Bor, bijlage II, artikel 4, lid 9:
Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein:
Het beleid geldt voor een aantal te onderscheiden categorieën .
Gebouw, een woning of woongebouw zijnde:
Een afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend, mits de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. In de onderbouwing dient in ieder geval aangetoond te worden dat:
de nieuwe functie past binnen de omgeving;
de nieuwe functie niet tot een toename van de verkeersbelasting en de parkeerdruk leidt met onevenredig negatieve ruimtelijke gevolgen voor de omgeving;
de nieuwe functie geen onevenredig negatieve milieueffecten veroorzaakt voor de omgeving en een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is.
Ingeval sprake is van het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad moet aanvullend aangetoond worden dat voldaan wordt aan de uitgangspunten van het regionale en gemeentelijke woonbeleid.
Gebouw, een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw aan een woning voor `mantelzorg zijnde:
Voor het gebruik van een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw als woonruimte ten behoeve van het bieden of ontvangen van mantelzorg gelden de volgende voorwaarden:
afwijking wordt uitsluitend verleend voor percelen waarop een (bedrijfs-) woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is;
per bouwperceel is maximaal 1 aan- of uitbouw of aan de woning gebouwd bijgebouw als mantelzorgvoorziening toegestaan;
er is op objectieve wijze vastgesteld dat er sprake is van mantelzorg, door middel van een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of een beschikking van de Gemeenschappelijke Gezondheid Dienst (GGD). In beide gevallen worden als toetsingscriteria de toetsingscriteria voor het landelijke Mantelzorgcompliment toegepast;
de specifieke beleidsregels voor aan- of uitbouwen of bijgebouwen, zoals opgenomen onder artikel 2 en 3, worden in acht genomen;
de afwijking heeft niet tot gevolg dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad;
er is aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de betreffende aan- of uitbouw of aan de woning gebouwd bijgebouw (gezondheid, veiligheid, milieuhinder);
er dient voldaan te worden aan de nieuwbouweisen zoals opgenomen in het bouwbesluit voor woonfuncties tenzij aan deze eisen in de specifieke omstandigheden in redelijkheid niet voldaan kan worden. In die situatie kan afwijking verleend worden tot het nivo van de eisen bestaande bouw voor woonfuncties.
Gebouw, een woning, een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw voor de uitoefening van een aan- huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijnde:
afwijking wordt uitsluitend verleend voor percelen waarop een (bedrijfs-) woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is;
de activiteiten mogen uitsluitend uitgeoefend worden door de hoofdbewoner(s);
het vloeroppervlak ten behoeve van kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mag niet groter zijn dan 25% van het vloeroppervlak van de woning inclusief aan- en uitbouwen met een maximum van 60 m²;
ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten moet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte detailhandel die causaal verband houdt met en ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
op de bij de betreffende woning behorende gronden mag geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de beroeps of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden;
de afwijking mag niet tot gevolg hebben dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad;
aangetoond moet zijn dat geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat;
voldaan dient te worden aan de nieuwbouweisen zoals opgenomen in het bouwbesluit voor de betreffende gebruiksfuncties tenzij aan deze eisen in de specifieke omstandigheden in redelijkheid niet voldaan kan worden. In die situatie kan afwijking verleend worden tot het nivo van de eisen bestaande bouw voor de betreffende gebruiksfuncties.
Gebouw, geen woning of woongebouw zijnde:
Een afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend, mits de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. In de onderbouwing dient in ieder geval aangetoond worden dat:
de nieuwe functie past binnen de omgeving;
de nieuwe functie niet tot een toename van de verkeersbelasting en de parkeerdruk leidt met onevenredig negatieve ruimtelijke gevolgen voor de omgeving;
de nieuwe functie geen onevenredig negatieve milieueffecten veroorzaakt voor de omgeving en een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is.
Ingeval sprake is van het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad moet aanvullend aangetoond worden dat voldaan wordt aan de uitgangspunten van het regionale en gemeentelijke woonbeleid.
Bouwwerken geen gebouwen zijnde:
Er wordt geen afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het veranderen van de bestaande functie van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Beleidsregel voor bouw- en gebruiksactiviteiten in strijd met het planologisch regime 2020