Bestaand beleid
Een ondernemer die een speelgelegenheid wil (doen) exploiteren, heeft hiervoor op grond van de APV een vergunning nodig van de burgemeester (artikel 2.3.3.1). Deze vergunning van de burgemeester is niet vereist indien voor de speelautomaten op grond van de Wet op de Kansspelen een vergunning is verleend.
De horecaondernemer die één of meer ‘behendigheidsautomaten’ en ‘kansspeelautomaten’ in zijn bedrijf wil plaatsen, mag dit niet zonder vergunning doen (artikel 30b Wet op de Kansspelen). De Wet op de Kansspelen geeft ook een regeling van de toelaatbare hoeveelheid kansspelautomaten en behendigheidsautomaten per inrichting. Artikel 2.3.3.2 van de APV bepaald dat:
In hoogdrempelige inrichtingen twee speelautomaten zijn toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten;
In laagdrempelige inrichtingen twee speelautomaten zijn toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan.
Voorstel
Bestaand beleid voortzetten en periodiek evalueren met betrokken partijen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.1
Speelautomaten
Onderdeel van Horecabeleidsplan gemeente Ameland