In de veranderende samenleving waarbij ook onze rol als gemeentelijke overheid verandert, zijn er verschillende manieren om taken te organiseren, zoals; zelf doen, inkoop, subsidie verlenen en samen met andere gemeenten een taak uitvoeren in een gemeenschappelijke regeling. Ongeacht de manier van uitvoeren is de gemeente verantwoordelijk voor de inhoudelijke aansturing of opdrachtverlening en controle daarop en voor de financiële consequenties voor de eigen organisatie. In onderstaand schema wordt dit weergegeven:

Schema 1. Samenwerkingsrelaties

Groen = Samenwerkingsrelaties

De gemeente gaat alleen een samenwerkingsrelatie aan waar het gaat om activiteiten die een publiek belang betreffen. De term “publiek belang” is geen vastomlijnd begrip. Het is een begrip waarvan de inkleuring voorbehouden is aan de politiek. De overheid heeft verschillende middelen cq. instrumenten om een publiek belang te behartigen. Zij kan dit doen door middel van wet- en regelgeving. Daarnaast is het mogelijk om via een subsidie of een overeenkomst ervoor te zorgen dat continuïteit van publieke belangen blijft geborgd. De overheid kan ook met verbonden partijen die continuïteit van publieke belangen borgen. In dat geval gebruikt de overheid dus een “op afstand” geplaatste zelfstandige of verzelfstandigde organisatie om het publiek belang te behartigen. Soms schrijft de wet een verbonden partij voor, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio op basis van artikel 9 Wet Veiligheidsregio’s.

Publiek belang

In het rapport ‘Het borgen van publiek belang’ geeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aan dat het antwoord op de vraag of sprake is van een publiek belang primair van politiek/ideologische aard is en daarom door de overheid (lees gemeente) zelf moet worden gegeven. In bijlage A1 wordt hier uitgebreider bij stil gestaan en als handreiking een aantal criteria genoemd.