In deze paragraaf zijn de prioriteiten voor de activiteiten bouwen, slopen, brandveilig gebruik en milieu opgenomen. Voor de andere 21 activiteiten die onderdeel zijn van de Wabo zijn geen prioriteiten opgenomen. De prioriteit voor deze activiteiten is bepaald door de uren die resteren na uitvoering van het toezicht en handhaving op de genoemde vier hoofdprioriteiten. De vier hoofdprioriteiten vormen de core-business van de afdeling “Handhaving en veiligheid” .
3.2.1 Bouwen
3.2.2 Slopen
3.2.3 Milieu
In 2009 is de nota Handhaafbaarheid Gemeente Berkelland vastgesteld. In de nota zijn onder andere prioriteiten gesteld voor de handhaving van de milieuwetgeving. Om deze prioriteiten te bepalen is een risico-analyse uitgevoerd. Hiervoor is het model risico = kans x effect gebruikt.
Door van dit model gebruik te maken is het mogelijk om het toezicht en de handhaving vooral in te zetten bij bedrijven die relatief grote risico’s vormen en bij ondernemers die regelgeving slecht naleven.
Voor het handhavingsbeleid in 2010/2011 gaan we verder op deze ingeslagen weg. Wel wordt de risico-analyse verder verfijnd.
3.2.3.1 Bedrijfsgebonden taken
Periodieke controles
In de gemeente Berkelland vallen 2200 bedrijven onder de Wet milieubeheer (per 1-10 de Wabo). De omvang en risico’s van de milieubelastende activiteiten verschillen per bedrijf. De gemeente stemt het toezicht daarop af. De controlecapaciteit wordt vooral ingezet bij bedrijven met de grootste risico’s en bij het niet of slecht naleven van milieuregels.
Ook vanwege het grote aantal bedrijven en de beschikbare toezichtcapaciteit is het nodig om prioriteiten te stellen bij de controles.
Voor het bepalen van de prioriteiten bij de bedrijfsgebonden taken voeren wij in 2010 een dynamisch model in. Dat kan door gebruikmaking van het bedrijvenprogramma “Powerforms” van Genetics.
Het dynamische model bepaalt voor elk bedrijf het risico en daarmee de prioriteit als volgt: Risico= (gevolg effecten) x (factor naleving langere periode) x (factor naleving laatste bezoek).
Hiervoor zijn in eerste instantie in het bedrijvenprogramma Powerforms voor elk bedrijf de milieubelastende activiteiten vastgelegd.
De basiswaarde voor elke milieubelastende activiteit is de som van de waarden voor de gevolgen (effecten) die kunnen ontstaan indien er iets misgaat bij die activiteit..
Deze gevolgen kunnen klein, middel of groot zijn. De effecten zijn bepaald voor de fysieke veiligheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de volksgezondheid, de financiële gevolgen en de natuur.
Bij de waardering van de effecten zijn prioriteiten gesteld. Zo is de hoogste prioriteit (en waarde) gegeven aan het belang van de bescherming van de fysieke veiligheid.
Onderstaande tabel bevat de vijf effecttypen en de waarden (factor) voor de verschillende effecttypen.
Prioriteit
Effecttype
Waarde
Type factor
Prioriteit 1
Fysieke veiligheid
10
factor groot
Prioriteit 1
Fysieke veiligheid
6
factor middel
Prioriteit 1
Fysieke veiligheid
3
factor klein
Prioriteit 2
Kwaliteit leefomgeving
9
factor groot
Prioriteit 2
Kwaliteit leefomgeving
5
factor middel
Prioriteit 2
Kwaliteit leefomgeving
2
factor klein
Prioriteit 3
Volksgezondheid
8
factor groot
Prioriteit 3
Volksgezondheid
4
factor middel
Prioriteit 3
Volksgezondheid
1
factor klein
Prioriteit 4
Financiële gevolgen
7
factor groot
Prioriteit 4
Financiële gevolgen
3
factor middel
Prioriteit 4
Financiële gevolgen
1
factor klein
Prioriteit 5
Natuur
6
factor groot
Prioriteit 5
Natuur
2
factor middel
Prioriteit 5
Natuur
1
factor klein
Over elke basiswaarde is een is een wegingsfactor toegepast om te bepalen hoe zwaar een activiteit meeweegt in de beoordeling.
Wegingssfactor activiteit:
heel weinig effect en of komt zelden voor
1
matig effect
2
veel effect en komt veel voor
3
Heel veel effect en bestaat in hoofdzaak
4
Het dynamisch model bepaalt voor het risico van een milieubelastende activiteit naast het effect ook het feitelijke naleefgedrag. Het gaat hierbij om de naleving over een langere periode (ervaringsfactor) en de resultaten tijdens de laatste milieucontrole (nalevingsfactor).
De controleresultaten vanaf 1 januari 2005, het moment van de herindeling tot de gemeente Berkelland, bepalen het naleefgedrag over de langere periode. Vanaf dat moment is voor de gehele gemeente een gelijk handhavingsbeleid van toepassing.
De factoren voor de naleving bevorderen dat een bedrijf met een goed naleefgedrag minder vaak een milieucontrole krijgt en bij minder goede naleefresultaten vaker wordt gecontroleerd.
Ervaringsfactor:
Nalevingsfactor:
Niet bekend
1
Na integrale controle ok
1
1 keer integrale controle ok
0,75
Na 1e hercontrole ok
1,4
2 keer integrale controle ok
0,5
Na 2e hercontrole ok
1,9
3 keer integrale controle ok
0,25
Onbekend
1
De eindscore van de risicoberekening bepaalt de prioriteit en de controlecategorie voor het bedrijf. Hierbij gelden de volgende controlefrequenties.
Omschrijving
Minimale score
Maximale score
Prioriteit
Categorie 0 (geen controle nodig)
1
75
Zeer laag
Categorie 1 (1 x 10 jaar controle)
76
150
Laag
Categorie 2 (1 x 5 jaar controle)
151
250
Gemiddeld
Categorie 3 (1 x 2 jaar controle)
251
500
Hoog
Categorie 4 (1 keer per jaar)
501
50000
Zeer hoog
Opleveringscontroles
Een opleveringscontrole is een controle welke wordt uitgevoerd wanneer een nieuwe vergunning is verleend of een melding is gedaan. Bij deze eerste controle wordt gekeken of het oprichten of uitbreiden volgens de vergunning of melding is uitgevoerd. Een opleveringscontrole kan het ontstaan van milieuproblemen bij een bedrijf voorkomen.
Daarnaast versterkt een opleveringscontrole de geloofwaardigheid van de overheid, immers laat de gemeente zich niet zien dan wordt de vergunning al snel als een “papieren tijger” beschouwd, wat de kans op overtreding van de regelgeving groter maakt.
Het uitvoeren van opleveringscontroles krijgt daarom prioriteit. Uitgangspunt zal zijn dat na elke verleende vergunning en/of afgedane melding een opleveringscontrole worden uitgevoerd.
Uitzondering hierop zijn de verleende vergunningen/meldingen voor een uitbreiding die al heeft plaatsgevonden en waarvan de gemeente heeft geconstateerd dat de uitbreiding aan de milieu-eisen voldoet.
Waar mogelijk wordt een opleveringscontrole gecombineerd met een periodieke controle.
Controles intrekkingsbesluiten
Bij het intrekken van een milieuvergunning controleert de gemeente het bedrijf op het staken van de activiteiten en het naleven van de nazorgbepalingen. Op elk intrekkingbesluit zal daarom een controle volgen.
Projectmatige controles
Naast preventief toezicht via reguliere controles zal er ook projectmatig toezicht worden gehouden. Door projectmatig te werken kan er op een efficiënte manier toezicht worden gehouden op milieu-aspecten of thema’s.
Naast eigen handhavingsprojecten zal er worden deelgenomen aan regionale handhavingsprojecten en projecten met andere instanties (bijv. AID).
3.2.3.2Niet bedrijfsgebonden taken.
Ook voor het bepalen van de prioriteiten bij de niet bedrijfsgebonden is een risicoanalyse uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten zal prioriteit worden gegeven aan het toezicht op en handhaving van het Besluit bodemkwaliteit, bodemsaneringen en geluid bij evenementen.
Bij het Besluit bodemkwaliteit houdt de gemeente toezicht op ingekomen meldingen, eigen werken (nieuw gemeentehuis) en via het vrije veld toezicht.
De gemeentelijke handhaving van het Besluit Bodemkwaliteit gebeurt volgens de landelijke Handhavingsuitvoerings Methode (HUM) Besluit bodemkwaliteit.
Deze HUM is bedoeld als een richtlijn voor een goede handhaving van het besluit. Ook moet het bevorderen dat alle gemeenten op dezelfde manier gaan handhaven en er een goede afstemming plaatsvindt met het strafrechtelijk handhavingsbeleid.
Risico-analyse niet bedrijfsgebonden taken
3.2.3.3Klachten
Behalve anonieme klachten wordt elke klacht in behandeling genomen.
Bij de afhandeling van de klacht of melding wordt gewerkt volgens het Protocol Klachtenafhandeling. Dit Protocol geeft inzicht in de wijze waarop de Afdeling handhaving een milieuklacht van een interne of externe partij, afhandelt.
3.2.4 Brandveilig gebruik
3.2.5 Ruimtelijke ordening
Bouwvoorschriften
De naleving van de bouwvoorschriften die in bestemmingsplannen zijn voorgeschreven wordt integraal gecontroleerd bij de controle van bouwvergunningen. Inhoudelijk is deze controle verdisconteerd in de Toezichtmatrix die in paragraaf 3.2 is opgenomen.
Sloopvoorschriften
Op dit moment bevatten de bestemmingsplannen van Berkelland geen sloopbepalingen.
Aanlegvergunningenstelsel
Artikel 3.3 en afdeling 3.4 van de Wet op de ruimtelijke ordening geven de mogelijkheid het aanleggen van werken geen bouwwerken zijnde te beperken. Daartoe bevatten een aantal bestemmingsplannen voorschriften. Het aantal aanlegvergunningen is zeer beperkt. Hierop kan integrale controle plaatsvinden.
Gebruiksvoorschriften
Het is verboden gronden en gebouwen of bouwwerken in strijd met de bestemming te gebruiken. Alleen de vergunningvrije bouwwerken in bijlage II, artikel 2 van het Bor vormen daar een uitzondering op.
Het patrouillemodel voor planologisch gebruik bestaat uit de oog-, oor- en neusfunctie bij het aan- en afrijden van – en naar geplande controles. De toezichthouders zorgen er voor dat zij regelmatig alle wegen binnen hun rayon bezoeken. Ook de medewerkers opsporing en handhaving hebben een oog-, oor- en neusfunctie.
3.2.6 Reclame
De Algemene plaatselijke verordening bepaalt dat het verboden is reclame te plaatsen. Uitzondering daarop zijn reclame-uitingen die voldoen aan het reclamebeleid. De reclame-uitingen die aan het beleid voldoen zijn meestal reclamevergunningvrij.
Wanneer een reclame-uiting van zodanige omvang is dat deze ook onder de activiteit bouwen valt, vervallen de eisen voor de activiteit reclame. Zo voorkomen wij dubbelwerk.
De medewerkers Handhaving en veiligheid houden toezicht op reclame-activiteiten.