De afweging en de keuze om al dan niet over te gaan tot gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater vergt een zorgvuldige voorbereiding. Dat geldt ook voor de uitwerking van het gebiedsbeheerplan. Voor de gevalsgerichte aanpak bevat de Wbb de procedurele aspecten. In de Verordening bodemsanering Almelo 2006 staan aanvullende eisen en voorwaarden.
Bij een gebiedsgerichte aanpak ligt het anders. De Wbb bevat slechts een kader hiervoor, geen specifieke regels. Deze paragraaf gaat in op de procedurele aspecten van de gebiedsgerichte aanpak. Deze aspecten liggen in de lijn van de Wbb.
5.4.1Beslissing tot vaststelling
Dit beleid vormt de kaders voor de gebiedsgerichte aanpak. Hoe de gebiedsgerichte aanpak er precies uit ziet, en welke gebieden er binnen deze aanpak vallen, wordt beschreven in het gebiedsbeheerplan. De gemeenteraad is bevoegd om de kaders in dit beleidsplan vast te stellen, het college stelt het gebiedsbeheerplan vast. Het gebiedsbeheerplan kan gevolgen hebben voor derden. Het vaststellen van het gebiedsbeheerplan betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en wordt uitgevoerd volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.9 Dit houdt in dat het ontwerp gebiedsbeheerplan voor inspraak wordt vrijgegeven voordat het plan definitief wordt vastgesteld. Als er na de vaststelling van het gebiedsbeheerplan nieuwe afkoopovereenkomsten worden gesloten hoeft het plan niet per definitie opnieuw in procedure. Bij een positieve afwijking ten opzichte van de doelstelling hoeft er enkel een instemming met het gewijzigde plan van het bevoegd gezag te komen. Bij een negatieve afwijking ten opzichte van de doelstelling moet het gebiedsbeheerplan opnieuw vastgesteld worden met het doorlopen van bijbehorende procedure.
5.4.2Uitvoeringsregels
De Wbb kent een aantal uitvoeringsregels voor de aanpak van grondwaterverontreinigingen in het diepere grondwater. Bij de gebiedsgerichte aanpak moet daarom rekening gehouden worden met regels betreffende de volgende onderwerpen:
a. De gegevens die worden overlegd bij een verzoek om een gebiedsgerichte aanpak in te stellen;
b. Het verrichten van bodemonderzoek ter voorbereiding van het plan;
c. De onderwerpen die in het plan moeten worden opgenomen;
d. De monitoring en evaluatie van de voortgang van de gebiedsgerichte aanpak.
5.4.3Overname publiekrechtelijke verantwoordelijkheid
Het gebiedsbeheerplan vervangt de beschikkingen van verontreinigingen die mee doen aan de gebiedsgerichte aanpak. Vanaf de inwerkingtreding van de gebiedsgerichte aanpak worden de verontreinigingen benaderd volgens het gebiedsbeheerplan. Probleemhouders kunnen hun saneringsverplichting en aansprakelijkheid afkopen bij de gebiedsbeheerder. Zij worden dan publiekrechtelijk gevrijwaard voor hun saneringsverplichtingen. De overname van de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid houdt in dat deze probleemhouders worden gevrijwaard van alle verplichtingen die zij volgens de Wbb hebben met betrekking tot de verontreiniging. Men is dus niet meer tot sanering of monitoring van die verontreiniging verplicht. Ook kan men geen saneringsbevel vanuit het bevoegd gezag meer krijgen. De verplichtingen worden overgedragen aan de gebiedsbeheerder. De verontreiniging, zowel beschikt als niet beschikt, wordt dan opgenomen in het gebiedsbeheerplan. Het karakter van de overname van de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid is ingegeven door de gevolgen die deze regeling heeft. De reguliere saneringsregeling van de Wbb (publiekrechtelijke regelgeving) is na de overname door de gebiedsbeheerder immers niet meer van toepassing. Met de overname van de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de sanering van de verontreiniging is niet tevens de privaatrechtelijke aansprakelijkheid voor de gevolgen van die verontreiniging overgenomen. Het civielrecht biedt wel mogelijkheden voor een gehele of gedeeltelijke overname, het bevoegd gezag kan hier zelf in beslissen. Ook als het gebiedsbeheerplan al in werking is getreden kunnen nog steeds nieuwe probleemhouders instappen. De betreffende probleemhouder treedt met de gebiedsbeheerder in overleg over de afkoop. Indien een overeenkomst bereikt wordt zal de beschikking worden opgenomen in het gebiedsbeheerplan.
5.4.4Aanpak bronzone
Bij gebiedsgericht grondwaterbeheer wordt de bronzone van de pluimzone gescheiden, tenzij met de gebiedsbeheerder wordt afgesproken dat ook de bronzone wordt afgekocht. In dat laatste geval is de gebiedsbeheerder volledig verantwoordelijk voor de betreffende grondwaterverontreiniging. Als er geen volledige afkoop plaatsvindt, blijft de probleemhouder verantwoordelijk voor de aanpak van de bronzone. De aanpak van de bronzone wordt dan beschouwd als een deelsanering. Op de deelsanering zijn de reguliere regels van artikel 40 van de Wbb en de Verordening bodemsanering Almelo 2006 van toepassing. Zo wordt de omvang en de risico’s in beeld gebracht.
5.4.5Gebiedsgerichte aanpak en nieuwe gevallen van verontreiniging (zorgplicht)
Aangezien er naast bekende gevallen buiten het gebied mogelijk nieuwe gevallen van bodemverontreiniging ontdekt kunnen worden, blijft de gevalsgerichte aanpak bestaan. Hiervoor geldt de zorgplicht van artikel 13 van de Wbb. Dit artikel bepaalt dat een nieuw geval direct en voor zover mogelijk moet worden gesaneerd. Deelname aan de gebiedsgerichte aanpak ligt daarom niet voor de hand.
5.4.6Gevalsgerichte aanpak binnen de gebiedsaanpak
De kans bestaat dat niet alle probleemhouders binnen het beheergebied mee willen doen aan de gebiedsgerichte aanpak en daarom niet overgaan tot afkoop van hun verontreiniging in het diepe grondwater. In dat geval valt de probleemhouder onder het reguliere regime van de Wbb en blijft het mogelijk om gewoon de probleemhouder via de traditionele, gevalsgerichte aanpak te benaderden. In dat geval gaat het bevoegd gezag de bestaande afspraken met de probleemhouder handhaven. De kans bestaat dat de probleemhouder actieve maatregelen moet gaan nemen om de verontreiniging te saneren of beheersen. Het is dus mogelijk dat er een gevalsgerichte aanpak binnen een gebiedsaanpak plaatsvindt. Het is aan de probleemhouder zelf om al dan niet mee te doen aan de gebiedsgerichte aanpak.
5.4.7Toezicht en handhaving
In het kader van toezicht en handhaving komt de gemeente, naast de rol van bevoegd gezag en gebiedsbeheerder, een derde rol toe. Namelijk die van toezichthoudend en handhavend bestuursorgaan. Als gebiedsbeheerder moet de gemeente voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en aan de inhoud van het gebiedsbeheerplan. Om dit te waarborgen zal er toezicht gehouden worden op de uitvoering van dit plan. De gemeente Almelo heeft bij de uitvoering in de dagelijkse praktijk te maken met meerdere rollen. Tot nu toe is een goede scheiding hiervan geborgd binnen de gemeentelijke organisatie middels een fysieke en organisatorische scheiding binnen de gemeente Almelo. Deze borging wordt ook toegepast bij de uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak. Afhankelijk van de invulling van het gebiedsbeheerplan moet het bestaande toezicht- en handhavingsbeleid voor bodem van de gemeente Almelo aangepast worden.