Deze beleidsregel ziet op de bevoegdheid tot het sluiten van panden of het toepassen andere sanctiemiddelen door de burgemeester:

  • - bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven;
  • - als een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet in woningen of lokalen danwel op daarbij behorende erven voorhanden zijn.

Doel

Het algemene doel van de Opiumwet en artikel 13b van deze wet in het bijzonder is de preventie en beheersing van de uit drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid en het tegengaan van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden, onder meer bezien vanuit het perspectief van de openbare orde Kamerstukken II 1996/97, 25 324, nr. 3, blz. 5; ABRvS 29 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3251. Het doel is ook dat een locatie wordt weggenomen waar criminele activiteiten plaatsvinden en om zo een barrière op te werpen en het criminele ondernemingsproces te verstoren, alsmede een sterke signaal te geven om herhaling van drugshandel en voorbereidingshandelingen te voorkomen en de aantrekkingskracht op andere criminele activiteiten tegen te gaan (Kamerstukken II, 2016–2017, 34 763, nr. 3, p. 2). De toepassing van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet betreft een herstelsanctie, die er concreet toe strekt om de verkoop, de aflevering of de verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in of vanuit een woning of lokaal of een daarbij behorend erf (definitief) te beëindigen en beëindigd te houden, herhaling daarvan te voorkomen en de gevolgen weg te nemen en voor wat betreft voorbereidingshandelingen de aanvang van drugshandel- en/of productie te beletten.

Last onder bestuursdwang

Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft, heeft de burgemeester voor de handhaving van Opiumwet de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. De bestuursdwang is blijkens de wetgeschiedenis bedoeld als sluitingsmaateregel. Afhankelijk van de omstandigheden van de situatie kan op grond van artikel 5:32, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht ook gekozen worden om gebruik te maken van een andere, lichtere sanctiemaatregel zoals een last onder dwangsom. Ook het geven van een waarschuwing behoort tot de mogelijkheden.

In het kader van de evenredigheidstoets zal dit per situatie beoordeeld worden. Hierbij wordt onder ander gekeken naar de bevoegdheid, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de toe te passen sanctiemaatregel.

Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan ook gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang of wordt, alvorens tot besluitvorming over te gaan, de belanghebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken.

Categorieën in beleid

Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet, wordt onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • - Drugshandel in woningen en daarbij behorende erven:
  • - Drugshandel in lokalen en daarbij behorende erven:
  • - Voorbereidingshandelingen in woningen en daarbij behorende erven:
  • - Voorbereidingshandelingen in lokalen en daarbij behorende erven.

Definities

‘Betrokkene’

De overtreder, de eigenaar van het pand, de (hoofd)bewoner(s), of degene die anderszins als rechthebbende op de zaak waarop de last betrekking heeft kan worden aangemerkt (zie ook artikel 5:24, derde lid, van de Awb). Bij de vraag of iemand betrokkene is, speelt de verwijtbaarheid van die persoon geen rol. De verwijtbaarheid is wel relevant in het kader van o.a. de evenredigheid van de te treffen maatregel, bij de wijze waarop de burgemeester omgaat met de gevolgen van de sluiting voor de betrokkene en bij het kostenverhaal bij toepassing van bestuursdwang.

‘Drugs’

Een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet.

‘Harddrugs’

Middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet.

‘Softdrugs’

Middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet.

‘Drugshandel’

In deze beleidsregel wordt onder ‘drugshandel’ verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet in een woning of lokaal en/of de daarbij behorende erven.

‘Voorbereidingshandelingen’

Van voorbereidingshandelingen is sprake als in een woning en/of lokaal of op daarbij behorende erven (een) voorwerp(en) of (een) stof(fen) voorhanden is/zijn die strafbaar zijn op grond van 10a, eerste lid onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet.

Die bepalingen staande in artikel 10a, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op daarbij behorend erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt.

Een en ander kan reeds blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stof (opslag van 2000 liter zoutzuur in een woonwijk) of uit de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie (een drugslaboratorium of hennepkwekerij in aanbouw), maar soms ook uit de uit een opsporingsonderzoek verkregen resultaten van tapgesprekken of observaties.

‘Grootschalige en/of bedrijfsmatige hennepteelt’

Artikel 11a van de Opiumwet stelt alleen de voorbereiding strafbaar van teelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet) dan wel de voorbereiding van teelt van een grote hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet). Bij de vaststelling van hetgeen wat beroeps- of bedrijfsmatige teelt is, spelen de volgende factoren, terug te vinden in paragraaf 3.2.1 van de Aanwijzing Opiumwet, een rol:

  • - De schaalgrootte van de teelt: de hoeveelheid aan planten. Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik;
  • - De mate van professionaliteit, afgemeten aan het soort perceel waarop geteeld wordt, belichting, verwarming, bevloeiing, etc. (opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet);
  • - Indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet, wordt aangenomen dat sprake is van beroepsmatig- of bedrijfsmatig handelen;
  • - Het doel van de teelt. Indien er sprake is van het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.

‘Handelshoeveelheid drugs’

Een hoeveelheid van > 5 gram softdrugs en > 0,5 gram harddrugs, één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet.

‘Woning’

De wetgever heeft ervan afgezien het begrip ‘woning’ te definiëren. De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een ‘woning’: een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat voor bewoning wordt gebruikt (woongenot) Of een woning in de aangetroffen staat wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen dan wel bestuurlijke rapportage van de politie.

‘Lokaal’

Indien er geen sprake is van een ‘woning’, wordt het pand/de ruimte beschouwd als ‘lokaal’ in de zin van dit beleid.

Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten) in deze categorie.

  • - Drugshandel in woningen en daarbij behorende erven

Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen herstelsanctieregimes van woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen het recht op ongestoord woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer in het geding is.

Sluitingstermijnen

Woningen en daarbij behorende erven kunnen worden gesloten in de onderstaande gevallen. Daarbij geldt voor de constatering van overtredingen een recidivetermijn van 5 jaar.

-Softdrugs in woningen en/of bijbehorende erven

Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelshoeveelheid van > 5 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen worden:

Overtreding

Maatregel/sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt softdrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 5 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten.

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of 3 maanden sluiting

2de constatering: last onder dwangsom of maximaal 6 maanden sluiting

3de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 12 maanden

-Harddrugs in woningen en/of bijbehorende erven

Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen worden:

Overtreding

Sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt harddrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram1Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt: 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine), 1 pil/tablet (bijv. XTC), 1 bolletje, 1 wikkel en 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB). Dit op basis van de Aanwijzing Opiumwet..

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of 4 maanden sluiting

2de constatering: last onder dwangsom of maximaal 6 maanden sluiting

3de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 24 maanden

  • - Drugshandel in lokalen en daarbij behorende erven

Drugshandel in of bij lokalen kan een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid vormen. Daarbij legt het een zware druk op de omgeving. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Dit vormt een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt en het leidt vaak tot verloedering van het straatbeeld.

Sluitingstermijnen

Lokalen en daarbij behorende erven kunnen worden gesloten in de onderstaande gevallen. Daarbij geldt voor de constatering van overtredingen een recidivetermijn van 5 jaar.

  • - Softdrugs in lokalen en bijbehorende erven

Indien in lokalen en/of daarbij behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelshoeveelheid van > 5 gram of > 5 planten/stekjes/ plantenresten kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen:

Overtreding

Sluiting

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) wordt softdrugs met een handels-hoeveelheid van > 5 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten geconstateerd.

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of maximaal 6 maanden sluiting

2de constatering: last onder dwangsom of maximaal 12 maanden sluiting

3de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 24 maanden

  • - Harddrugs in lokalen en/of bijbehorende erven

Indien in lokalen en/of daarbij behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

Overtreding

Sluiting

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) wordt harddrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram.

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of maximaal 12 maanden sluiting 2de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 24 maanden

  • - Voorbereidingshandelingen in woningen en daarbij behorende erven
  • - Voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet

Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven voorbereidingshandelingen plaatsvinden ten aanzien van (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

Overtreding

Maatregel/sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) is/zijn (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) ex artikel 11a Opiumwet voorhanden

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of 3 maanden sluiting

2de constatering: last onder dwangsom of maximaal 6 maanden sluiting

3de constatering: sluiting voor maximaal 12 maanden

  • - Voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet

Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven (een) voorwerp(en) en/of stof(fen) als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet voorhanden is/zijn kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

Overtreding

Sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) is/zijn (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) ex artikel 10a, eerst lid, onder 3°, van de Opiumwet voorhanden.

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of 4 maanden sluiting

2de constatering: last onder dwangsom of maximaal 6 maanden sluiting

3de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 24 maanden

  • - Voorbereidingshandelingen in lokalen en daarbij behorende erven
  • - Voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet

Indien in lokalen en/of daarbij behorende erven (een) voorwerp(en) en/of stof(fen) als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is/zijn kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

Overtreding

Sluiting

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) is/zijn (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) ex artikel 11a Opiumwet voorhanden

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of maximaal 6 maanden sluiting

2de constatering: last onder dwangsom of maximaal 12 maanden sluiting

3de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 12 maanden

  • - Voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet

Indien in lokalen en/of daarbij behorende erven (een) voorwerp(en) en/of stof(fen) als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet voorhanden is/zijn kunnen de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

Overtreding

Sluiting

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) zijn (een) voorwerp(en) en/of stof(fen) ex artikel 10a, eerste lid onder 3°, van de Opiumwet voorhanden.

1ste constatering: waarschuwing, last onder dwangsom of maximaal 12 maanden sluiting 2de constatering: last onder dwangsom of sluiting voor maximaal 24 maanden