3.4.1 Veldwerkzaamheden

Voor het opstellen van de kaart zijn veldwerkzaamheden en analyses uitgevoerd. De verdeling van deze werkzaamheden is opgenomen in tabel 3.2.

Tabel 3.2 Uitgevoerde werkzaamheden en analyses

Zone

Aantalboringentot2,0m-mvofgrepen

Aantalanalysesbovengrond*

(0–0,5m-mv)

Aantalanalysesondergrond*(0,5–2,0m-mv)

AW2000

25

25

25

Wonen

25

25

25

Gebiedsspecifiek Enschede

25

25

25

Gebiedsspecifiek Hengelo

25

25

25

Gebiedsspecifiek Oldenzaal

25

25

25

Zandvangers vrij toepasbaar (20 stuks)

100

20

-

Zandvangers niet vrij toepasbaar (20 stuks)

100

20

-

TOTAAL

125boringenen200grepen

165

125

Er zijn in totaal 125 boringen uitgevoerd tot 2,0 m -mv. Deze boringen zijn ruimtelijk verdeeld over de zones, waarbij in elke zone 25 boringen zijn geplaatst.

Het Waterschap vechtstromen heeft per type zandvanger (‘Vrij toepasbaar’ en ‘Niet toepasbaar’) 20 locaties verspreid over de regio geselecteerd voor bemonstering en analyse op PFAS.

Per locatie (40 stuks) is met behulp van vijf grepen een mengmonster in het veld samengesteld. De zandvangers zijn vanaf de waterkant bemonsterd.

Het veldwerk is uitgevoerd door de erkende veldwerker J. (Jos) Marsman van Tauw op 20 januari tot 14 februari 2020 onder certificaatnummer K54913). Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten met betrekking tot het veldwerk wordt verwezen naar bijlage 1. De situering van de boorpunten is weergegeven op de kaart in bijlage 2. De boorprofielen zijn te vinden in bijlage 3.

Alle monsters van Tauw zijn door één en dezelfde veldwerker genomen met hetzelfde materieel en zijn in hetzelfde laboratorium onderzocht. Zo wordt beïnvloeding door monstername en analysemethode op de ruimtelijke verdeling uitgesloten.

Voor de bewerking zijn twee bodemlagen aangehouden:

• De bovengrond van 0 – 0,5 m -mv

• De bodemlaag rond de grondwaterstand van maximaal 0,5 m dik tussen 0,5 en 2,0 m -mv

3.4.2 Laboratoriumanalyses

Van elke boring is de bovengrond tot 0,5 m -mv geanalyseerd op PFAS. Van elke boring is ook één monster van de ondergrond geanalyseerd (maximale bodemlaag 0,5 m dik). Hierbij is gevarieerd in het dieptetraject van 0,5 tot 2,0 m -mv, afhankelijk van de grondwaterstand. De uitgevoerde analyses zijn te vinden in tabel 3.2.

Dieptetraject

De dieptetrajecten zijn gekozen op basis van hetgeen het THK aangeeft met onderbouwing van RWS Leefomgeving (Bodem+) ten aanzien van de verdachte bodemlagen. Gezien de verspreidingsroute van PFAS via atmosferische depositie is de bovengrond (0-0,5 m -mv) voornamelijk verdacht op het voorkomen van PFAS. Verder is PFAS mobiel en goed oplosbaar in water. Om deze reden wordt ook de ondergrond rond de grondwaterstand aangemerkt als mogelijk verdacht. Uit de boringen blijkt dat de grondwaterstand varieert van 1,0 tot dieper dan 2,0 m -mv. Veldmonsters van variërende dieptes in de ondergrond en waar mogelijk rond de grondwaterstand zijn geanalyseerd.

Aanvullende data gemeente Almelo

Van de gemeente Almelo waren al wel PFAS-gegevens beschikbaar die conform de eisen voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart zijn verzameld. Voor verdere details verwijzen we naar het separate rapport (Statistische kentallen PFAS - gemeente Almelo. Tauw, kenmerk R001-1272743EVF- V03-rlk-NL, d.d. 6 april 2020). De monsters van Almelo zijn geanalyseerd op 28 PFAS-parameters (advieslijst Bodem+). Verder is er indicatief onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van GenX door drie monsters per zone in de bovengrond te analyseren. Hieruit is gebleken dat GenX niet aangetoond is (kleiner dan detectielimiet).