Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.3

Provinciale taken en beleid

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Hoeksche Waard

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wamz, stelde de provincie Zuid-Holland reeds in 2001 een interim-beleid vast dat gebaseerd was op de afspraken uit het Verdrag van Malta. In 2006 volgde de provinciale beleidsnota archeologie, welke er bij gemeenten al op aanstuurde om archeologie in te bedden in het proces van ruimtelijke ordening om zo een solide basis te creëren voor gemeentelijk archeologiebeleid. Hoewel de provincie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro, ingevoerd op 1 juli 2008), niet meer de taak heeft om ruimtelijke plannen of bestemmingsplannen van gemeenten te toetsen en goed te keuren, behartigt de provincie wel het provinciaal belang inzake de realisatie van ruimtelijke kwaliteit. Cultuurhistorie is een belangrijke pijler van ruimtelijke kwaliteit. In de Ruimtelijke Structuurvisie 2010-2020 geeft de provincie haar visie en doelstellingen ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling en cultuurhistorie. De provincie heeft voorts, mede op basis van de eerder genoemde AMK en IKAW, de cultuurhistorische kenmerken en (verwachtings-)waarden van Zuid-Holland opgenomen in een kaart die de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie verbeeldt. Het behoud van deze hoofdstructuur wordt in de structuurvisie omschreven als een provinciaal belang. Op basis van de CHS heeft de provincie in de Ruimtelijke Structuurvisie richtlijnen voor archeologie in ruimtelijke planvorming opgesteld waar gemeenten zich aan dienen te houden. Kort samengevat geven deze richtlijnen aan in welke gebieden archeologisch onderzoek bij ruimtelijke ingrepen is vereist en in welke gebieden niet. Omdat niet alle ruimtelijke ingrepen even ingrijpend zijn voor het bodemarchief, stelt het Rijk archeologisch onderzoek pas verplicht bij een ingreep vanaf 100 m² in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde. De Provincie Zuid-Holland voegt hier nog een vrijstellingsgrens voor de diepte van een bodemingreep aan toe. Dit houdt in dat als de ingreep niet dieper dan 30 cm onder maaiveld reikt, archeologisch onderzoek niet verplicht is, ook al rust er een archeologische verwachtingswaarde op het gebied. Gemeenten mogen alleen van dit voorschrift afwijken als zij dit vakinhoudelijk kunnen onderbouwen. Economische motieven alleen vormen geen legitieme reden om de vrijstellingsgrens op te rekken. Een gemeentelijke (verwachtings-)waardekaart is een goed uitgangspunt om tot een evenwichtige keuze te komen met betrekking tot vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek. Vanwege het lokale karakter van een dergelijke kaart kan er namelijk meer gedetailleerde informatie worden opgenomen dan in de provinciale CHS. Complementair aan de CHS zijn de Provinciale Onderzoeksagenda (POA) en de Regioprofielen Cultuurhistorie. In de POA wordt verwoord welke archeologische thema’s en onderzoeksvragen vanuit de provinciale optiek van belang zijn. Dit kan houvast bieden voor gemeenten bij de bepaling van eigen gemeentelijke onderzoeksvragen en in meer algemene zin bij de ontwikkeling van gemeentelijk archeologiebeleid. De Regioprofielen Cultuurhistorie geven richtlijnen voor de wijze waarop gemeenten dienen om te gaan met cultureel erfgoed bij ruimtelijke plannen in zestien topgebieden waar uitzonderlijke archeologische, historisch landschappelijke en historisch bouwkundige waarden (in samenhang) voorkomen. De Regioprofielen dienen doorwerking te krijgen in gemeentelijke structuurvisies en bestemmingsplannen. De provincie Zuid-Holland stelt momenteel Gebiedsprofielen op. Voor de regio Hoeksche Waard is dit gebiedsprofiel nog in ontwikkeling. De Regioprofielen Cultuurhistorie gaan integraal onderdeel uitmaken van de Gebiedsprofielen. Het toekomstige Gebiedsprofiel Hoeksche Waard speelt derhalve geen rol voor het archeologisch beleid. Aan de Ruimtelijke Structuurvisie van de provincie Zuid-Holland zijn een verordening en een uitvoeringsagenda gekoppeld. De verordening bevat de regels waaraan bestemmingsplannen inhoudelijk moeten voldoen, onder andere om cultuurhistorische waarden te behouden en te beschermen. In de uitvoeringsagenda wordt toegelicht met welke strategie de provincie de ambities uit de structuurvisie wenst te verwezenlijken. Uitvoering van de projecten en programma’s zoals beschreven in de uitvoeringsagenda zullen alleen door de provincie worden toegeëigend als deze niet naar lagere overheden gedelegeerd kan worden omdat er sprake is van een regionaal belang. Als de provincie constateert dat bij de vaststelling van gemeentelijke bestemmingsplannen onvoldoende rekening is gehouden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, monumenten, kan zij een zienswijze indienen. In dit geval dient de gemeente het bestemmingsplan binnen een door de provincie vastgestelde termijn te actualiseren om zo de archeologische belangen alsnog veilig te stellen. Honoreert de gemeente de provinciale zienswijze niet, dan kan de provincie gebruik maken van haar recht om een reactieve aanwijzing te doen. Het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft kan worden aangewezen als attentiegebied en de gemeente verliest in dat geval het bevoegd gezag en daarmee ook haar rechten en plichten. Er is nog een aantal uitzonderingen waarbij niet de gemeente maar de Provincie Zuid-Holland bevoegd gezag is. Het gaat om: ontgrondingen; ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor het opstellen van een MER verplicht is; gemeentegrens overschrijdende projecten; projecten waarbij provinciale (water)wegen zijn betrokken; projecten waarbij de Provincie Zuid-Holland verstoorder is. In alle gevallen waarin de provincie Zuid-Holland bevoegd gezag is, toetst deze overheidslaag het Programma van Eisen (PvE) voor archeologisch onderzoek, controleert het de onderzoeksrapporten en neemt het een selectiebesluit. Archeologisch materiaal dat in Zuid-Holland wordt aangetroffen is eigendom van de provincie tenzij gemeenten beschikken over een eigen depot. Vondsten worden uiteindelijk geconserveerd, gedocumenteerd, geregistreerd en beheerd in het Provinciaal Archeologisch Depot in Alphen aan den Rijn. Tevens is bij het depot het provinciale meldpunt voor archeologische vondsten ingericht.

Rechtspraak bij dit artikel