Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Grootschalige bodemtoepassingen

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

Een grootschalige bodemtoepassing (GBT) is een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond of baggerspecie wordt toegepast. Zoals beschreven in de artikelen 62 t/m 64 van het Besluit bodemkwaliteit moet een GBT voldoen aan: minimaal een volume van 5.000 m3; minimale dikte van 2,0 meter (onder wegen 0,5 meter); afgedekt door leeflaag (0,5 meter) of een verhardingslaag; bermen en taluds maken ook onderdeel uit van de GBT (zie paragraaf uitzonderingsgevallen). Op grond van het gestelde in artikel 63 van het Besluit mogen, voor wat betreft het toepassen op landbodem, alleen de volgende toepassingen onder de noemer van een grootschalige bodemtoepassing worden gerealiseerd: toepassingen van grond en baggerspecie in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen; toepassingen van grond en baggerspecie voor het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving; toepassingen van grond en baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en/of de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart; toepassing van grond en baggerspecie in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen. Naast de bovengenoemde grootschalige bodemtoepassingen kan ook worden gedacht aan afgeleide toepassingen zoals zichtwallen. Ook delen van golfbanen en parkreliëf kunnen voldoen aan de eisen van een GBT. Voor overige toepassingen, zoals ophogingen van industrieterreinen en woningbouwlocaties, verspreiding of de tijdelijke opslag van grond en baggerspecie, kan niet worden gekozen voor het toetsingskader voor grootschalige toepassingen, dit betreffen namelijk toepassingen als bodem. Beheer Als voorwaarden voor bovengenoemde, afgeleide toepassingen dient een duidelijke beheersverantwoordelijkheid beschreven te zijn, die er voor zorgdraagt dat de GBT ook daadwerkelijk langdurig in stand wordt gehouden. Daarnaast dient de te realiseren GBT een toegevoegde waarde te hebben voor het gebied waarin hij gerealiseerd wordt. Deze voorwaarden dienen duidelijk in de aanvraag beschreven te zijn. Bij twijfel of een toepassing als grootschalige bodemtoepassing kan worden gezien, verdient het aanbeveling om één en ander vooraf met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit te bespreken. Criteria grootschalige bodemtoepassing De partij grond of baggerspecie die in een grootschalige toepassing wordt verwerkt hoeft, in tegenstelling tot een generieke bodemtoepassing, niet te worden getoetst aan de kwaliteits- en functieklasse van de ontvangende bodem. Wel wordt een bovengrens gesteld aan de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie. De partij mag namelijk niet de Maximale Waarden voor de klasse industrie overschrijden. Aangezien een partij grond of baggerspecie met de kwaliteitsklasse industrie (of wonen) op een schonere bodem mag worden toegepast, moet worden voorkomen dat hierdoor de ontvangende bodem verontreinigd raakt. Vandaar dat aan de toe te passen partij grond of baggerspecie eisen worden gesteld aan de mate van uitloging die mag optreden (in de vorm van emissiewaarden). Leeflaag Een grootschalige toepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van grond of baggerspecie van tenminste 0,5 meter. Deze leeflaag moet geschikt zijn voor de gebruiksfunctie en passen bij de daadwerkelijke kwaliteit van de omliggende bodem (conform figuur 8). In het geval de grootschalige toepassing is gelegen in gebied waarvoor gebiedsspecifieke normen zijn vastgesteld, en voor de leeflaag gebiedseigen materiaal gebruikt wordt, dan gelden deze normen als kwaliteitseis voor de leeflaag. Op de toepassingskaart in bijlage 3 is te zien welke kwaliteitseisen waar gelden. Uitzonderingsgevallen Voor Rijkswegen, spoorwegen, provinciale wegen, waterschapswegen en gemeentelijke wegen, waarop een aaneengesloten laag bouwstoffen (bijvoorbeeld klinkers, asfalt of ballast) wordt toegepast, geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter. Daarnaast gelden, voor de bermen of taluds tot maximaal 10 m uit de weg, dezelfde kwaliteitseisen als voor de grond of baggerspecie die in de grootschalige toepassing mag worden gebruikt. In onderstaande figuur is het principe weergegeven. Figuur 9: Toelichting aanbrengen leeflaag tot maximaal 10 meter uit de berm

Rechtspraak bij dit artikel