifieke karakter van een gebouw of complex extra aandacht noodzakelijk. Op de kaart zijn daarom, naast de gebiedstypen, ook de wijkwinkelcentra, structuurlijnen en gemeentelijk beschermde stadsgezichten aangegeven. Onderstaande geldt in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria.
Binnen hun verzorgingsgebied vormen de wijkwinkelcentra een vaak op zichzelf staand element op een centraal gelegen positie. Qua schaalgrootte, uniformiteit, oriëntatie, vormgeving, kleur- en materiaalgebruik nemen deze centra een bijzondere positie in ten opzichte van de omliggende bebouwing. Denk daarbij ook aan de plint, de relatie binnen- buiten, representativiteit, reclamevoering. Het behouden of versterken van de identiteit en uitstraling van het complex en de samenhang tussen de in het complex gevestigde voorzieningen staat voorop. Dit heeft ook effect op de toepassing van de criteria voor kleine bouwwerken (hoofdstuk 2) en de regels voor reclame-uitingen (hoofdstuk 3) in deze gebieden.
De structuurlijnen dragen bij aan de oriëntatie binnen het stedelijk weefsel. Bebouwing aan deze structuurlijnen is als het ware het visitekaartje voor de stad. Deze beeldbepalende rol voor de stad vormt een extra aandachtspunt bij de welstandsbeoordeling. Op de kaart zijn de structuurlijnen (wegen, spoorlijnen, waterlopen) aangegeven waarlangs de stad zich het meest toont. Duidelijke oriëntatie van de functies, de representatieve betekenis van bouwwerken, de mogelijkheid van interactie met de openbare ruimte en de vormgeving van een voorterrein zijn mede bepalend voor de welstandsbeoordeling. Onderdeel van de structuurlijnen is een aantal historische linten. Langs deze linten is de oorspronkelijke parcellering en de historische gelaagdheid van de stad vaak nog goed afleesbaar. Dat willen we zo houden en als het kan versterken. Ze zijn van belang voor de identiteit, ruimtelijke kwaliteit en begrijpelijkheid van het stadsdeel waarin ze liggen. Bebouwing langs deze linten is zoveel mogelijk op de linten gericht.
Bouwplannen in gemeentelijk beschermde stadsgezichten worden beoordeeld met behulp van de aan de beschermde status gekoppelde beschrijving van het betreffende gebied, pand of complex. Daarnaast zijn door de gemeente architectonisch waardevolle gebieden aangewezen. Voor deze gebieden en complexen is de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet en architectonische vormgeving richtinggevend voor wijzigingen in het straatbeeld, de verkaveling, de gevels, kapvormen, nokhoogten, detaillering, kleur en materiaalgebruik.
Bouwinitiatieven in deze gebieden worden altijd voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit / subcommissie Erfgoed. Dit geldt ook voor ingrepen aan rijks- of gemeentelijke monumenten en (cultuurhistorisch) waardevolle panden.
In de gebiedsgerichte paragrafen is aangegeven welke aandachtsgebieden in het betreffende gebied van belang zijn.
Rijksbeschermde stadsgezichten, binnenstad – legenda