Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.1.

Locomotiefboulevard als ruggengraat van de buitenruimte van de spoorzone

Onderdeel van Beleidsregels ruimtelijke structuur Spoorzone 2019, deelgebied Zwijsen

De Locomotiefboulevard is, zoals omschreven in het Koersdocument Spoorzone, onderdeel van een groter geheel, namelijk de lijn van Koepelhal tot UWV-kantoor. Het is de stedenbouwkundige ruggengraat van de Spoorzone en functioneert als langzaam verkeerroute. De boulevard is een continue voetgangersgebied van NS-Plein tot aan de Gasthuisring, welke de verschillende deelgebieden aaneenrijgt. De Locomotiefboulevard verleidt gebruikers en bezoekers om vanuit de OV-knoop en Stationspassage het gebied te ontdekken. Op inrichtingsniveau is er een nadrukkelijke verwantschap met het oostelijk deel van de Spoorzone. De Locomotiefboulevard is één doorgaande lijn, opgebouwd uit een aantal segmenten. Deze segmenten kleuren mee met het gebruik en de aanliggende gebouwen en functie. Elke onderbreking werkt als een ‘vestibule’ die een inkijk geeft in het achterliggende gebied, een relatie legt met de aan de vestibule gelegen buitenruimte en zo uitnodigt om de Spoorzone verdere verkennen. De continuïteit van de Locomotiefboulevard wordt gewaarborgd door een eenduidige inrichting (maatvoering, materialisering, beplanting) en een overal herkenbare identiteit en karakter. De Locomotiefboulevard met ‘vestibules’ De Locomotiefboulevard is in het gebied Zwijsen een herkenbare en uitnodigende verbindende lijn tussen de hoven en loopt parallel aan de parkeergarage. Aan de oostzijde van het Burgemeester Stekelenburgplein gaat de Locomotiefboulevard ter plaatse van Plan-T en de fietsenstalling over in een rechte en eenduidige lijn richting de Koepelhal. Aan de westzijde van het Burgemeester Stekelenburgplein is ter plaatse van de Polygonale loods en de kop van de parkeergarage sprake van een richtingverdraaiïng en een geknikt tracé van de Locomotiefboulevard. Met een meer vrije positionering van het eerste gebouw van Zwijsen, het zogenaamde ‘Kopgebouw’ met daaraan de ‘neus’, wordt de knik manifest gemaakt. Vanaf het kopgebouw en de entree van de Parkeergarage wordt de rechte en eenduidige lijn van de Locomotiefboulevard in westelijke richting weer opgepakt. De vrije positie van het Kopgebouw, maakt het gebouw onderdeel van de reeks gebouwen die het Burgemeester Stekelenburgplein als centrale open ruimte van de Spoorzone definiëren (Plan T, De Brabander, Clarissetoren, Kopgebouw Zwijsen). Het Kopgebouw vormt de prelude van de stoet gebouwen van Zwijsen. De neus aan het kopgebouw heeft een bemiddelende rol tussen de maat en schaal van het van Stekelenburgplein en de kloeke gebouwen van Zwijsen. Samen met de Polygonale loods en de Houtloods figureert de neus in de centrale open ruimte van de Spoorzone. In samenhang met de bijbehorende buitenruimte voegt het Kopgebouw (inclusief de neus) zich in de uitwaaierende lijnen rond de Polygonale loods. De Locomotiefboulevard is samen met de hoven structurerend voor de doorwaadbaarheid van het gebied. Deze is onderdeel van een groter en fijnmazig netwerk van routes in een bredere context. De routes zijn levendig, aantrekkelijk en veilig en interacteren met de gebouwen en omgeving. De toegangen en plinten van de gebouwen leveren een bijdrage aan het activeren van het openbaar gebied van de Locomotiefboulevard, het Burgemeester Stekelenburgplein en hoven, hierbij wel rekening houdende met voorschriften op gebied van vluchten van het spoor af op grond van de beleidsregel “Externe Veiligheid” De Locomotiefboulevard heeft een breedte van minimaal 9 meter, gemeten tussen de hoofdmassa van de parkeergarage en volumes van Zwijsen. De ambitie is om de Locomotiefboulevard tussen de spoordijk en het UWV, door te trekken richting Gasthuisring als onderdeel van de verbinding met het Spoorpark en in verdere westelijke richting naar de universiteit. Hiertoe wordt nu ruimte gelaten tussen het westelijke woongebouw F en de parkeergarage.

Rechtspraak bij dit artikel