Bestaand beleid
Nederland kent verschillende instrumenten die (eventuele) overlast door horeca-inrichtingen kunnen reguleren. Milieuemissies worden via de Wet milieubeheer gereguleerd; overlast die de openbare orde betreft kan op grond van de APV worden tegengegaan.
De gemeente Ameland heeft in haar APV9 Algemeen Plaatselijke Verordening 2005 (artikel 2.3.1.2) een vergunningplicht neergelegd voor horecabedrijven, zodat het woon- en leefklimaat en de openbare orde in de omgeving van het bedrijf preventief kunnen worden beschermd. Onder horecabedrijf wordt verstaan: ‘de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of versterkt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.’
De kern van de regeling is, dat het verboden is een horecabedrijf te runnen zonder exploitatievergunning. Onder het horecabedrijf wordt in dit verband ook het bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden begrepen. De burgemeester moet de vergunning weigeren bij strijd met het vigerende bestemmingsplan. Verder kan de vergunning worden geweigerd:
indien de horecafunctie zich niet verdraagt met het woon- en leefklimaat
indien de horecafunctie zich niet verdraagt met openbare orde belangen.
Bij deze afweging moet rekening worden gehouden met het karakter van de straat of de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen, de aard van het bedrijf en de spanning die al in het gebied aanwezig is en zal komen.
Voorbeeld:
De exploitatievergunning is bestemd voor:
ondernemers die een (horeca)inrichting overnemen of nieuw vestigen;
ondernemers die de exploitatie van een bestaande zaak willen veranderen;
ondernemers die de bestaande (inrichting) willen uitbreiden;
ondernemers die een personele wijziging willen aanbrengen in de houder(s) van de vergunning.
Wat zijn de voorwaarden?
De vergunning geldt voor de persoon en het pand. Wanneer men een bedrijf overneemt, heeft men dus een nieuwe vergunning nodig.
De vestiging moet passen in het bestemmingsplan.
De aanvraag wordt getoetst aan de horecabeleidsnota.
Het is niet toegestaan de inrichting te exploiteren voordat de vergunning is verleend.
Alle leidinggevenden mogen geen antecedenten (strafverleden) hebben (via Drank- en Horecaver-gunning).
Analyse
Het exploitatievergunningstelsel is, naast het bestemmingsplan, een uitermate geschikt instrument om onderscheid te maken in verschillende typen horeca. Het onderscheid in bestemmingsplannen moet ruimtelijk relevant zijn, terwijl in het exploitatievergunningenstelsel op basis van de APV het onderscheid moet zijn gemaakt op basis van aspecten van openbare orde en woon- en leefomgeving (de overlap van bestemmingsplan en APV). Met de exploitatievergunning kan het aantal te verlenen vergunningen (per gebied) worden gelimiteerd, zodat een goede spreiding naar aard en type horeca over de gemeente wordt bevorderd.
Er van uitgaande dat het bestemmingsplan horeca-exploitatie toelaat, is de belangrijkste weigerings- of intrekkingsgrond van de exploitatievergunning eigenlijk de mate van overlast die het horecabedrijf met zich meebrengt voor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf. Zeker bij de eerste aanvraag is dit altijd een momentopname; een inschatting op basis van de aanvraag van de exploitant. Het is niet ondenkbaar dat de wijze van exploitatie naar verloop van tijd toch een grotere aantasting van dat woon- en leefklimaat tot gevolg blijkt te hebben dan aanvankelijk was in geschat.
Voor de vaststelling van eventuele verstoring van het woon- en leefklimaat wordt uitgegaan van de woonomgeving zoals die was ten tijde van de eerste vergunningverlening. Dus bijvoorbeeld uitbreiding van het aantal woningen in de omgeving mag hierbij geen rol spelen. Het bestemmingsplan speelt in dit opzicht een belangrijke rol, omdat op grond daarvan namelijk ook al een eerste inschatting wordt gemaakt van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Het is daarom gewenst om de toetsing van exploitatievergunning en bestemmingsplan goed op elkaar af te stemmen. Ook de definities in bestemmingsplan en APV (exploitatievergunning) moeten op elkaar zijn afgestemd. Het horecabeleidsplan biedt daarvoor een uitstekende grondslag.
De toets is vrij algemeen die op zich goed kan werken in combinatie met het bestemmingsplan en de horecavisie / het horecabeleid. Toch ontbreekt juist de mogelijkheid om op basis van de horecaverordening te sturen op het soort horeca (op horecacategorie), op de relatie met andere functies (zoals winkels en andere bedrijven) en de aanwezigheid van een concentratie van een aantal van dezelfde horeca in een bepaald gebied.
Het systeem zou ons inziens nog beter werken als ook vanuit de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat getoetst kan worden aan de verschillende horecacategorieën.
Momenteel wordt op rijksniveau een wijziging van de Drank- en Horecawet voorbereid. Met deze wijziging wordt (onder meer) beoogd het toetsingskader voor de verlening van de Drank- en Horecavergunning te verruimen, waardoor de toegevoegde waarde van het exploitatievergunningstelsel afneemt. Omdat deze wijziging nog niet inhoudelijk vaststaat en nog geruime tijd niet in werking zal treden, kunnen op dit punt geen concrete acties worden voorgesteld.
Voorstel
Aandacht voor de definitie van de horecacategorieën: de omschrijving van de categorieën in bestemmingsplannen en in het exploitatievergunningstelsel zoveel mogelijk laten aansluiten.
Via exploitatievergunning actief sturen op de vestiging van verschillende soorten horeca, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Criteria hierbij:
vestiging in overeenstemming met de vigerende bestemming;
inpassing in het woon- en leefklimaat en;
belangen van openbare orde (de reeds aanwezige belasting van de omgeving, het karakter van de straat en de wijk, de aard van het te vestigen horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu bloot staat of zal komen te staan;
de mogelijkheid van nieuwvestiging/uitbreiding zoals per gebied in dit plan is vastgelegd.
De exploitatievergunning ook inzetten indien de ondernemer de exploitatie van zijn bestaande zaak wil veranderen of uitbreiden;
Uitbreiden van toetsingscriteria van de exploitatievergunning (bv. ook een toets aan het horecabeleid).
Door de exploitatievergunning mede te toetsen aan het horecabeleid, kan er beter gestuurd worden op de soort inrichting (vallend binnen één horecacategorie van het bestemmingsplan). Indien er plannen zijn de inrichting van een pand te wijzigen (in een inrichting, vallend binnen dezelfde horecacategorie), past deze wijziging binnen het bestemmingsplan, maar zal er een nieuwe exploitatievergunning aangevraagd moeten worden. Deze aanvraag zal o.a. getoetst kunnen worden aan het horeca-beleid. Hiermee heeft de gemeente een aanvullend instrument om ongewenste horecabedrijven tegen te gaan.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.3
Exploitatievergunning
Onderdeel van Horecabeleidsplan gemeente Ameland