1| Beschrijving
Het buitengebied van Amersfoort bestaat uit drie verschillende delen: Hoogland West, Vathorst en Oost (Stoutenburg). Deze driedeling wordt ontleend aan het landschap: het bekenlandschap (de Vallei) in het oosten, het stroomgebied van de Eem in het westen (het Eemland) en de overgangen tussen beiden. Als gevolg van de verschillen in hoogteligging kennen de verschillende delen een afwijkende bebouwingsgeschiedenis, hoofdstructuur en bebouwingsdichtheid.
Buitengebied (Hoogland) West
Dit gebied wordt gedomineerd door de rivier de Eem, stromend vanuit de stad door het halfopen hoevenlandschap bij Coelhorst naar het open slagenlandschap van het Eemland. Van belang zijn de extreme openheid, de slagenverkaveling, de historie van de Zuiderzee en de Grebbelinie.
Het kampen- of hoevenlandschap op de hoger gelegen dekzandgronden wordt gekenmerkt door een kleinschalige, onregelmatige blokverkaveling. De hoogteverschillen zijn zeer karakteristiek. Door het landschap lopen smalle, bochtige wegen, waarlangs veel beplanting voorkomt in de vorm van opgaande houtwallen. Dit besloten karakter van het gebied wordt versterkt door de Eemdijk met dwarskades (onderdeel van rijksmonument de Grebbelinie). Hiervoor geldt het beeldkwaliteitplan Grebbelinie uit 2011. In een zone van 100 meter van linie-elementen dienen erven afstand te houden van linie-elementen en waar mogelijk zichtlijnen en/of openheid te versterken.
De restanten van het versterkte huis Hogerhorst vormen een belangrijk cultuurhistorisch element. De kronkelige Eem en de Coelhorsterweg vormen de belangrijkste structuurdragers van het landschap. De lintbebouwing is op deze weg georiënteerd, andere erven liggen verspreid op dekzandkoppen.
De bebouwingsdichtheid in het hoevenlandschap is relatief hoog en neemt af richting het poldergebied. De bebouwing is enerzijds georiënteerd op de hoofdroutes, anderzijds kennen zij een plaatsing ‘midden in het veld’ aan insteekwegen of ze hebben eigen oprijlanen. Vooral aan de Coelhorsterweg staan sommige bouwwerken dicht op de straat. In het gebied tussen de Coelhorsterweg en de Mgr. van de Weteringstraat liggen recreatieve functies zoals de golfbaan en het maïsdoolhof. In dit gebied ligt ook het eerste nieuwe landgoed in Amersfoort. De huizen staan in een erfensemble en worden als eenheid ontworpen.
Op landgoed Coelhorst staan een witte kapel en drie karakteristieke wederopbouwboerderijen, herkenbaar aan de oranje dakpannen.
In de laaggelegen polder in het slagenlandschap is de agrarische sector de ‘hoeder van het weidelandschap’. Kenmerkend is de rationele strokenverkaveling loodrecht op de weg, de ontginningsas. Richting het noorden wordt het landschap opener, de verkaveling is volgens een strak patroon en de bebouwing is gericht op de wegen. Tussen de weides staan, waar de sloten droogvallen, lijnvormige beplantingen op de perceelsgrenzen. De oost-west lopende wegen zijn structuurdragers. De weinige agrarische bedrijven en (bedrijfs)woningen in het gebied staan allen evenwijdig aan de kavelrichting. Langs de Zelderseweg liggen 10 boerderijen op terpen. In de polder staat een aantal grotere nieuwe boerderijen.
Buitengebied Vathorst
Het buitengebied van Vathorst ligt langs de Laak op de overgang van het dekzand in het zuiden naar de polder in het noorden. Het gebied wordt ontwikkeld naar natuur en recreatie om te voorkomen dat de recreatieve druk op Arkemheen en het Hoevelakense Bos te groot wordt. De erven in het gebied veranderen van functie van agrarisch naar wonen, met bijbehorende “verpaarding” met paardenbakken. Basis voor de ontwikkelingen is de ontwikkelingsvisie Over de Laak (2016).
Buitengebied Oost (Stoutenburg)
Kenmerkend voor het gebied ten noorden van de Barneveldse Beek zijn de beekdalen en het dekzand dat veel reliëf biedt. Van belang voor het karakter van het gebied zijn het bekenstelsel en de rijk gevarieerde kleinschaligheid van akkers, weiden en bospercelen. Bebouwing staat op dekzandkoppen. Het voormalig kasteel (nu herenhuis) van Landgoed Stoutenburg lag van oorsprong bij de beek. Hier ligt nog enige voormalige tuinaanleg van het kasteel, bestaande uit beplantingen en waterlopen.
Het gebied heeft in hoofdzaak een agrarische functie. Van oorsprong staan in het gebied historische boerderijen. Een groot deel hiervan is vervangen door modernere bouwwerken. Naast boerderijen staan hier tevens woonhuizen en enkele bedrijven.Het Utrechts Landschap versterkt hier de bos- en laanstructuur. Aan de westkant van het gebied liggen de Schammer en Bloeidaal als waterbuffer en voor de Vallei. De ligging dicht bij Station Hoevelaken zorgt voor bedrijvigheid in het gebied.
In het buitengebied van Amersfoort is het standaard hallehuis algemeen. Kenmerkend voor deze historische hallehuisboerderijen in één bouwlaag is de vlakke, symmetrisch opgebouwde voorgevel, het forse, laag doorlopende (afgewolfde) van oorsprong rietgedekte zadeldak en de versiering aan de gevels van het woongedeelte in de vorm van o.a. gevelbanden, pleister- en metselwerk en luiken. Veel voorkomend is het verschil in materiaalkeuze voor woon- en werkgedeelten. De gevelopeningen aan de voorzijde van het woonhuis zijn breed en hoog, met name de raampartijen, vaak met kruisvensters. In de topgevel bevinden zich minder en kleinere ramen. De voorgevel heeft hierdoor een duidelijk hiërarchische opbouw. De ramen zijn in het bedrijfsgedeelte kleiner van omvang en in aantal. Daar tegenover staan de relatief grote openingen naar de stallen en de deel aan zij- en achterkant.
Het erf van een (hallehuis)boerderij is van oudsher onder te verdelen in een gecultiveerd, sierlijk voorerf en een doelmatig ingericht achtererf. Hier bevinden zich de verschillende bijgebouwen.
Direct na de Tweede Wereldoorlog zijn tevens boerderijen herbouwd in de traditionalistische stijl van de Delftse School. Overige bebouwing is eenvoudiger van hoofdvorm en architectuur en laat binnen een traditionele vormgeving en materialisering een gevarieerd beeld zien. De agrarische woonbebouwing vormt tezamen met stallen en schuren een herkenbaar bebouwingscluster in het buitengebied. Het uiterlijk van de bebouwing draagt in sterke mate bij aan de beleving van het landschap. In het open landschap is de bebouwing goed zichtbaar. In het half-besloten en besloten landschap is aan de andere kant juist weer een harmonieuze verhouding wenselijk tussen bebouwing en landschap. Hoewel de architectonische waarde van de bebouwing in de meeste gevallen niet groot is, wordt wel het harmonieuze karakter tussen bebouwing en landschap van grote waarde geacht.
Aandachtsgebieden
De Grebbelinie, de relatie met de Eem, de aanwezigheid van het landgoed Coelhorst en de beleefbaarheid van het landschap vanaf de A1 vormen de voornaamste aandachtsgebieden in het westelijk deel van dit gebied.
Laatstgenoemde is ook van belang in het gebiedsdeel ten westen van de stad. Hier is ook het landgoed Stoutenburg van belang.
2| Dynamiek en ambitie
In het welstandsbeleid voor het buitengebied staat behoud van de ruimtelijke kwaliteit en continuïteit centraal. Het van oorsprong agrarische landschap staat onder toenemende druk vanuit de stad. De gemeente streeft naar het versterken de herkenbaarheid van het landschap en de overgangen daartussen, van de (oorspronkelijke) agrarische bebouwingskarakteristieken en naar behoud van de harmonieuze relatie tussen bebouwing en landschap. Ontwikkeling in het buitengebied is mogelijk als de landschappelijke inpassing van bebouwing de kwaliteit en leesbaarheid van het landschap versterken. Voorwaarde voor ontwikkeling is daarom de landschappelijke inpassing van het erf in het landschap, waarbij boerderij en erf als een eenheid worden gezien en bebouwing een compact erfensemble dient te vormen.
Een aantal hallehuizen in het buitengebied van Amersfoort is aangewezen als monument. Het beleid is erop gericht de kwaliteit van de hallehuisboerderijen, en dan met name die ouder zijn dan 50 jaar, te behouden. Het welstandsbeleid is er dan ook op gericht de belangrijkste karakteristieken van de hallehuisboerderij (ook de niet-monumenten) te beschermen, evenals de relatie tussen boerderij en erf.
3| Gebiedsgerichte criteria
Algemeen
- - De bestaande landschappelijke omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder bouwinitiatief.
- - De (oorspronkelijke) agrarische karakteristieken van de bebouwing zal herkenbaar moeten blijven, waarbij de harmonieuze relatie tussen bebouwing en het landschap speciale aandacht krijgt.
Ligging en plaatsing
- - Bebouwing is georiënteerd op de weg en sluit aan bij de bestaande inrichting van het terrein.
Massa en hoofdvorm
- - Bebouwing heeft een individuele uitstraling en een hiërarchische opbouw.
- - Bebouwing is voorzien van een kap met een hellingshoek tot 60 graden.
- - Hallehuisboerderijen zijn voorzien van een ononderbroken kap met wolfseinden.
- - De oorspronkelijke indeling naar woon- en bedrijfsgedeelten is herkenbaar in de gevelopzet.
- - Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw, sober vormgegeven en terugliggend geplaatst.
- - De nokrichting van vrijstaande bijgebouwen is evenwijdig aan die van het hoofdgebouw.
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
- - Details en materialen zijn hoogwaardig, gebaseerd op de oorspronkelijke detaillering en gericht op het voorkómen van snelle veroudering.
- - De bestaande ornamentiek en specifieke details worden bij verbouwingen gerespecteerd.
- - Het kleurgebruik is terughoudend en afgestemd op de omgeving.
- - Gevels kennen een hiërarchische geleding en zijn uitgevoerd in natuurlijke materialen (metselwerk, pleisterwerk, hout), donkere tinten en voorzien van een zichtbare plint.
- - Dakvlakken zijn uitgevoerd in pannen of riet.