Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Klimaatadaptatie en biodiversiteit

Onderdeel van Duurzaamheidsprogramma 2021-2030

We weten waar we richting 2050 naartoe willen koersen. Waar willen we staan in 2030? En wat willen we concreet bereiken in 2025? 4.1 Ambitie 2030. Klimaatadaptatie. De aarde warmt op, waardoor het klimaat snel verandert. Dit heeft hoge temperaturen, hitte, droogte en een hogere zeespiegel tot gevolg. In het stedelijk gebied - waar relatief weinig groen is - loopt de temperatuur onaangenaam hoog op en leidt tot hittestress. Ook zien we hevige neerslag in korte tijd (piekbuien) met als gevolg dat water op straat komt te staan en tot overlast en/of schade leidt. Voor de agrarische sector, die in Alphen aan den Rijn sterk vertegenwoordigd is, hebben droogte, hitte, verzilting en wateroverlast grote impact. Sommige teelten zijn in de toekomst in onze regio wellicht niet meer mogelijk of alleen na grote investeringen in bijvoorbeeld waterbuffering en irrigatie. Er ontstaan ook kansen voor nieuwe teelten. Als we tijdig de juiste maatregelen treffen, hebben we minder last van deze effecten en houden we onze omgeving leefbaar, nu en voor toekomstige generaties. Dit aanpassen noemen we klimaatadaptatie. Adaptatie is nodig om te komen tot een klimaatbestendige omgeving. De Alphense veenbodem is gevoelig voor klimaatinvloeden. Zo daalt de bodem in veengebieden door oxidatie bij lage grondwaterstanden. In veen- en kleibodem kan een lage grondwaterstand ook tot funderingsschade leiden en slechtere groeiomstandigheden voor beplanting. Gemeenten in het Groene Hart hebben te kampen met bodemdaling, bodemverzilting en kwel en een afnemende waterkwaliteit. Bodemdaling in het Groene Hart is in de regio een probleem voor zowel stad als platteland. In de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart werken we samen aan manieren om bodemdaling te verminderen en beter om te gaan met de gevolgen van bodemdaling als deze optreedt. De aarde warmt op, waardoor het klimaat snel verandert, adaptatie is nodig om een klimaatbestendige omgeving te bereiken Biodiversiteit. Door de toename van intensieve landbouw en verstedelijking staat de natuur steeds meer onder druk en worden natuurgebieden meer en meer versnipperd. Steeds meer dieren- en plantensoorten verdwijnen of worden bedreigd door klimaatverandering. Ook nemen, als gevolg van menselijk handelen, de biodiversiteit, bodem-, lucht- en waterkwaliteit af. Het ecosysteem wordt hierdoor verstoord. Zo zijn bijvoorbeeld bijen als bestuivers belangrijk voor ons eten. Als die verdwijnen, kunnen wij bepaalde groenten en fruit niet meer produceren. De invloed van klimaatverandering op biodiversiteit is echter niet tegen te gaan. Flora en fauna zal zich geleidelijk en in de loop van de tijd aanpassen aan het nieuwe klimaat. Het is van groot belang dat we in de komende jaren actief zorgen voor het behoud en uitbreiding van biodiversiteit en natuur. Onder andere door inzicht te krijgen in de huidige staat van de natuur in openbaar gebied en door het herstellen en/of aanleggen van water- en groenstructuren. Een biodivers leefklimaat draagt in hoge mate bij aan diverse maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, energie, gezond wonen en leven, voedselproductie en recreatie. Het is van groot belang dat we actief zorgen voor behoud en uitbreiding van biodiversiteit en natuur In 2050 willen we klimaatbestendig zijn en een goed leefklimaat bieden voor plant, dier en mens. Samenwerking met andere overheden, organisaties, inwoners en bedrijven is noodzakelijk om passende klimaat adaptieve en groen-blauwe maatregelen te nemen. Als gemeentelijke organisatie geven we het goede voorbeeld, bij onder meer gebiedsontwikkeling en beheer en reconstructies in de openbare ruimte. In 2030 willen we de volgende ambities bereiken. Klimaatadaptatie en biodiversiteit, ambitie 2030. 1. We zijn voorbereid op weersextremen zoals piekbuien, droogte en hitte. •De geprioriteerde knelpunten voortkomend uit de stresstesten en risicodialogen zijn opgelost. •In 30% van de bestaande bebouwde omgeving (gebouwen en openbare ruimte) zijn klimaat adapatieve maatregelen genomen. Voor de resterende 70% is in beeld welke maatregelen nodig zijn. •Gebiedsontwikkeling gebeurt volgens het convenant Klimaat adaptief bouwen (klimaat adaptief en natuur inclusief). 2.We hebben een handelingsperspectief voor toekomstbestendig bouwen en wonen in relatie tot bodemdaling. 3.We hebben een regionale visie en handelingsperspectief voor transitie in landgebruik en instandhouding van het veen. 4. De biodiversiteit is vanaf 2021 toegenomen. 4.2 Strategie en gewenste resultaten 2025. We hebben als gemeente slechts ten dele invloed op klimaatadaptatie en biodiversiteit. We realiseren ons dat een aanzienlijk deel buiten onze invloedsfeer ligt bij andere partijen. Dit programma is aanvullend op bestaande regionale en landelijke regelingen en afspraken. Hier houden we rekening mee in onze aanpak. We volgen de landelijke aanpak (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, Deltaplan Biodiversiteitsherstel) voor deze transitie en geven hier de volgende lokale invulling aan. Herinrichten en vervangen (beheer). Nieuwe aanleg en herinrichting van de openbare ruimte zien wij als een natuurlijk moment om klimaat adaptieve maatregelen te nemen en de biodiversiteit te vergroten. Ook bij elke vervanging is dit het uitgangspunt. We willen dit vroegtijdig meenemen in de ontwikkeling van projecten waarbij onze aanpak gebiedsgericht en integraal is. Wij kijken op wijk- en straatniveau hoe we wateroverlast kunnen voorkomen en meer en divers groen kunnen toevoegen. Dat lukt niet overal door bijvoorbeeld de wens van inwoners voor meer parkeerplaatsen. Hoe we het bovenstaande op een juiste manier in het werkproces invoeren en wat daar dan voor nodig is wordt onderzocht en uitgewerkt. In onze beheerplannen houden we al rekening met de ontwikkeling van biodiversiteit. Zo behalen we met ons huidige bermbeheer en maaibeheer al maximaal resultaat hierin. We kijken o.a. met IVN regelmatig waar dit nog verbeterd kan worden. Daarnaast zoeken we naar oplossingen voor het watergeven van groen in de steeds drogere zomers. Denk daarbij aan droogtesensoren waarmee we gerichter water kunnen geven. In brede zin onderzoeken we ook hoe we de uitvoering van het beheer in de openbare ruimte verder kunnen verduurzamen. Waar gemengde riolering ligt, willen we op een doelmatige manier waar mogelijk hemelwater afkoppelen en lokaal bergen. Minder hemelwater in het afvalwater helpt tegen wateroverlast, vermindert het energieverbruik voor transport naar de zuivering en verhoogt de effectiviteit van het zuiveringsproces. Natuurinclusieve gebiedsontwikkeling en (ver)bouwen. Natuur en biodiversiteit dragen in hoge mate bij aan maatschappelijke opgaven:. Klimaatadaptatie. •Groen houdt water vast, zorgt voor verkoeling bij hitte en neemt CO2 op. Gezond wonen en leven. •Uitzicht op veel en gevarieerd groen vanuit de woning levert een hoger welzijnsgevoel en minder stress op. •Meer groen in de wijk leidt tot een aanzienlijke verbetering van de luchtkwaliteit. Waarde. •Woningen grenzend aan groen hebben een hogere waarde. •Veel groen in een wijk leidt tot lagere kosten voor de volksgezondheid. •Groene werkomgeving leidt tot hogere arbeidsproductiviteit. •Goede water- en groenstructuren zijn van meerwaarde voor ecologische verbinding tussen stad en land. Recreatie, sociale cohesie en ontmoeten. •Groene gebieden in de wijk (o.a. stadslandbouw) zorgen voor ontmoeting. •Water en groen in een wijk bieden recreatiemogelijkheden. •In een groene omgeving voelen mensen zich veiliger en ligt criminaliteit en verloedering op een lager niveau. Ecologie en klimaatadaptatie vinden we belangrijke meewegende principes bij gebiedsontwikkeling. Door een gebrek aan binnenstedelijke plancapaciteit is woningbouw aan de stadsranden noodzakelijk met oog voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en ecologische verbindingen. We willen natuur inclusief (ver)bouwen door op, aan of in nieuwe of bestaande woningen voorzieningen te treffen die ruimte bieden aan diverse diersoorten en groen (zie kader). Daarnaast volgen we samen met de ontwikkelende partijen het convenant Klimaat adaptief bouwen met uitgangspunten voor wateroverlast, biodiversiteit, hitte, droogte en bodemdaling. Voorbeelden hiervan zijn: het Perspectief Landschap en Stad, met de ontwikkeling van een gezonde, ecologische en duurzame Noordrand I, herontwikkeling Aarhof en Groen-Blauw Stadshart (zie kader). Samen werken aan een klimaatbestendig Stadshart, gezonde inwoners en een vitale economie. Het programma Groen-Blauw Stadshart is even ambitieus als realistisch. Het biedt kansen om Alphen aan den Rijn op een duurzame manier te profileren, met brede maatschappelijke en economische effecten en businesskansen voor de sierteelt. De vijf thema’s gezondheid, vergroening, waterbeheer, slimme en schone stadslogistiek en energietransitie zijn onderling met elkaar verbonden, waardoor de positieve effecten over en weer versterkt worden. De kracht van dit programma zit juist in die samenhang; door te investeren in water en groen verzilveren wij de blauw-groene waarden die de natuur ons biedt en bouwen wij aan een vitale en leefbare stad die ook voor de volgende generaties aantrekkelijk zal zijn. Groen-Blauw Stadshart Alphen aan den Rijn Bewustwording en faciliteren. Inwoners, bedrijven en organisaties willen we bewust maken van de urgentie van klimaatadaptie en biodiversiteit. We sporen hen aan om zelf ook maatregelen te nemen, zoals het vergroenen van tuinen en verbeteren van waterbuffering in tuinen. Dit doen we onder meer in samenhang met reconstructies in de openbare ruimte. Voorbeelden hiervan zijn Operatie Steenbreek, subsidieregeling klimaat adaptieve maatregelen en Groenblauwe schoolpleinen. Ook ondersteunen we met Eetbaar Alphen de aanleg van pluktuinen en eetbare aanplant. Denk daarbij onder meer aan een moestuin voor het Rijnvicus restaurant, inspirerende workshops, diverse wijk- en buurttuinen en het educatieve pilotproject Prinses Irenebos. In de agrarische sector liggen nog kansen voor meer natuur inclusieve landbouw en biodivers landschap. Denk daarbij onder meer aan ruimte voor bloemrijke akkerranden en slootkanten en geriefhoutbosjes. Lobby voor groen-blauwe diensten met een passend verdienmodel voor ondernemers agenderen we in regionaal verband op de juiste tafels. Calamiteiten beheersen. Calamiteiten, zoals wateroverlast door dijkdoorbraken, dijkverschuivingen (door droogte) of piekbuien, willen we voorkomen. Als het toch ‘mis’ gaat, dan is het belangrijk te weten hoe te handelen om deze calamiteiten te beheersen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt op diverse niveaus. Zo is de Veiligheidsregio op regionaal niveau en het Hoogheemraadschap op watersysteem niveau aan zet. Wij komen in actie bij calamiteiten op wijk- en straatniveau. Denk daarbij aan het in veiligheid brengen van mensen en het beperken van schade. Samenwerken. Klimaatadaptatie en biodiversiteit vergroten kunnen we niet alleen: meer dan de helft van het gemeentelijk grondgebied is eigendom van andere beheerders, particulieren en bedrijven. We stimuleren deze partijen en werken met hen samen om klimaat adaptieve en biodiverse maatregelen uit te voeren. Door in onze eigen organisatie meer integraal en gebiedsgericht te werken binnen gemeentelijke projecten krijgen we zicht op mee koppel kansen en kunnen we veel impact realiseren. Regionaal werken we op dit onderwerp onder meer samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland, de Veiligheidsregio, de Greenport, Hart van Holland en Rijn- en Veenstreek. In Rijn- en Veenstreek verband zijn afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het aanpakken van bodemdaling, het reduceren van stikstof in combinatie met natuurherstel en het ondersteunen van de landbouwsector bij de hervorming naar duurzame, vernieuwende bedrijfsmodellen. Lokaal werken we onder meer samen met Naturalis, IVN, vogelwerkgroepen, Landbouw Economisch Instituut (LEI) en bomenpanel Alphen aan den Rijn. Onderzoeken (informatiegestuurd werken). Op landelijk, provinciale en regionale schaal is veel informatie bekend over wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen, bodemdaling, gebiedskenmerken en biodiversiteit. Zo zijn met stresstesten de kwetsbaarheden in kaart gebracht in de klimaatatlas Alphen aan den Rijn. Deze informatie beoordelen en interpreteren we aan de hand van onze lokale kennis en informatie (bijv. riolerings- en groengegevens) en risicodialogen met partners. Daarmee bouwen we een integraal kennissysteem dat ons ondersteunt bij het stellen van prioriteiten en het opstellen van een gebiedsgerichte aanpak. Dit systeem houden we actueel door nieuwe onderzoeks- en ervaringsgegevens hierin te verwerken. Zoals vastgelegd in het bomenbeleid onderzoeken we met behulp van i-Tree wat de waarde van bomen is als het gaat om hemelwaterregulering, afvang vervuilende stoffen en invloed op temperatuur. De opgedane kennis uit pilotprojecten wordt weer ingezet voor nieuwe projecten in de openbare ruimte. Dit wordt nu bijvoorbeeld gedaan in het project Prinses Irenebos. Door integraal en gebiedsgericht te werken kunnen we veel impact realiseren Waterveiligheid. Hoewel de kans op een overstroming als gevolg van een dijkdoorbraak bij primaire en regionale keringen klein is, is de impact op de samenleving en maatschappij enorm groot. Er liggen in de gemeente geen primaire keringen. Wel vele regionale keringen: polderkaden en keringen langs grote watergangen zoals de Oude Rijn, de Gouwe en het Aarkanaal. De verantwoordelijkheid voor deze keringen ligt voornamelijk bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en de provincie Zuid-Holland. De gemeente anticipeert, voor zover mogelijk, op calamiteiten door passende inrichting van de openbare ruimte. Bij calamiteiten zijn de gemeente en de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor de crisisbeheersing. Wateroverlast (piekbuien). De afgelopen jaren hebben we steeds vaker te maken met hevige piekbuien. In de stresstest zijn locaties aangewezen waar een extreme bui van 100 mm in 2 uur wateroverlast zal geven. Lichte hinder hiervan is niet te voorkomen en is acceptabel. Letsel en economische schade moeten echter voorkomen worden. Om overlast te beperken, wordt het bestaand systeem van riolering en watergangen robuuster gemaakt en wordt intensief samengewerkt met HHR. Regenbuien worden naar verwachting steeds heviger. Daarom is het belangrijk dat we bij herinrichting, renovatie en nieuwbouw hemelwater zoveel mogelijk afkoppelen, en lokale buffering stimuleren. Tegengaan van wateroverlast is opgenomen in het gemeentelijk Watertakenprogramma 2021-2024. Daarnaast onderzoeken we het waterbergend vermogen van groen. Droogte. Droogte is in onze regio een betrekkelijk nieuw fenomeen. In de stresstest zijn de gevolgen van droogte benoemd zoals een lage grondwaterstand, versnelde bodemdaling en verzilting. Dit leidt tot schade aan natuur en ecosystemen, productiegewassen, funderingen en infrastructuur. Om deze schade te beperken is het noodzakelijk dat hemelwater in opslagvoorzieningen, bodem en oppervlaktewater wordt vastgehouden en niet meer zo snel mogelijk wordt afgevoerd. Dit is een uitdaging voor bestaande wijken en bedrijventerreinen met weinig oppervlaktewater en veel verharding. Daarnaast is bijvoorbeeld de Greenport Boskoop een aandachtsgebied waar voldoende zoetwater voorradig moet zijn om planten in droge perioden te beregenen. Hitte(stress). Ook hitte is een betrekkelijk nieuw fenomeen. In de afgelopen jaren komen langere perioden met temperaturen boven de 30 graden steeds vaker voor. In onze gemeente zijn 12 wijken benoemd met een hoger risico op hittestress. Op onze hittekaarten vallen vooral het centrumgebied en de bedrijventerreinen op. Om hittestress te beperken is realiseren van meer schaduwplekken, minder verharding en meer groen en open water noodzakelijk. Dit biedt tevens kansen voor meer biodiversiteit. Extra aandacht is nodig daar waar kwetsbare groepen wonen. Zo realiseren we een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving óók tijdens hitte. Bodemdaling. Bodemdaling in het Groene Hart is een probleem voor zowel stad als platteland. We kunnen bodemdaling niet stoppen, maar wel maatregelen ontwikkelen om ermee om te gaan. Samen met zeven lokale overheden en het Rijk werken we aan een Regio Deal bodemdaling Groene Hart. Het doel hiervan is om in triple helix verband handelingsperspectief te bieden en innovatieve oplossingen te vinden zowel voor de stedelijke als de landelijke problematiek rondom bodemdaling. Hieraan wordt een vervolg gegeven met een NOVI-pilot project. Daarin werken we aan het tegengaan van bodemdaling in combinatie met het versterken van landschap en vitaliteit. Onderzocht wordt hoe we het landgebruik in balans kunnen brengen met bodem, water en biodiversiteit en hoe we toekomstbestendig kunnen bouwen en wonen in relatie met bodemdaling. Biodiversiteit. De biodiversiteit neemt sterk af. Behoud en uitbreiding van biodiversiteit en natuur is van groot belang. Om biodiversiteit te vergroten is het noodzakelijk dat we bloemrijke bermen, gevarieerd groen, stadslandbouw en voedselbossen realiseren en dit duurzaam beheren. Door kleinschalige projecten in de wijk kunnen we bewustzijn vergroten. Ook willen we natuurinclusief bouwen (zie kader). De ecologische verbinding tussen stad en buitengebied willen we verbeteren door groen- en waterstructuren te herstellen. In het agrarisch gebied zoeken we gezamenlijk naar oplossingen zoals bloemrijke akkerranden en slootkanten en herstel boerenerfbeplanting. We zetten in op recreatie met respect voor natuur door bijvoorbeeld elektrisch varen te stimuleren voor verbetering van de waterkwaliteit. Gewenste resultaten in 2025. Voor de korte termijn willen we in 2025 samen met betrokken partners de volgende tussenresultaten bereiken:. Klimaat adaptatie en biodiversiteit, gewenste resultaten 2025. 1. In de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie zijn de knelpunten uit de stresstest en risicodialogen geprioriteerd, passende maatregelen bepaald en in uitvoering gebracht. 2. Voor de bestaande bebouwde omgeving (bebouwing en openbare ruimte) is in beeld welke klimaat adaptieve maatregelen nodig zijn en deze maatregelen zijn minimaal in 10% van de bestaande bebouwde omgeving uitgevoerd. 3. Klimaatadaptatie en biodiversiteit en het nut om in te grijpen is bij 90 % van de inwoners en bedrijven bekend. 4. De effecten van klimaatverandering op het grondwaterpeil in bebouwd gebied zijn onderzocht en er is voor urgente gebieden een beheerplan opgesteld. 5. Er zijn minimaal twee gebieden in ontwikkeling volgens het convenant Klimaat adaptief bouwen (klimaat adaptief en natuur inclusief). 6. Er zijn minimaal twee pilots ‘toekomstbestendig bouwen en wonen’ op de veenbodem in ontwikkeling. 7. Een visie en uitvoeringsprogramma voor het buitengebied is gereed en op basis daarvan vindt gebiedsgericht overleg plaats over o.a. bodemdaling, klimaatadaptatie en biodiversiteit. 8. Biodiversiteit is vergroot door: a. Behoud, uitbreiding en verrijking van het bomenbestand. In een aantal pilots is een methode ontwikkeld die de waarde van bomen meetbaar maakt. b. Natuur vriendelijk beheer en (her)inrichting openbaar gebied. c. Minimaal 10 stadslandbouwprojecten in samenwerking met partijen te realiseren, aanvullend op particuliere initiatieven zoals voedselbossen en voedselcoöperaties. d. Het stimuleren van vergroenen van gebouwen en particuliere terreinen en tuinen met aandacht voor insect- en bij vriendelijk en eetbaar groen. e. Toepassing van een puntensysteem natuur inclusief bouwen in de bebouwde omgeving. f. Water- en groenstructuren met elkaar te verbinden, o.a. door het nemen van passende flora en fauna maatregelen (via stepping stones), zodat barrières overbrugd worden.

Rechtspraak bij dit artikel