Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Hoeksche Waard

Verreweg de meeste beslissingen over de ruimtelijke inrichting met gevolgen voor archeologische waarden in de bodem worden op gemeentelijk niveau genomen. Met het van kracht worden van de Wamz moet de gemeente verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van het bodemarchief en derhalve archeologie als volwaardige wegingsfactor meenemen in de belangenafweging bij besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Het is wenselijk om de besluitvorming omtrent het al dan niet toestaan van een bodemingreep te baseren op een regionale of gemeentelijke archeologische (verwachtings-)waardekaart. Deze verschaft een vlakdekkend inzicht in bekende en te verwachten archeologische resten. Vanwege het kleinere schaalniveau is een regionale of lokale kaart gedetailleerder en daarmee betrouwbaarder dan de CHS van de Provincie Zuid-Holland. Het regionale archeologiebeleid dient aan te sluiten op de principes die in het Verdrag van Valletta zijn verwoord en met de invoering van de Wamz zijn verankerd in de Nederlandse wetgeving. De doelstelling om het archeologische bodemarchief in situ te behouden staat voorop. Als behoud en bescherming van archeologische resten in de bodem niet mogelijk blijken te zijn, dienen de resten deskundig te worden onderzocht en gedocumenteerd. Het te voeren archeologiebeleid dient te worden gekoppeld aan het ruimtelijke ordeningsbeleid. Bestemmingsplannen dienen rekening te houden met archeologische waarden. Beslissingen betreffende het gemeentelijk bodemarchief dienen transparant te zijn en open te staan voor de gebruikelijke procedures van bezwaar en beroep. Het is daarom noodzakelijk dat de uitgangspunten zijn vastgelegd in gemeentelijk archeologiebeleid. Dit stelt de gemeente tevens in staat om – op basis van de lokale situatie – eigen accenten te leggen en prioriteiten te stellen in het kader van archeologisch onderzoek. Naast de verantwoordelijkheid voor een correcte afhandeling van bodemverstorende activiteiten (en de daarbij gewenste interne communicatie) is ook het informeren van ontwikkelaars en het brede publiek van belang. Alleen dan is het voor ontwikkelaars mogelijk om tijdig inzicht te verkrijgen in financiële en procedurele consequenties van een ruimtelijke ontwikkeling en kan er draagvlak voor archeologiebeleid gecreëerd worden bij het brede publiek. Hiermee wordt een directe aansluiting op het negende artikel van het Verdrag van Malta gerealiseerd. 1.4.1 Gemeentelijk (verwachtings-)waarde- en beleidsadvieskaart Een verantwoorde omgang met en een verantwoord beheer van het archeologische bodemarchief begint met kennis over wat beheerd moet worden. Om die reden heeft de voormalige Commissie Hoeksche Waard (thans Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard) opdracht gegeven aan ADC Heritage voor het opstellen van een archeologische (verwachtings-) waarde- en beleidsadvieskaart. De kaart werd in 2010 opgeleverd. De archeologische verwachtingskaart van de Hoeksche Waard is tot stand gekomen op basis van een breed scala aan reeds bestaande bronnen. Aan de hand hiervan is ook een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, welke het uitgangspunt vormt voor het in deze nota geformuleerde gemeentelijk archeologiebeleid van de Hoeksche Waardse gemeenten. De twee kaarten zijn specifiek vervaardigd voor gebruik op gemeentelijk niveau en samen bieden zij het fundament voor een integrale afweging van archeologische belangen. Het kaartmateriaal maakt het de Hoeksche Waardse gemeenten mogelijk om initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen zo adequaat mogelijk te informeren over eventuele (procedurele, juridische en financiële) consequenties. De kennis die de gemeente in de loop der tijd over het archeologische bodemarchief verkrijgt, dient als voeding voor het verrijken en actueel houden van het kaartbeeld. Het onderhoud en beheer van het kaartmateriaal dient te worden uitgevoerd door een archeologisch specialist. De opgestelde kaart van ADC Heritage voor de Hoeksche Waard maakt onderscheid in: archeologisch Rijksmonument (beschermd gebied); zones met een zeer hoge archeologische verwachting; zones met een hoge archeologische verwachting; zones met een middelhoge archeologische verwachting; zones met een lage archeologische verwachting. In het algemeen geldt dat men streeft naar behoud van archeologie in de bodem (in situ). Bij de uitvoering van (her)inrichtingsplannen dient de gemeente hiermee rekening te houden. Wanneer bodemverstoring in zones met een archeologische verwachting echter niet vermeden kan worden, dient in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming een verkennend en/of karterend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Om te komen tot een dergelijk selectiebesluit is het doorlopen van de archeologische monumentenzorgcyclus noodzakelijk (zie 2.2.4). Zoals reeds beschreven, worden kleinschalige ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek: het rijk hanteert in dat kader een vrijstellingsnorm van 100m². De Provincie Zuid-Holland hanteert bovendien ook een vrijstellingsnorm voor de diepte van een verstoring: indien de bodem bij een ruimtelijke ingreep niet dieper dan 30 cm verstoord wordt, is archeologisch onderzoek niet verplicht. Met deze norm wordt voorkomen dat men bij relatief kleine ingrepen, zoals een kleinschalige aanpassing aan een woning, voor kostbare en tijdrovende archeologische onderzoeken komt te staan. Op basis van een gemeentelijke archeologische (verwachtings-)waardekaart kan een gemeente besluiten om de wettelijk vrijstellingsnorm te versoepelen of te verscherpen. Elke afwijking van de wettelijke norm dient vakinhoudelijk gemotiveerd te zijn. Voorliggend beleid omvat de regionale/intergemeentelijke visie op ons archeologisch bodemarchief.

Rechtspraak bij dit artikel