Voor het betalen van de huur is er vaak een voorliggende voorziening: de huurtoeslag. De wetgever gaat ervan uit dat deze toeslag voldoende is. Bijzondere bijstand voor de huur is niet mogelijk, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dat kan het geval zijn, als een huurder over een deel van de eerste maand huur moet betalen. Daarover wordt geen huurtoeslag verstrekt. De bijstand is dan gelijk aan het evenredige deel van de huurtoeslag die de inwoner over die maand had kunnen. ontvangen. Bijstand voor woonkosten heet woonkostentoeslag.
Als de inwoner geen huurtoeslag krijgt omdat de huur te hoog is, kan er ook een bijzondere situatie zijn. De inkomensconsulent bespreekt met de inwoner de oorzaak van de hoge woonlasten en de mogelijkheden om goedkopere woonruimte te zoeken en te verhuizen.
De woonkostentoeslag berekenen we als volgt:
Welke huurtoeslag zou de inwoner maximaal kunnen krijgen voor deze woning? Dat bedrag kan als bijzondere bijstand worden verstrekt.
In hoeverre zijn de woonkosten hoger dan de maximale huurgrens voor de betreffende woning in de situatie van de inwoner? Voor die hogere woonlasten kan dan ook bijzondere bijstand worden verstrekt.
Onder woonkosten verstaan we de ‘kale’ huur. Dat is de huur die we voor de huurtoeslag meetellen. Daarnaast kunnen we servicekosten meenemen. Het gaat om de servicekosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. Zie ook: www.toeslagen.nl. De woonkostentoeslag betalen we voor een afgebakende periode uit (in principe maximaal één jaar). De inwoner zet zich in om goedkopere woonruimte te zoeken.
Voor de huur van een kamer of voor kostgeld wordt geen bijzondere bijstand verleend. Voor de huur van een woonwagen is wel bijstand mogelijk.
Woonkostentoeslag bij eigen woning
Een inwoner met een eigen huis kan geen huurtoeslag krijgen. De inkomensconsulent bespreekt met de inwoner wat er nodig is. Dat hangt af van de omstandigheden en kan betekenen dat de inwoner de woning te koop zet en andere woonruimte zoekt. Als woonkostentoeslag nodig is, kan deze beperkt worden tot de periode die nodig is voor de verkoop, maar in principe voor maximaal één jaar. Is het nodig dat er woonkostentoeslag wordt verstrekt, dan geldt het volgende: de kosten van de hypotheekrente, de zakelijke lasten en een bedrag voor onderhoud tellen we mee voor de hoogte van de woonkosten. We houden ook rekening met de (voorlopige) belastingteruggaaf. Op basis van deze woonkosten berekenen we de woonkostentoeslag op dezelfde manier als voor een huurwoning.
Waarborgsom, administratiekosten en eerste huur
Bij een noodzakelijke huisvesting of verhuizing, kan er sprake zijn van een bijzondere situatie. Als er geen andere mogelijkheden zijn om een waarborgsom, administratiekosten en/of de eerste huur te betalen, kunnen we bijzondere bijstand verstrekken. De bijstand voor een waarborgsom wordt verstrekt als een lening. Met de inwoner worden afspraken gemaakt over terugbetaling. Indien er zowel bijzondere bijstand voor een waarborgsom, administratiekosten en/of de eerste huur als ok bijzondere bijstand voor de inrichting van de woning nodig is, dan heeft dit gevolgen voor de maximale hoogte van de bijzondere bijstand voor de woninginrichting. Zie punt 3.9.
Woonlasten bij tijdelijke opname in een inrichting of bij detentie
Tijdens een opname in een inrichting zullen de woonlasten vaak doorlopen. Soms is het ook nodig dat het huisraad wordt opgeslagen. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt als er geen andere mogelijkheden zijn. Gaat het om een langere opname dan beoordeelt de inkomensconsulent of het verstandig is om de huur op te zeggen. In de praktijk houden we een periode van maximaal één jaar als richtlijn aan.
Tijdens detentie verstrekken we in principe geen bijstand voor doorlopende woonlasten. In bijzondere situaties kunnen we een uitzondering maken. We kijken hierbij goed naar de gevolgen in het geval er geen bijstand wordt verstrekt.