Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.5

Beleid toepassen grond in en vanuit onverharde (spoor)wegbermen

Onderdeel van Nota bodembeheer

De onderscheiden onverharde (spoor)wegbermen zijn van: Wegen in het buitengebied en in beheer van de gemeenten (bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’). Rijkswegen. Provinciale wegen. Spoorwegen. Dijkwegen. Wegen in beschermingsgebieden Natuurnetwerk Nederland en habitatgebieden. Van onverharde (spoor)wegbermen is het bekend dat deze verontreinigd kunnen zijn als gevolg van: depositie van uitlaatgassen (PAK, lood); afstromend regenwater (minerale olie, PAK en lood); funderingsmateriaal (zware metalen en PAK); toepassing van teerhoudend asfalt (PAK); uitloging uit vangrails (zink). Slijtsel van bovenleidingen, stroomafnemers en slijtage van rails (cadmium, lood, koper, zink). Toepassing van bestrijdingsmiddelen voor het vrijhouden van het spoor van onkruid. De gemeenten hebben ervoor gekozen om de onverharde wegbermen in het buitengebied en in beheer van de gemeenten te zoneren en mee te nemen in de bodemkwaliteitskaart: bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’. De bermen van de rijkswegen, provinciale wegen, dijkwegen en spoorwegen zijn niet gezoneerd in de bodemkwaliteitskaart. Hierdoor moet bij grondverzet van zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem met een onderzoek de kwaliteit worden vastgesteld (zie § 5.10.1). Bekend is dat onverharde bermgrond van drukke (spoor)wegen belast wordt met verontreinigende stoffen. De gemeenten vinden het daarom niet duurzaam dat bij de (meeste) onverharde bermen wordt uitgegaan van het generieke kader van het Besluit waarbij de mogelijkheid bestaat dat alleen schone grond mag worden toegepast. De gemeenten vinden het aanvaardbaar om voor de voornoemde (spoor)wegbermen Lokale Maximale Waarden vast te stellen. De gemeenten stellen de Lokale Maximale Waarde voor het toepassen van grond ter plaatse van de bermen van rijks-, provinciale, dijk- en spoorwegen vast op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Hierdoor worden de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ vergroot. De Lokale Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik van deze onverharde (spoor)wegbermen. Hierdoor treden er bij het bodemgebruik geen onacceptabele risico's op als grond met de kwaliteitsklasse 'Industrie' of ‘Wonen’ wordt toegepast. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 33/81). Met onverharde wegbermen wordt bedoeld de strook grond naast de weg of spoorweg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1. in bijlage 1): de erfgrens of de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of de meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor bermen onderaan een dijk geldt dat de wegberm bestaat uit de strook grond tussen de weg en de hiel van de dijk. Bij de wegbermen gelegen in het Natuurnetwerk Nederland en habitatgebieden geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond toegepast worden. De Lokale Maximale Waarde voor de van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten rijkswegen, provinciale wegen, dijkwegen en spoorwegen, inclusief de onverharde bermen is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 33/81). Toepassen grond in en vanuit de bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’ Als grond wordt toegepast in de bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’, geldt de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ als toepassingseis die de gemeenten als Lokale Maximale Waarde hebben vastgesteld. Dus grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of beter mag in deze bodemkwaliteitszone worden toegepast. Als er geen aanleidingen zijn voor een mogelijke verontreiniging door een puntbron, mag de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als erkend bewijsmiddel om de toepassingseis voor de ontvangende bodem te bepalen. Als het voornemen bestaat grond vanuit de bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’ toe te passen, gelden de volgende regels: Bij toepassing in de bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’ mag de bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel voor de toe te passen grond. Voorafgaand aan de toepassing elders moet een partijkeuring of een bodemonderzoek met een gepaste strategie uit de NEN 5740[19] worden uitgevoerd (zie § 8.2.1). Ter plaatse van locaties die niet verdacht zijn voor PFAS-verbindingen hoeft geen onderzoek naar PFAS-verbindingen plaats te vinden. Hiervoor kan het historisch onderzoek van het uit te voeren onderzoek tezamen met de ontgravingskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de PFAS-kwaliteit van de grond. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan de grond worden toegepast. Als de kwaliteit van de grond voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of beter, dan mag de grond worden toegepast op locaties waar een vergelijkbare toepassingseis, of ruimer, geldt. Als één of meerdere gehalten in de grond de Maximale Waarden voor ‘Industrie’ overschrijden, maar de interventiewaarde wordt niet overschreden, dan moet de grond worden getransporteerd naar een erkend verwerker. Als één of meer gehalten in de grond de interventiewaarde van de Wet bodembescherming overschrijdt, mag de grond niet worden toegepast en moet het spoor van de Wet bodembescherming worden gevolgd. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 33/81). Door deze toetsregels wordt voorkomen dat gebiedseigen grond (zie § 4.2) met gehalten boven de vastgestelde Lokale Maximale Waarde tóch in de gemeenten wordt toegepast. Voorafgaand aan de toepassing van grond vanuit de bodemkwaliteitszone ‘B8. Wegbermen buitengebied’ en in een andere bodemkwaliteitszone wordt toegepast, moet een partijkeuring of een bodemonderzoek met een gepaste strategie uit de NEN 5740 worden uitgevoerd naar de kwaliteit van de toe te passen bermgrond. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan de grond worden toegepast. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 33/81).

Rechtspraak bij dit artikel