In het geval van privacybelang wordt maskeren in de vorm van pseudonimiseren of anonimiseren toegepast bij de beschikbaarstelling van informatieobjecten. Bij pseudonimiseren worden persoonsgegevens gemaskeerd door codering. Alleen als je de juiste sleutel hebt, kun je de gemaskeerde persoonsgegevens achterhalen. Bij anonimiseren worden persoonsgegevens op zodanige wijze gemaskeerd dat ze op geen enkele manier te reconstrueren en met een persoon in verband te brengen zijn.
Vernietigingsperspectief
Mogelijke nadelen en risico’s
Voldoen aan wet- en regelgeving
De Archiefwet is ingericht op het dossier of documenten als object van vernietiging. Bij pseudonimiseren of anonimiseren wordt een dossier of document niet integraal vernietigd.
Pseudonimiseren is niet onomkeerbaar. Het voorkomen van een datalek is dan niet 100% waterdicht.
Geen besparing op kosten voor licenties en onderhoud, omdat de opslagcapaciteit niet toeneemt in het systeem waarin de gemaskeerde informatieobjecten worden opgeslagen.
(Toekomstige) migratietrajecten zijn niet minder complex en niet minder kostbaar, en back-ups niet sneller; er is geen vermindering van ballast, omdat de gemaskeerde informatieobjecten leiden tot grotere volumes.
Beheersbaarheid van informatie
Omdat bij het maskeren van persoonsgegevens in een informatieobject een nieuw informatieobject (archiefbescheid) ontstaat dat ook beheerd moet worden, neemt de beheersbaarheid af.
Kostenbesparing en milieu
Omdat er sprake is van nieuwe informatie objecten (met daarin de gemaskeerde gegevens) is er geen sprake van verminderde benodigde opslag en milieubelasting.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.8.
Artikel 2.8.3.
Pseudonimiseren of anonimiseren
Onderdeel van Analoge en digitale vernietiging archiefbescheiden