Naar hoofdinhoud
In dit hoofdstuk wordt eerst aandacht geschonken aan afstemming en verdeling van taken en verantwoordelijkheden op het gebied van het archeologiebeleid binnen de gemeentelijke organisatie. Vervolgens wordt uiteengezet hoe archeologie kan worden ingezet voor erfgoedparticipatie en -educatie. Verder wordt uiteengezet hoe de gemeente bekendheid wil geven aan de consequenties van haar archeologiebeleid. Tot slot komt het beleidsvoornemen aan de orde om het archeologisch verleden als inspiratiebron te benutten bij ruimtelijke inrichtingsprojecten. 4.1 . Ambtelijke ondersteuning en interne werkafspraken Binnen de gemeente zal één medewerker optreden als coördinator van en aanspreekpunt voor zaken met betrekking tot de archeologische monumentenzorg. Hij of zij heeft tot taak het archeologisch monumentenzorgbeleid verder te ontwikkelen, vergunningaanvragen te behandelen en de uitvoering van benodigde archeologische werkzaamheden voor te bereiden en te begeleiden en in te passen in publieke en private uitvoeringsprojecten. Voor zaken waarvoor de expertise van een (senior)archeoloog is vereist, wordt extern advies ingewonnen en worden opdrachten daartoe aan erkende en bevoegde bedrijven en archeologen uitbesteed. Aan de kwaliteitseisen betreffende cultuurhistorie wordt door de gemeente aandacht besteed. Het gemeentelijk bodemarchief is in hoge mate vergelijkbaar met dat van omliggende gemeenten. In de toekomst kan worden onderzocht op welke manier door intergemeentelijke samenwerking binnen de regio de mogelijkheden voor gezamenlijke initiatieven en informatie-uitwisseling op het gebied van kennis en ervaring kunnen worden benut. Bij de implementatie van het gemeentelijk archeologiebeleid zullen tussen de afdelingen die raakvlakken hebben met archeologische monumentenzorg werkafspraken gemaakt worden met betrekking tot: structuurvisies bestemmingsplannen en projectbesluiten vergunningprocedures MER-trajecten bodemonderzoek en milieu erfgoededucatie en -participatie. 4.2 . Erfgoededucatie en -participatie Erfgoededucatie en -participatie vormt vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel van de archeologische activiteiten in de gemeente. De betrokkenheid van de bevolking bij de resultaten van archeologisch onderzoek is meestal groot. De gemeente heeft contact met Plein C dat cultuureducatie op scholen organiseert.7 (7 Zie www.pleinc.nl.) 4.2.1 . Participatie van amateurarcheologen Verenigingen van amateurarcheologen hebben in het verleden vaak archeologisch onderzoek kunnen doen. De laatste jaren is het archeologiebestel echter zodanig veranderd, dat het verrichten van zelfstandige opgravingen door amateurarcheologen aan strengere regels is gebonden. Alleen professionele organisaties die aan bepaalde bekwaamheidseisen voldoen en conform de KNA werken komen in aanmerking voor een opgravingsvergunning. Het is voor amateurarcheologen wel mogelijk deel te nemen aan een opgraving door een tot de markt toegelaten bedrijf. Het is amateurarcheologen in uitzonderlijke omstandigheden toegestaan zelfstandig archeologische opgravingen uit te voeren onder de verantwoordelijkheid en met toestemming van de RCE. 4.2.2 . Communicatie Zodra de gelegenheid zich voordoet, kan archeologische informatie aan het publiek ter beschikking gesteld worden. Dergelijke informatie zal bijvoorbeeld op de gemeentelijke website en in persberichten onder de aandacht van een breed publiek worden gebracht. 4.3 . Culturele planologie en archeologie Culturele planologie betekent het inbrengen van cultuur(historie) in ruimtelijke ordeningsprocessen. Factoren zoals de geschiedenis van de plek, de gebouwde en ongebouwde monumenten en de levende cultuur zoals gebruiken, verhalen en tradities kunnen interessante inspiratiebronnen zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Culturele planologie heeft een inspirerende invloed op ruimtelijke inrichting: de kwaliteit van de stedelijke en landschappelijke omgevingen wordt vergroot en cultuurhistorische waarden blijven behouden. De identiteit van een gebied, waaronder regionale karakteristieken, duurzaamheid en leefbaarheid, blijven belangrijke elementen van een prettige leefomgeving. Culturele planologie wordt onder andere ingezet bij nieuwe woningbouw en bedrijfslocaties, stedelijke vernieuwing, natuurontwikkeling, waterberging, landschapsinrichting, verkeersinfrastructuren en nieuwe recreatiegebieden. Vanwege de nieuwe wetgeving zal steeds meer archeologisch onderzoek gedaan worden naar het bodemarchief. De resultaten ervan kunnen ook als historische factor worden benut bij ruimtelijke inrichtingsprojecten. Het archeologisch verleden kan daarbij op een positieve manier bijdragen aan de versterking van de historische belevingwaarde van de dagelijkse leefomgeving. Bij de onderbouwing van een ruimtelijke opgave stelt de provincie de eis dat expliciet aandacht wordt besteed aan de relatie tussen een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en bestaande karakteristieken van een gebied. De provincie beoogt daarmee om vanuit de identiteit van een gemeente of samenhangend gebied de belangrijke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten te behouden of te versterken. De provincie vraagt van gemeenten daarvoor beeldkwaliteitsplannen op te stellen. Hoewel het geen verplichting is om de archeologische kwaliteiten van een gebied expliciet tot uitdrukking te brengen in een Beeldkwaliteitsplan. Door archeologische waarden in een Beeldkwaliteitsplan op te nemen, kunnen deze waarden daadwerkelijk als inspiratiebron voor de uitwerking van ruimtelijke opgaven worden benut.

Rechtspraak bij dit artikel