Naar hoofdinhoud

Artikel 11

SAMENVATTING

Onderdeel van Parkeernota gemeente Renkum 2014-2020

Par. / Hfdst. Highlight 1 • Deze Parkeernota vervangt de Parkeernota 2003 volledig en geldt vanaf de datum van vaststelling, samen met het GVVP, als het vigerende parkeerbeleid. • In de Parkeernota zijn de uitvoeringskaders opgenomen, waarmee alle parkeervraagstukken adequaat en transparant kunnen worden afgehandeld. 2.1 Deze Parkeernota is een aanvulling met werkbare uitvoeringskaders op het GVVP. 2.6 • Er wordt bij het bepalen van de parkeerkencijfers voor onze gemeente uitgegaan van: - Een ongeveer gelijkblijvend bevolkingsaantal, waarbij de groep ouderen toeneemt; - Een blijvende stijging van het autobezit, zij het een iets minder sterke stijging van de jaren voor 2008; • In 2014 worden beleidsregels opgesteld over het omgaan met (het parkeren en opladen van) elektrische auto’s. • De toename van het aantal benodigde oplaadplekken voor elektrische fietsen wordt opgenomen in de in 2014 op te stellen ‘Lokale aanpak fiets’. 3.1 • Er wordt in de gemeente Renkum geen betaald parkeren ingevoerd. • Vanaf 1 januari 2015 wordt vergunningparkeren of het verstrekken van ontheffingen (met het doel op één bepaalde locatie of binnen één gebied een aparte parkeerregeling te treffen voor een beperkte groep gebruikers) in nieuwe situaties niet meer toegepast. • Voor de Wilgenpas (vergunningen) en de Beyerstraat (ontheffingen op het parkeerverbod) wordt gezocht naar een gedragen alternatief, waarna ook hier deze situaties worden opgeheven. • Waar nodig wordt, afgestemd op de situatie, een parkeerverbod of verbod om stil te staan ingevoerd om een parkeersituatie op te lossen. 3.2 • De blauwe zone in Oosterbeek wordt grotendeels gehandhaafd met de tijdsduur, begrenzing en ontheffingsregeling zoals die nu geldt, met als uitzondering Plein 1946 en de directe omgeving, waar de parkeersituatie en ontheffingsregeling in 2014 worden geoptionaliseerd. • Er wordt onderzocht of op het Raadhuisplein een afwijkend regime soelaas biedt, zoals bijvoorbeeld het toestaan van maximaal 3 uur (in plaats van 1,5 uur) parkeren. 3.3 • In Renkum wordt de mogelijkheid opengelaten een (kleinschalige) blauwe zone in te voeren. • Parkeeronderzoek wordt ingepland om de gewijzigde parkeersituatie in Renkum goed in beeld te brengen. 3.4 • In Doorwerth wordt de mogelijkheid voor een kleinschalige blauwe zone open gelaten. • De (lopende) ontwikkelingen in Doorwerth worden getoetst aan deze Parkeernota. 3.5 • In Heveadorp, Heelsum en Wolfheze wordt geen blauwe zone ingevoerd. 4 Bij bestaande situaties in ‘krappe’ woonwijken wordt op basis van een concrete (aan)vraag uit de buurt of door de mogelijkheid ‘werk met werk’ te kunnen maken, de parkeersituatie beoordeeld, met een goede afweging van de overige belangen (zoals groenvoorzieningen) en ook in relatie tot de rest van die specifieke wijk. 5.2 Om voor een gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking te komen, moet aan elk van de volgende vier voorwaarden worden voldaan: • De aanvrager heeft geen parkeergelegenheid op eigen terrein; • De aanvrager bezit een GPK voor bestuurder of is in het bezit van een gehandicaptenvoertuig; • De aanvrager heeft een blijvende of toenemende invaliditeit; • De beschikbare parkeerplaatsen zijn dusdanig vaak bezet dat parkeren in de directe omgeving van de woning of bestemming vaak niet mogelijk is. Het college van B&W beoordeelt of hier in de specifieke situatie sprake van is. 5.3 Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangelegd bij: • Publieke gebouwen of bestemmingen (zoals gemeentehuis, bibliotheek): 5% van het totaal parkeerareaal; • Openbare parkeerterreinen: 1 GPP op 50 parkeerplaatsen; • Bij appartementencomplexen. Per geval wordt beoordeeld hoeveel GPP’s er komen en waar ze komen te liggen. 5.4 Bij overlijden of verhuizing van de houder van de GPP of wijziging van een bestuurderskaart naar een passagierskaart, wordt eerst overlegd met de nabestaande uit hetzelfde huishouden. Als deze persoon ook een GPK heeft, blijft de GPP op kenteken liggen, anders komt deze te vervallen. 5.5 Afmetingen van gehandicaptenparkeerplaatsen worden gehanteerd op basis van (in volgorde van belangrijkheid): • Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen (ASVV), CROW • Programma van Eisen, gemeente Renkum • Afwijkingen in bijzondere gevallen, naar beoordeling van het college van B&W 6.3 • In 2014 wordt een onderzoek naar een (centrale) vrachtwagenparkeerplaats afgerond. Eventuele herziening van het vrachtwagenparkeren in onze gemeente (waaronder mogelijk deze vrachtwagenparkeerplaats) vindt plaats in 2015. • Onderdeel van dit onderzoek is het zoeken naar een alternatief op industrieterrein Schaapsdrift of op het terrein van Parenco, in nauw overleg met de ondernemers. • Zodra het vrachtwagenparkeren is herzien, wordt de verwijzing naar de bedrijventerreinen (en zonodig naar een centrale vrachtwagenparkeerplaats) herzien en aangepast. 6.4 • Laden en lossen op de rijbaan wordt niet toegestaan op doorgaande wegen waar tevens een HOV-lijn rijdt. • De laad- en losplaatsen worden in principe selchts op een bepaald deel van de dag beschikbaar voor laden en lossen, de rest van de dag voor gewoon parkeren. • Het beleid in de Dorpsstraat in Renkum wordt ongewijzigd gecontinueerd. 7 • Het fietsparkeren wordt opgenomen in de in 2014 op te stellen ‘Lokale aanpak fiets’, die als aanvulling op het GVVP wordt vastgesteld. • De fietsparkeerbehoefte wordt, vooruitlopend op de ‘Lokale aanpak fiets’, bepaald op grond van de kencijfers uit de ASVV (2012). • Het type fietsparkeerbeugel wordt toegepast zoals dat in het Programma van Eisen voor de inrichting van openbare ruimte is opgenomen. • Weesfietsen kunnen worden verwijderd op de locaties zoals die in het aanwijzingsbesluit zijn vastgelegd. Als er andere gewenste locaties bijkomen, kan het aanwijzingsbesluit worden aangepast. 8.1 Het college van B&W kan voor parkeerverboden, verboden om stil te staan en de parkeerschijfzone ontheffingen verlenen op grond van de Wegenverkeerswet. Voor overige parkeerexcessen kan dit op grond van de APV. Dit blijft ongewijzigd. 8.2 De Wegsleepregeling blijft van kracht. 9 • Wij blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor mobiliteitsmanagement binnen de gemeentelijke organisatie en behouden de bestaande, zoals het Nieuwe Werken, de openbaar vervoer abonnementen voor medewerkers. • Wij gaan de komende jaren nadrukkelijk in overleg met bedrijven binnen onze gemeente om samen te zoeken naar (nieuwe) mogelijkheden op het gebied van mobiliteitsmanagement, voor die bedrijven persoonlijk, maar ook mogelijkheden die in het algemeen voor onze inwoners kunnen bijdragen. 10.1 • De richtlijnen uit publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012), van het CROW hanteren wij als basis voor de beoordeling van parkeervraagstukken in gemeente Renkum. Zodra deze publicatie wordt herzien, geldt de nieuwe versie. • Gemeente Renkum kent (in 2012) een omgevingsadressendichtheid van 830 en valt daarmee in de categorie ‘Weinig Stedelijk’. 10.2 • In onze gemeente gaan wij bij het beoordelen van een parkeervraagstuk in principe altijd uit van het gemiddelde van de in Publicatie 317 opgenomen bandbreedtes. • Voor het vaststellen van de beschikbare parkeerruimte wordt voor de parkeerplaatsen op eigen terrein niet het daadwerkelijke aantal aangehouden, maar een berekeningsaantal, conform tabel 5 in de Parkeernota. • Wanneer een (te hoge) parkeerdruk in een wijk het effect is van het niet meer mogelijk zijn van parkeren op een groot aantal particuliere opritten, komt de gewenste normering in die wijk 0,8 parkeerplaats per woning lager te liggen. • Voor het halen en brengen van kinderen bij (basis)scholen wordt vanwege de korte piekperiode de specifieke rekenmethode toegepast, zoals die is opgenomen in par. 10.2.3 in de Parkeernota. • Voor met name grootschalige ontwikkelingen waarbij functies elkaar aanvullen en gecombineerd parkeren mogelijk is, moet de parkeerbehoefte worden bepaald aan de hand van een parkeerbalans, zoals dit in par. 10.2.6 van de Parkeernota is opgenomen. Het opstellen van een parkeerbalans is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. • Bij het bepalen van een parkeerbalans wordt uitgegaan van de aanwezigheidspercentages en de piekmomenten zoals die in Publicatie 317 van het CROW zijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel