Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Rijksverantwoordelijkheid

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Hoeksche Waard

Het beleid voor archeologische rijksmonumenten is het primaat van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het ministerie beschikt over twee uitvoeringsorganen: de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Erfgoedinspectie. 1.2.1 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed De RCE (voorheen Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten) fungeert als nationaal kennisinstituut op het gebied van archeologie. De dienst speelt een centrale rol bij het aanwijzen en afvoeren van archeologische rijksmonumenten en bij het verlenen van vergunningen voor bodemverstorende activiteiten op terreinen van archeologische rijksmonumenten. Bij overtredingen van de Monumentenwet kan de RCE bestuursrechtelijk handhaven. De RCE is verantwoordelijk voor het beheer van archeologische gegevens in de nationale databank ARCHIS en de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Deze AMK geeft een overzicht van de belangrijkste archeologische terreinen in Nederland en is ontwikkeld in samenwerking met provinciale en gemeentelijke archeologen. Complementair aan de AMK is de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Laatst genoemde kaart geeft in globale lijnen de kans op het aantreffen van archeologische resten weer. De RCE treedt verder op als bevoegd gezag bij gemeentegrensoverschrijdende projecten, bijvoorbeeld grote infrastructurele projecten waar archeologie in het geding is (zoals de Hoge Snelheidslijn en de Betuwelijn). Tevens behandelt de dienst de aanvragen voor opgravingvergunningen en beoordeelt het de uitkeringsaanvragen van provincies en gemeenten in het kader van de excessieve kosten regeling (zie 2.5.3). Een dergelijke uitkering kan verleend worden wanneer er bij verplicht archeologisch onderzoek kosten gemaakt zijn die redelijkerwijs niet geheel door de betreffende overheid te dragen zijn. 1.2.2 Erfgoedinspectie De Erfgoedinspectie treedt op nationaal niveau op als toezichthouder inzake de naleving van de regels voor behoud, beheer en omgang met het cultureel erfgoed en stimuleert verbeteringen op dit gebied. Hoewel de inspectie onder het ministerie van OCW valt, werkt de dienst onafhankelijk en kan daardoor haar bevindingen objectief vaststellen. Waar nodig treedt de Erfgoedinspectie op bij incidenten. Daarnaast adviseert het de minister van OCW over de verbetering van regelgeving. De sectie Archeologie van de Erfgoedinspectie ziet toe op de naleving van de wet bij archeologische opgravingen en de omgang met vondsten en wettelijk beschermde archeologische monumenten. Specifiek wordt gekeken of de opgravingen voldoen aan de in de beroepsgroep geldende normen en kwaliteitseisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). In het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg wordt er gecontroleerd op de wetenschappelijke merites van bijvoorbeeld de Programma’s van Eisen. Ook toezicht op de naleving van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), welke met de introductie van de marktwerking in het archeologische bestel werd opgezet, behoord tot de taken van de sectie Archeologie van de Erfgoedinspectie. Het beheer van de KNA is in handen van het Centraal College van Deskundigen (CCvD), ondergebracht bij de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). De Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA) maakt onderdeel uit van de KNA. De NOaA is opgezet om op nationaal niveau de samenhang te bevorderen in de doelen en de prioriteiten van het archeologische onderzoek. Naast de NOaA bestaan er inmiddels ook provinciale (POA), regionale en gemeentelijke onderzoeksagenda’s, die complementair zijn aan de NOaA.

Rechtspraak bij dit artikel