Indien op grond van artikelen 3 en 4 wordt geconstateerd dat sprake is van permanente bewoning in strijd met het bestemmingsplan, wordt een last onder dwangsom opgelegd aan de overtreder(s). Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd.
Beëindigen en beëindigd houden van de overtreding
De lastgeving is niet alleen gericht op het beëindigen, maar ook op het beëindigd houden van de overtreding. Dit om te voorkomen dat de overtreder na verloop van tijd opnieuw een recreatieverblijd als hoofdverblijf gaat gebruiken. De last onder dwangsom behoudt derhalve ook na de begunstigingstermijn zijn waarde, omdat deze als stok achter de deur blijft gelden. Afhankelijk van de situatie wordt beoordeeld wanneer de last onder dwangsom kan worden ingetrokken.
Begunstigingstermijn
Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt een begunstigingstermijn van zes maanden gehanteerd.
Deze begunstigingstermijn is naar het oordeel van het bevoegd gezag niet langer dan noodzakelijk om de overtreding te beëindigen, doch lang genoeg om elders een hoofdverblijf te vinden.
Als uitzondering heeft te gelden dat de overtreder in aanmerking kan komen voor een begunstigingstermijn van 12 maanden, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de overtreder dient aannemelijk te maken dat hij of zij het desbetreffende recreatieverblijf als hoofdverblijf gebruikt. De overtreder kan dit aannemelijk maken door het aandragen van een schriftelijke verklaring onderbouwd met bewijsmiddelen zoals genoemd in artikel 4;
de overtreder dient een plan van aanpak in, waarin hij of zij concrete en voor de gemeente controleerbare maatregelen opneemt die hij of zij gedurende de begunstigingstermijn aantoonbaar zal gaan uitvoeren om het gebruik van het verblijf als hoofdverblijf te beëindigen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
het betrekken van een ander (zelfstandig) hoofdverblijf waar permanente bewoning is toegestaan;
indien in eigendom, het te koop aanbieden van het recreatieverblijf bij een gecertificeerde verkoopmakelaar;
zich inschrijven bij een woningstichting;
zich laten inschrijven in de BRP op een adres waar permanente bewoning wel is toegestaan;
het adres niet langer als briefadres laten gebruiken;
het adres laten uitschrijven uit het KvK-register of andere databases die aan het adres zijn gekoppeld;
het aantoonbaar structureel in de verhuur brengen van het verblijf.
Het plan van aanpak is bedoeld om overtreders bewust te maken van de acties die zij kunnen en moeten ondernemen om elders een hoofdverblijf te vinden. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid.
Hierbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat het opstellen en uitvoeren van een dergelijk plan van aanpak binnen de begunstigingstermijn niet leidt tot de conclusie dat geen sprake meer is van permanente bewoning.
Aan het einde van de begunstigingstermijn zal op basis van alle feiten, omstandigheden en bewijsmiddelen worden beoordeeld of de permanente bewoning is beëindigd. Daarbij kunnen de al dan niet uitgevoerde actiepunten van het plan van aanpak worden betrokken. Het verschil in de duur van de begunstigingstermijn is mede ingegeven door de wens om bekennende overtreders te bevoordelen ten opzichte van ontkennende overtreders.
Hoogte van de dwangsom
Als dwangsom geldt in alle gevallen een bedrag van € 30.000,- ineens per overtreder. Deze dwangsom wordt niet onredelijk hoog geacht, doch hoog genoeg om als prikkel te dienen om de overtreding te beëindigen.
Overtreders
Indien twee of meer overtreders eenzelfde recreatieverblijf bewonen, wordt aan alle overtreders gelijktijdig een separate en gelijkluidende last onder dwangsom opgelegd.
Voortduren en herhalen van de overtreding
Het verplaatsen van het hoofdverblijf naar een ander recreatieverblijf binnen de gemeente wordt niet als beëindiging van de overtreding beschouwd. In dat geval duurt de overtreding voort en is niet voldaan aan de lastgeving.
Indien een dwangsom is verbeurd en de overtreding voortduurt of wordt herhaald, wordt opnieuw een last onder dwangsom opgelegd. Daarbij wordt het dwangsombedrag verdubbeld.
Ondersteuning bij beëindigen overtreding
Overtreders dragen de verantwoordelijkheid voor het beëindigen van de onrechtmatige permanente bewoning. Het kan voorkomen dat overtreders geholpen kunnen zijn door in contact te komen met bepaalde instanties zoals Bemoeizorg of woningstichtingen. Op verzoek kunnen overtreders door de gemeente in contact worden gebracht met dergelijke instanties. De gemeente vervult daarbij echter geen inhoudelijke of leidende rol.
Artikel 5.
Last onder dwangsom
Onderdeel van Beleidsregels onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven Maasgouw 2021