Uit de analyses blijkt dat er voornamelijk PFOS en PFOA wordt aangetroffen. De P80 is voor geen enkele andere PFAS verhoogd ten opzichte van de voorlopige achtergrondwaarde met uitzondering van de zandvangers (zie hieronder). De getoonde waarden in tabel 4.1 betreffen detectielimieten. Incidenteel zijn wel een enkele overige PFAS aangetoond in de bovengrond maar dat is nergens klasse bepalend.

Opmerkelijk is dat de zandvangers op basis van PFAS een tegenovergestelde kwaliteit hebben als voor de overige parameters. In de zandvangers ‘Niet toepasbaar’ worden de overige PFAS ook niet tot nauwelijks aangetroffen. Dit beeld komt overeen met de aangetroffen PFAS-waarden op landbodem. De zandvangers ‘Vrij toepasbaar’ laten echter een ander beeld zien. Hier zijn incidenteel sterk verhoogde waarden gemeten voor overige PFAS-stoffen. Voor drie overige PFAS-stoffen overschrijden de maximaal aangetroffen waarden de toepassingsnormen voor PFAS.

Met name N-methylperfluoroctaansulfonamide acetaat is sterk verhoogd aangetroffen met een maximale waarden van 11 µg/kg d.s.. Het is onduidelijk wat hiervan de oorzaak is. Op basis van deze resultaten zijn de locaties met de sterk verhoogde waarden uitgesloten (zie hoofdstuk 5).