Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Vaststellen of sprake is van een hoofdverblijf

Onderdeel van Beleidsregels onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven Maasgouw 2021

Om vast te stellen of sprake is van permanente bewoning moet aannemelijk worden gemaakt dat sprake is van een ‘hoofdverblijf’. Dit begrip is gedefinieerd in het bestemmingsplan als de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, dat ten minste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid. In deze beleidsregels wordt beschreven op welke wijze aan dit begrip toepassing wordt gegeven. De hoofdregel is dat het op de weg van het bestuursorgaan ligt om de feiten vast te stellen voor het vermoeden dat het recreatieverblijf in strijd met het bestemmingsplan permanent wordt bewoond. Vervolgens is het aan de overtreder om dit vermoeden te ontkrachten. Bij de beoordeling of sprake is van gebruik als ‘hoofdverblijf’ dienen alle bekende feiten en omstandigheden in samenhang te worden beoordeeld. Daarbij kunnen onder meer de volgende bewijsmiddelen worden betrokken. Onderstaande opsomming is niet limitatief. Hierbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat onderstaande bewijsmiddelen niet cumulatief zijn. Er hoeft dus niet aan alle bewijsmiddelen te worden voldaan om aan te tonen dat sprake is van een ‘hoofdverblijf’. Per geval dient te worden bezien of het vergaarde bewijs die conclusie kan rechtvaardigen. Onderstaande lijst dient slechts ter illustratie. Mogelijke bewijsmiddelen Een schriftelijke verklaring van de overtreder waarin hij of zij te kennen geeft het desbetreffende verblijf te gebruiken als hoofdverblijf c.q. voor permanente bewoning. Inschrijving van de overtreder in de Basisregistratie persoonsgegevens (BRP) op de locatie van het recreatieverblijf of elders. Indien de overtreder elders staat ingeschreven in de BRP: informatie over dit verblijf (is het bijvoorbeeld een zelfstandige woonruimte, of informatie van derden over het gebruik van dit verblijf). Informatie over (de locatie van) de sociale en maatschappelijke activiteiten van de overtreder. Informatie over het woon-werkverkeer van de overtreder. Informatie over het gebruik van het recreatieverblijf door anderen dan de overtreder(s), bijvoorbeeld verhuur aan derden. De constateringen van gemeentelijke toezichthouders, de frequentie daarvan en de periode waarin die constateringen zijn gedaan. Informatie van derden over het gebruik van, dan wel de aanwezigheid in de recreatiewoningen van de overtreder. Bijvoorbeeld verklaringen van buren of een parkbeheerder. De mate van objectiviteit is daarbij van belang. De (al dan niet bewoonde) uitstraling van het verblijf. De aanwezigheid van voertuigen die te herleiden zijn naar de overtreder. KvK-inschrijvingen of andere registraties op het adres van het recreatieverblijf. Aanwezigheidsregistraties, zoals slagboomgegevens of een nachtregister. De aanwezigheid van een vaste telefoonaansluiting. Gegevens over het gebruik van de vaste telefoonaansluiting. Het stroom-, gas, en/of waterverbruik. Overige verklaringen van de overtreder dan de verklaring als bedoeld onder punt 1. Informatie waaruit volgt dat het recreatieverblijf als eigen woning c.q. hoofdverblijf wordt opgegeven aan de Belastingdienst of andere instanties. Het ontvangen van post op het adres van het recreatieverblijf. Het ontbreken van informatie over een hoofdverblijf elders, bijvoorbeeld als de overtreder niet in staat is om een huurovereenkomst van een hoofdverblijf elders aan te reiken. Opgemerkt wordt dat voor het gebruik van een recreatieverblijf als hoofdverblijf niet is vereist dat dit gebruik zich voor een lange periode voordoet. Een recreatieverblijf kan immers ook korte tijd als ‘hoofdverblijf’ worden gebruikt, bijvoorbeeld als tijdelijk hoofdverblijf. Desondanks kan de (lange) duur van het gebruik een aanwijzing zijn voor permanente bewoning. Immers, hoe langer iemand in een recreatieverblijf verblijft, hoe aannemelijker het is dat dit als hoofdverblijf wordt gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel