Alvorens inhoudelijk op de welstandsnota in te gaan dient hier met nadruk geconstateerd te worden, dat een welstandsnota een gevaar in zich heeft: conformisme. Immers, vanuit de bestaande situatie wordt een karakteristiek opgemaakt, waarin massa, kapvormen, kleuren, materiaalgebruik en wat al niet beschreven worden. Op basis van deze karakteristiek worden criteria geformuleerd die vrijwel altijd door het bestaande bepaald worden; dus houten kozijnen in de omgeving van houten kozijnen. Wanneer iedere aanvraag zich hieraan houdt ontstaat conformisme en daarmee stilstand of erger: achteruitgang.
Daar het leeuwendeel van de aanvragen om omgevingsvergunning betrekkelijk kleine bouwactiviteiten betreft is het risico van een veel grotere vrijheid bij de criteria groot. Vaak zal het
leiden tot vormen van onaangepastheid. Maar dan wel op een zodanige wijze, dat de samenhang in een project of met de omgeving onder druk komt te staan. Vandaar dat de criteria primair op conformisme gericht zijn.
Het is echter van groot belang dat er voldoende ruimte en liefst zelfs een stimulering is van het zoeken naar nieuwe vormen en cultuurontwikkeling. Daar moet een welstandsnota nadrukkelijk ruimte voor bieden. Het volgende citaat van Gunnar Daan is in dat opzicht illustratief (opgenomen in “Een eigenaardig huis”, uitgeverij 010, 2001):
‘Elk nieuw gebouw maakt inbreuk op de bestaande situatie. Er verdwijnt ruimte of een uitzicht, een route of bestaande bebouwing. Er gaat altijd een herinnering verloren. Het stelt er iets voor in de plaats dat er thuis moet raken. Aanhechting van het ontwerp aan de plek is dan voorwaarde. Door het overnemen van een bestaande contour of rooilijn, een richting of structuur, door een hoffelijke reactie op bestaande kleuren of materialen, of juist door een contrastrijke dialoog met naburige gebouwen gaat het ontwerp een beslissende verhouding met de omgeving aan. Het actuele architectonische commentaar op de oude situatie houdt die context levend. Als het goed is profiteert de plek van nieuwgebouwde aanwinst en baat omgekeerd het nieuwe huis de omgeving uit.’