We weten waar we richting 2050 naartoe willen koersen.
Waar willen we staan in 2030?
En wat willen we concreet bereiken in 2025?
3.1 Ambitie 2030.
De energietransitie gaat kortgezegd over energie besparen, opwek van hernieuwbare elektriciteit, duurzame warmtevoorziening en duurzame mobiliteit. Deze opgave ligt voor een belangrijk deel binnen onze gemeente, echter maar het is ook noodzakelijk dat we over onze lokale grenzen heen kijken.
We werken daarom in Holland Rijnland verband samen aan de Regionale Energiestrategie (RES). We committeren ons daarmee aan de ambities van de (concept) RES, in navolging van het Energieakkoord Holland Rijnland dat we in 2017 hebben onderschreven. In 2050 energieneutraal en aardgasvrij betekent dat in 2050 het energieverbruik binnen de regio volledig wordt gedekt door energie uit duurzame energiebronnen of restbronnen. Daarvan komt minstens 80% uit onze eigen regio. De resterende 20% vullen we in door bijvoorbeeld restwarmte of geothermie uit de nabijheid van onze regio. Ook zetten we in op 30% energiebesparing ten opzichte van het energiegebruik in 2014.
Deze ambities zijn alleen haalbaar als het Rijk ons voorziet van instrumenten zoals wet- en regelgeving, stimuleringsmaatregelen en voldoende financiële middelen. Door regionale samenwerking versterken we onze lobby richting het Rijk en daarmee onze toegang tot instrumenten. Ook stemmen we ruimtelijke inpassing van duurzame oplossingen regionaal af. Belangrijk daarbij is dat we ruimte houden om onze eigen beleidskeuzes te maken.
De energietransitie gaat over
besparen, hernieuwbare elektriciteit,
duurzame warmtevoorziening
en duurzame mobiliteit
In 2050 energieneutraal en aardgasvrij
betekent dat het verbruik dan wordt
gedekt door energie uit duurzame
energie- of restbronnen
Hoeveel windmolens en/ofzonnevelden zijn nodig in 2030?
In de Regionale Energiestrategie werken we gezamenlijk aan de ambitie om in 2030 1 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken via grootschalige wind en zon projecten op land. Landelijk is deze ambitie vastgesteld op 35 TWh. In de regio Holland Rijnland regio streven we naar een combinatie van Wind: Zon van 1:1. Dit betekent dat er ongeveer 24 grote windmolens én 450 ha zonnevelden (oost-west) nodig zijn.
Naast Holland Rijnland werken we met vele andere partners samen om de energietransitie te laten slagen. Denk daarbij onder meer aan inwoners, bedrijven, Liander, energiecoöperaties, woningcorporaties, Omgevingsdienst Midden-Holland, Groene Hart Werkt! en maatschappelijk organisaties zoals Bereikbaar Haaglanden en LTO. Als gemeentelijke organisatie geven we het goede voorbeeld door onze eigen assets te verduurzamen, zoals het eigen vastgoed, straatverlichting en wagenpark.
We willen in 2050 energieneutraal zijn. Voor onze lokale ambities in 2030 vormen de nationale ambities en de concept-RES de basis.
Energietransitie, ambitie 2030.
1 Energiebesparing van 1,5% per jaar. 15% besparing in 2030 ten opzichte van 2020.
2. 20% hernieuwbare energiegebruik ten opzichte van het totale bruto verbruik.
3. Opwek hernieuwbare elektriciteit in lijn met de RES-HR.
4. 20% van de bestaande gebouwenvoorraad is aardgasvrij (ready).
5. 17% CO2 reductie in de mobiliteit t.o.v. 1990.
6. Evenwichtige balans tussen vraag en aanbod van energie, bijvoorbeeld voorkomen van congestie.
Toelichting over de energietransitie, ambitie 2030
1. We streven de nationale ambitie na van 1,5% energiebesparing per jaar. Dit moet binnen de eigen gemeentegrens behaald worden. Het gaat over het volledige energiegebruik dus ook transport. Ook met economische groei moet deze besparing gerealiseerd worden. Er wordt uitgegaan van het temperatuur gecorrigeerd verbruik. Er wordt gekozen voor deze nationale ambitie, omdat er in de RES geen verplichting voor besparing is.
2. De landelijke ambitie uit het energieakkoord is 16% hernieuwbaar energiegebruik in 2023. Als we deze lijn doorzetten naar 2030 komen we uit op circa 20%.
3. Landelijk (30 RES regio’s) is de ambitie om 35 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken via grootschalige opwek door wind en zon op land. Regionaal in de RES Holland Rijnland is de gezamenlijke ambitie 1 TWh in 2030.
4. In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen dat in 2030 20% van de gebouwenvoorraad aardgasvrij (ready) moet zijn. Deze landelijke ambitie is overgenomen voor de gemeente.
5. De landelijke ambitie in het klimaatakkoord is 17% CO2 reductie in de mobiliteit t.o.v. 1990. Deze landelijke ambitie is overgenomen voor de gemeente. Er is gekozen voor deze ambitie boven op de energiebesparingsambitie van 1,5% per jaar. De energiebesparingsambitie richt zich op het verminderen van het energiegebruik door gedragsverandering, het gebruik van deelauto’s of fietsgebruik (trias energetica stap 1). De CO2-reductie ambitie richt zich op trias energetica stap 3, het streven naar emissieloos vervoer. In de RES wordt deze ambitie nog uitgewerkt naar een ambitie die beter gemonitord kan worden. Dit nemen we mee in onze aanpak en evaluaties.
6. Dit is een eigen gemeentelijke doelstelling. Deze is nog niet nationaal of regionaal geformuleerd. Deze ambitie is geformuleerd omdat de netbelasting in onze gemeente een belangrijke rol speelt in de mogelijkheden om de duurzaamheidsambities te kunnen halen. Hier zijn we reeds oplossingsgericht mee bezig.
3.2 Strategie en gewenste resultaten 2025.
In de gemeente Alphen aan de Rijn verbruiken we met zijn allen circa 6.300 TJ energie (2019). Dit is ca. 0,3% van het totale verbruik in Nederland. Zoals in figuur 4 is weergeven verbruiken we het grootste deel (57%) van deze energie in de gebouwde omgeving, waar mensen werken en wonen. Woningen consumeren de meeste energie (64%) waarbij het gasverbruik voor met name verwarmen (80%) vier keer zo hoog is al het elektriciteitsverbruik. Ook mobiliteit is een grote energieverbruiker (34%), met als koploper het wegverkeer (86%). We richten ons in dit programma daarom zoveel mogelijk op het verduurzamen van de bebouwde omgeving en mobiliteit. Daarnaast verduurzamen we onze eigen assets, zoals vastgoed, straat-/verkeersverlichting en het wagenpark.
In RES-verband werken we vooral aan een gezamenlijke ambitie, strategie, lobby, financiering en ruimtelijke inpassing. Lokaal werken we vooral aan beleid en concrete (pilot)projecten samen met inwoners, bedrijven en partners. We maken daarbij gebruik van nationale en Europese subsidies. Samen willen we concrete resultaten boeken bij energiebesparing, hernieuwbare opwek elektriciteit, duurzame warmte en duurzame mobiliteit.
Energiebesparing.
Het doel is om jaarlijks 1,5% minder energie (warmte en elektriciteit) te verbruiken. We stimuleren en faciliteren gebouweigenaren tot het nemen van duurzame (no regret-)maatregelen. Dit zijn betaalbare maatregelen die zorgen voor meer comfort, energiebesparing en die passen bij een voorbereiding op een aardgasvrije toekomst. We bieden woningeigenaren actief een ondersteuningsaanbod, zodat zij zich gesteund voelen in de stappen die zij moeten zetten. Denk hierbij aan informatie, energiecoaches, duurzaam bouwloket en het inrichten van een duurzaamheidsplatform. Met de woningcorporaties maken we prestatieafspraken over het verduurzamen van huurwoningen in de komende jaren. Niet iedereen heeft de financiële ruimte om maatregelen te treffen. We geven daarom prioriteit aan inwoners met een smalle beurs en energetisch slechtere woningen.
Overzicht van energieverbruik Alphen aan den Rijn 2019
We stimuleren en faciliteren maatregelen die
zorgen voor meer comfort, energiebesparing
en voorbereiding op een aardgasvrije toekomst
Bedrijven moeten voldoen aan de Wet milieubeheer. Bedrijven die veel energie verbruiken moeten aantonen dat zij duurzaamheidsmaatregelen nemen (omgekeerde bewijslast). Energiebesparing is daarin een belangrijk onderdeel. De Omgevingsdienst Midden-Holland treedt hierin op als handhaver en adviseur. Om bedrijven de komende jaren beter te kunnen ondersteunen bij hun energievraagstukken richten we in Midden-Holland verband een regionaal energieloket voor bedrijven in.
Hernieuwbare opwek elektriciteit.
Voor de opwek van hernieuwbare energie volgen we de lijn van de concept-RES, die in 2021 wordt uitgewerkt in een RES 1.0. De denklijnen uit de concept-RES leiden tot één voorkeursdenkrichting waarbij “opwek langs infrastructuur” de voornaamste zoekgebieden oplevert. Daarnaast zijn door inwoners (enquête) ook kansen benoemd voor opwek op bedrijventerreinen en grote parkeerplaatsen. Brede maatschappelijke betrokkenheid is nodig vanwege de impact op het landschap en de leefomgeving. Inwoners en bedrijven worden daarom actief betrokken bij locatiekeuzes.
Met de RES lobbyen we niet alleen bij het Rijk voor instrumenten om opwek mogelijk te maken. We proberen ook de Provincie te bewegen om meer ruimte te geven aan opwek van hernieuwbare energie. Daarnaast wordt in onze RES ook ingezet op zonnepanelen op grote daken.
We ondersteunen initiatieven vanuit de samenleving. Zo is door Zon op Alphen één van de grootste postcoderoosprojecten van Nederland gerealiseerd op het dak van Rijnvicus. Ook is het in de afgelopen jaren gelukt om ruimte in regels te verkrijgen voor de realisatie van de eerste zonneweides en een zonnevijver. Voor windenergie is die ruimte er (nog) niet. We streven ernaar dat omwonenden mee kunnen profiteren van zon- of windprojecten in hun directe omgeving. Lokaal eigenaarschap is dan ook één van de belangrijke uitgangspunten van de RES en het Klimaatakkoord. Zo willen we lokale initiatieven van bijvoorbeeld energiecoöperaties en inwonerscollectieven stimuleren en onderzoeken we of we als gemeente mee kunnen investeren.
Zon op daken stimuleren we bij inwoners en organisaties onder meer met onze duurzaamheidsleningen. Voor bedrijven doen we dit projectmatig, bijvoorbeeld per sector (agrarisch samen met LTO) of gebiedsgericht (Bedrijventerrein Rijnhaven).
We ondersteunen initiatieven vanuit
de samenleving, zo is ‘Zon op Alphen’
gerealiseerd op het dak van Rijnvicus
Netcongestie.
Als het aanbod van duurzame energie groter is dan de capaciteit van het elektriciteitsnet ontstaat netcongestie (verstopping). Dit is een veel voorkomend probleem in Nederland. Zo ook in bepaalde delen van onze gemeente, zoals Hazerswoude-Dorp, Alphen aan den Rijn (ten zuiden van de N11) en Boskoop. Hier is voor veel ondernemers de limiet van het elektriciteitsnet een belemmering voor de groei en verduurzaming van hun
bedrijfsactiviteiten. Zij kunnen op dit moment niet tijdig de gewenste aansluiting op het elektriciteitsnet verkrijgen. Met netbeheerder Liander wordt intensief gewerkt aan uitbreiding van de netcapaciteit. Zo wordt in de komende jaren in Boskoop een nieuw regelstation gebouwd.
In pilotprojecten zoeken we samen met bedrijven en partners naar oplossingen voor deze congestiegebieden. Zo wordt op het ITC-PCT terrein gekeken of een lokaal elektriciteitsnetwerk (LEC) uitkomst biedt. Ook wordt met agrariërs gekeken of opslag van opgewekte elektriciteit in accu’s of waterstof een oplossing biedt. Dit biedt tevens kansen voor verduurzaming van agrarisch vervoer.
Lokaal elektriciteitsnetwerk ITC-PCT terrein.
Lokale ondernemers, de Greenport, ENGIE en de Gemeente Alphen aan den Rijn hebben de handen ineengeslagen om op het ITC-PCT terrein een Local Energy Community (LEC) te realiseren. Dit betekent dat het bedrijventerrein zichzelf gaat voorzien van lokaal opgewekte duurzame elektriciteit uit zon en wind, onafhankelijk van het publieke elektriciteitsnet. Op deze manier krijgen ondernemers meer zekerheid rondom investeringen en kunnen zij toch groeien en verduurzamen.
Duurzame warmte (aardgasvrij).
De RES zet voor de Holland Rijnland gemeenten in op een regionaal warmtenetwerk gevoed met restwarmte uit de regio Rotterdam en nieuw aan te boren energiebronnen, waaronder geothermie. Onderzocht wordt of de warmteleiding van Rotterdam naar Den Haag door te trekken is naar Leiden en zoveel mogelijk aangrenzende regiogemeenten. Vanwege de afstand tot dit tracé valt onze gemeente op dit moment buiten de scope van dit project. Restwarmte uit de Rotterdamse regio speelt daarom voor de korte termijn geen rol van betekenis binnen onze gemeente.
In de komende jaren zal samen met inwoners en bedrijven worden onderzocht wat voor onze gemeente een optimale mix is van duurzame en hernieuwbare warmtebronnen. Denk daarbij aan aquathermie, zonthermie, (ondiepe) geothermie, groen gas, waterstof en omgevingswarmte. Dit leidt tot een energiebronnenstrategie die onderdeel is van de Transitievisie Warmte (TVW) die eind 2021 wordt opgeleverd.
We zoeken naar een optimale mix van
duurzame en hernieuwbare warmtebronnen,
denk aan aquathermie, zonthermie, groen
gas, waterstof en omgevingswarmte
Hoe we de gebouwde omgeving aardgasvrij gaan verwarmen in 2050 beschrijven we in de TVW. Deze wordt opgesteld in samenwerking met onder meer inwoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en netbeheerder. In de TVW maken we een voorlopige keuze voor een duurzame warmtevoorziening per wijk en geven aan met welke wijken we al voor 2030 gaan starten. Dit doen wij aan de hand van het reeds vastgestelde Afwegingskader Warmte. Concreet streven wij ernaar om in 2030 ca. 9.200 bestaande woningen aardgasvrij (ready) te maken.
Vooruitlopend op de TVW werken we gebiedsgericht aan pilotprojecten. Zo werken we, onder meer samen met woningcorporatie Woonforte en de Alrijne Zorggroep, aan het duurzame warmte project in de Planetenbuurt.
Concreet streven wij naar
9.200 aardgasvrije (ready)
bestaande woningen in 2030
Duurzame mobiliteit.
Duurzame mobiliteit draagt naast CO2-reductie ook bij aan een gezondere leefstijl, een veiligere leefomgeving en een betere bereikbaarheid van de dorpen, kernen en de stad Alphen aan den Rijn, de regio en de omliggende gebieden.
In de RES Holland Rijnland werken we regionaal aan andere, schonere en slimmere mobiliteit:
• Anders: we zetten in op gedragsverandering en stimuleren andere (duurzame) manieren van vervoer, zoals wandelen, (e)-fietsen, openbaar vervoer en deelconcepten.
•Schoner: we richten ons op emissieloos (collectief) vervoer, op uitbreiding van laadinfrastructuur en andere ontwikkelingen zoals waterstof.
•Slimmer: we maken gebruik van nieuwe technologische mogelijkheden en benutten daardoor beter de bestaande infrastructuur.
Lokaal stimuleren we emissieloos rijden door verbetering van de laadinfrastructuur. We plaatsen openbare laadpalen op basis van prognoses. In samenwerking met bedrijven onderzoeken we de mogelijkheden voor snellaad stations en waterstof vulpunten. Daarnaast voeren we campagnes voor het stimuleren van openbaar vervoer, deelauto’s en fietsgebruik. Bij nieuwbouwontwikkeling maken we al in de planfase keuzes voor meer duurzame vormen van mobiliteit, zowel in de openbare ruimte als in de privédomeinen. Voor goederenvervoer over water is al een eerste oplaadstation voor elektrische binnenvaartschepen gerealiseerd (zie kader). Daar kunnen op termijn ook elektrisch aangedreven vrachtwagens opgeladen worden.
Emissieloze stadslogistiek is een belangrijke maatregel voortkomend uit het Klimaatakkoord. Het aantal vrachtwagens en bestelauto’s in de centra groeit immers gestaag door toename van online winkelen. Dit heeft een negatieve invloed op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid maar ook op de luchtkwaliteit, gezondheid en biodiversiteit. In 2025 willen we efficiëntere en zero emissie goederenvervoer in alle centra hebben bereikt, zodat de leefbaarheid en de (economische) vitaliteit toeneemt. Berekeningen laten zien dat invoering van een emissievrije zone in de centra jaarlijks meer klimaat (CO2-uitstoot) en gezondheidsbaten (schone lucht) oplevert dan de jaarlijkse kosten daarvan.
Duurzame logistieke hub in Alphen aan den Rijn.
Alphen aan den Rijn heeft de primeur met het eerste oplaadstation voor elektrische binnenvaartschepen van Nederland op de Overslag Terminal Alphen ‘Alpherium’. In combinatie met nieuwbouw ontwikkeling op de Steekterpoort, waar grote zonnedaken mogelijk zijn, kan dit een kans zijn voor het ontwikkelen van een duurzame logistieke hub in Alphen aan den Rijn. Dit geeft ook een impuls aan innovatie en werkgelegenheid en trekt duurzame, logistieke bedrijven aan.
In 2025 willen we efficiënt en
‘zero emissie’ goederenvervoer in
alle centra, zodat leefbaarheid
en vitaliteit toenemen
Wat kan waterstof ons bieden?
Waterstof kan, naast grondstof voor de industrie, ook ingezet worden als energiedrager om duurzaam opgewekte energie op te slaan en te transporteren naar gebruikers. De Rijksoverheid wil de productie en toepassing van duurzame waterstof verder ontwikkelen. Haar strategie is dat groene waterstof eerst moet worden benut voor toepassing waar geen andere duurzame alternatieven voor zijn.
De voorkeursvolgorde van toepassing is dan: Kunstmestproductie - Hogetemperatuur industrie - Opslag en transport van energie - Mobiliteit - Gebouwde omgeving
In de gemeente Alphen aan den Rijn richten wij ons, bij afwezigheid van die industrie (zie 1 en 2), op de kansen van opslag en transport en mobiliteit. De verwachting is dat de komende jaren de bijdrage van waterstof zeer beperkt zal zijn voor de verwarming in de gebouwde omgeving. Er is nog weinig groene waterstof beschikbaar en de prijs hiervan is hoog.
Waterstof kan uitkomst bieden in het opvangen van piekbelastingen op het elektriciteitssysteem en vormt zo een goede buffer en manier om elektriciteit uit windenergie en zonne-energie op te slaan. Hier liggen kansen bij agrariërs en kwekers in onze gemeente met veel ruimte en grote daken.
Verder kan waterstof als duurzame brandstof worden ingezet voor mobiliteit. Hiervoor is het zaak dat de komende jaren de kip-ei situatie doorbroken wordt. Zonder waterstoftankstations gaan mensen geen waterstofauto rijden en is er voor pomphouders dus geen verdienmodel. Er zijn diverse Alphense bedrijven bezig met waterstofontwikkeling en -toepassing. We werken in de regio Groene Hart aan een kennisnetwerk en een regionaal programma in samenwerking met ondernemers en partijen die hier initiatief in nemen en hier businesskansen in zien.
Gemeente geeft het goede voorbeeld in de energietransitie.
Als gemeente investeren we zelf ook in energiebesparing, hernieuwbare opwek en duurzame warmte voor onze assets, zoals vastgoed, straat-
/verkeersverlichting en het wagenpark.
In de verduurzaming van ons vastgoed gaan we verder dan no-regret maatregelen. We streven naar een energie neutrale, circulaire en klimaat adaptieve vastgoedportefeuille. Hiervoor actualiseren we de bestaande uitgangspunten en ontwikkelen we een routekaart met een duidelijke koers. We houden hierbij o.a. rekening met: gebouwkenmerken, wensen vanuit maatschappelijke ontwikkeling, duurzaamheidsimpact, natuurlijke momenten, mee koppel kansen en financiële draagkracht. Ook is er aandacht voor dat wat de organisatie nodig heeft om deze doelstelling te halen. Denk daarbij aan kennisontwikkeling, budget, monitoring en evaluatie.
Openbare verlichting wordt vervangen
door LED verlichting en langs fietspaden
plaatsen we lichtmasten met zonnepanelen
We besparen energie op onze assets in de openbare ruimte door monitoring van het energiegebruik. De openbare verlichting vervangen we door LED verlichting. Dit is in de afgelopen jaren al voor circa 65% van onze lichtmasten (ruim 21.000 stuks) gedaan. Langs fietspaden met een school-/thuisroutefunctie plaatsen we lichtmasten met zonnepanelen en accu’s. Er zijn al ruim 500 solarmasten geplaatst. De ontwikkelingen voor de mogelijkheid van het toepassen van solarverlichting in woonbuurten volgen we op de voet. We verlichten alleen waar en wanneer dit nodig is om lichtvervuiling en verstoring van de natuur zoveel mogelijk te beperken.
Voor ons eigen wagenpark vervangen we (op natuurlijke momenten) fossiel aangedreven auto’s door elektrische auto’s. We onderzoeken of deze e-auto’s ook ingezet kunnen worden als deelauto buiten kantooruren. Bij de grote vrachtwagens is nog geen volledig elektrische oplossing haalbaar. Wel hebben we al drie plug-in hybride vuilniswagens aangeschaft. Ook onderzoeken we de mogelijkheid voor rijden op waterstof in combinatie met waterstoftankstations. Totdat er een goed zero-emissie alternatief is, gebruiken we het meest duurzame alternatief voor diesel zoals HVO-diesel . Daarmee is onze CO2 uitstoot aanzienlijk verminderd. We volgen de nieuwste ontwikkelingen van voertuigen met een CO2-neutrale aandrijving ‘af fabriek’ op de voet en doen praktijktesten met demo voertuigen in de komende jaren.
Daarnaast hebben we aandacht voor duurzaam woon-werkverkeer van onze medewerkers en meer fietsgebruik tijdens werk zoals onder meer het inspecteren van speeltuinen en bezoeken van bedrijven.
Hoe meten we dat en hoe werken we informatie gestuurd?
Bij de keuze van wijkaanpakken werken we al informatie gestuurd. Informatie over onder meer bouwjaar, aardgasverbruik, gebouweigenschappen en sociaaleconomische indicatoren leidt tot onderbouwde keuzes van wijken waar we aan de slag gaan met energiebesparing en de warmtetransitie. Op die manier maken we ook prognoses voor het plaatsen van laadpalen voor elektrische auto’s in de openbare ruimte.
Monitoring is voor activiteiten gericht op de energietransitie nog in ontwikkeling. Het meten van energieverbruiksgegevens is nog niet real time mogelijk. Daardoor weten we effecten vaak (veel) later. Op dit moment maken we gebruik van diverse informatiebronnen. Jaarlijks verstrekt Liander informatie op postcode 6 niveau over gasverbruik, elektriciteitsverbruik en terug levering van elektriciteit. We zoeken uit hoe we deze data kunnen koppelen aan de activiteiten die we uitvoeren, om zo meer te kunnen zeggen over de (langjarige) effecten van onze activiteiten en om deze bij te kunnen sturen.
Vanuit de Nationale Klimaatmonitor beschikken we, met een vertraging van 1,5 jaar, over gegevens van energiegebruik, CO2-emissies en duurzame opwek per sector. Deze landelijke cijfers worden teruggerekend naar gemeenten en geven slechts een indicatie van onze prestaties. De klimaatmonitor is dan ook moeilijk bruikbaar om het directe effect van onze gemeentelijke activiteiten te monitoren.
De effecten en resultaten van onze projecten houden we bij in de CO2-projectenmonitor van de regio Midden-Holland. Denk daarbij aan hoeveel inwoners en bedrijven bereikt worden, welke maatregelen aan energiebesparing of duurzame opwek zij treffen en welke CO2-emissiereductie dat heeft opgeleverd.
Met een klimaatbegroting berekenen we vooraf welke bijdrage onze maatregelen en projecten kunnen hebben aan de benodigde CO2-emissiereductie verdeeld over de sectoren.
Gewenste
resultaten
in 2025.
Voor de korte termijn willen we in 2025 samen met onze inwoners, organisaties, bedrijven en scholen de volgende tussenresultaten bereiken:
Energietransitie, gewenste resultaten 2025
1. Energiebesparing van 1,5% per jaar, 7,5% besparing in 2025 ten opzichte van 2020.
a.15% gebouw gebonden energiebesparing voor het gemeentelijk vastgoed. De eerste tranche van de Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed is uitgevoerd.
b. 90% van de openbare verlichting is vervangen voor LED.
c. 80% van de inwoners en bedrijven dragen bij aan het bereiken van energietransitie doelen.
d. Jaarlijks helpen we minimaal twee initiatieven vanuit de samenleving verder.
4. De Transitievisie Warmte is vastgesteld.
a. Verwarmingsalternatieven voor alle wijken zijn bekend inclusief tijdpad tot realisatie.
b. De uitvoeringsstrategie uit de TVW is uitgewerkt in een programma Op weg naar aardgasvrij.
c. De startwijken die een alternatieve warmtevoorziening krijgen zijn benoemd.
d. In twee wijken is gestart met de uitvoering.
2. 16% hernieuwbare energiegebruik ten opzichte van het totale bruto verbruik.
5. We werken aan schonere, slimmere en andere mobiliteit in lijn met de RES-HR. Lokaal leidt dit tot:
a. Zero emissie goederenvervoer in alle centra.
b. Een laadinfrastructuur passend bij de benodigde laadcapaciteit voor elektrische voertuigen.
c. De aanleg van treinstation Hazerswoude-Rijndijk en de invoering van elektrische stadsbussen.
d. 20% meer fietsgebruik t.o.v. 2015.
e. Toename van minimaal twee (commerciële) deelauto’s per jaar.
3. De RES-HR is vastgesteld.
a. De opgave/aanpak van opwek hernieuwbare elektriciteit voor de gemeente is bekend.
b. De vergunningen zijn verleend.
6. Voor de congestieproblematiek op het ITC-PCT terrein is een oplossing gerealiseerd. Smart grid wordt verkend bij twee andere projecten.