Landbouw en toerisme vormen de belangrijkste economische pijlers in de gemeente Ameland. In verband met de bedrijfsvoering is het voor bepaalde bedrijven in deze categorieën gewenst dat er een tweede bedrijfswoning mogelijk is. Het betreft de grote agrarische bedrijven en de grote recreatiebedrijven (campings).
De verblijfsrecreatieve sector krijgt steeds meer te maken met een intensivering van de bedrijfsvoering. De noodzaak van een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening vraagt van ondernemer en medewerkers een nadrukkelijke aanwezigheid. Het kan daarbij gaan om meer service gerichte activiteiten, toezicht en hulpverlening. De taakverzwaring van de recreatieondernemer kan ertoe leiden dat het noodzakelijk is om één of meerdere plaatsvervangers op het terrein te huisvesten. Zo zijn er op Klein Vaarwater al twee bedrijfswoningen aanwezig en heeft ook Kiekduun aangegeven dat er behoefte is aan een tweede bedrijfswoning.
In de agrarische sector is ook de schaalvergroting op Ameland merkbaar. De grotere bedrijven worden groter en de kleinere bedrijven bouwen af en stoppen op den duur met de agrarische activiteiten. Bij deze grote bedrijven zijn meer arbeidskrachten nodig. Om het welzijn van de aanwezige dieren te kunnen waarborgen is dag en nacht toezicht door één persoon vaak niet meer toereikend. Veelal wordt dan een extra arbeidskracht aangesteld. Het kan dan gaan om een familielid dat in een maatschapsvorm in het bedrijf werkzaam is of om een arbeidskracht die van buiten het bedrijf wordt aangetrokken. Hierdoor ontstaat veelal de wens voor een tweede bedrijfswoning.
De mogelijkheid bestaat uiteraard dat ook verzoeken tot het oprichten van een tweede bedrijfswoning ten behoeve van andersoortige bedrijven worden ingediend. Gezien het karakter van de gemeente is dit minder waarschijnlijk dan bovengenoemde sectoren.
Op 1 januari 2013 is de wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Deze wet bevat een tweetal onderdelen. In de eerste plaats wordt geregeld dat bij verschillende wetten zoals bij Wabo het planologisch regime, en niet langer het feitelijk gebruik, bepalend wordt voor de bescherming die een gebouw of functie geniet tegen negatieve milieueffecten. Het tweede element van de wet heeft specifiek betrekking op zogenoemde plattelandswoningen. Dat zijn (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die (tevens) door derden mogen worden bewoond. De wet regelt dat deze woningen niet worden beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf.
Bij verzoeken voor een tweede bedrijfswoning worden de volgende beleidsuitgangspunten gehanteerd.
Bij de campings wordt een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen op grond waarvan een tweede bedrijfswoning kan worden toegestaan.
Bij de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied wordt de huidige binnenplanse ontheffingsmogelijkheid voor een tweede bedrijfswoning vervangen door een wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan een tweede bedrijfswoning bij agrarische bedrijven kan worden toegestaan. Aan een verzoek voor een tweede bedrijfswoning kan in dat geval medewerking worden verleend als de noodzaak hiervoor is aangetoond.
Een tweede bedrijfswoning kan worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Een tweede bedrijfswoning wordt alleen toegestaan bij een camping of bij een agrarisch bedrijf.
Er wordt geen medewerking verleend aan nieuwbouw van een tweede bedrijfswoning als er al een tweede bedrijfswoning op het perceel aanwezig is, die eerder is onttrokken aan de woningvoorraad en voor ander gebruik dienst doet.
Er moet sprake zijn van een blijvende duurzame en doelmatige voortzetting van het bedrijf, waarbij de ondernemers aannemelijk moeten maken dat het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar. Hiertoe dient een bedrijfsplan opgesteld te worden door een deskundig en onafhankelijk bureau.
Er moet sprake zijn van minimaal twee arbeidskrachten die fulltime werkzaam zijn op het bedrijf, waarbij de hoofdbewoners van de woningen een volwaardig hoofdinkomen uit op het perceel gevestigde bedrijf ontvangen. Dit wordt middels een accountantsverklaring aangetoond bij een bedrijfsomvang die gekenmerkt wordt door een arbeidsinzet van meer dan 2 mensjaren.
Een tweede bedrijfswoning wordt alleen toegestaan als die woning noodzakelijk is voor de hoofdfunctie. Een tweede bedrijfswoning wordt niet toegestaan als dit is voor (een uitbreiding van) de neventak, zijnde een verblijfsrecreatieve functie.
De bedrijfswoning is passend in het gemeentelijke woningbouwprogramma, waarmee Gedeputeerde Staten van Fryslân hebben ingestemd.
Uitgangspunt is dat de tweede bedrijfswoning wordt gebouwd binnen het bouwvlak zoals dat is vastgelegd in het bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.2
Tweede bedrijfswoning
Onderdeel van Beleidsnotitie bedrijfswoningen en personeelshuisvesting gemeente Ameland