Uit hoofdstuk 1 van dit beleid blijkt dat wij met onze formatie onmogelijk alle vakgebieden altijd en op 100% kunnen controleren. Daarom hebben wij prioriteiten gesteld. Een prioriteit is datgene dat voorrang krijgt ten opzichte van iets anders. Bij een lage prioriteit is het toezicht globaler dan bij een hoge prioriteit. De prioriteiten zijn onderbouwd met een risico-analyse. De prioriteiten zijn weergegeven als diepgang van het toezicht. Hieronder is de betekenis van iedere diepgang beschreven.
Diepgang (prioriteit) van het toezicht.
S
Steekproef
Steeksproefsgewijze controle op niveau 1.
1.
Snel
Een vluchtige beoordeling op het oog op basis van kennis en ervaring zonder tekeningen of details te raadplegen of na te meten.
2. Hoofdaspecten
Op het oog en met elementaire hulpmiddelen zoals een meetlat, de hoofdtekeningen wordt gecontroleerd. Er worden geen details gecontroleerd.
3.
Representatief
Als 2 waarbij ook de kenmerkende details worden gecontroleerd.
4.
Geheel
Alle onderdelen op detailniveau.
Behalve de diepgang van het toezicht moeten wij ook het moment waarop dat toezicht plaatsvindt bepalen. Het dak van een gebouw is bijvoorbeeld niet te controleren als de aannemer net met de fundering is begonnen. Hieronder staan de momenten waarop wij toezicht uitoefenen:
Momenten tijdens het toezicht:
A. Vooroverlegpunt
Voorafgaand aan de uitvoering vindt overleg plaats met de toezichthouder. Belangrijke aspecten kunnen vooraf worden besproken zodat misverstanden tijdens uitvoering worden voorkomen.
B. Uitvoeringspunt
Controlemomenten die plaatsvinden tijdens de uitvoering van de betreffende onderwerpen.
C. Wachtpunt
Hier dient de uitvoering te wachten op goedkeuring van de toezichthouder.
D.
Achterafpunt
Nadat een onderwerp is uitgevoerd wordt gecontroleerd of dat juist is gebeurd.