Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Hoge parkeerdruk door uitwijkgedrag

Onderdeel van Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand

Overdag is de parkeerdruk vrijwel nooit te hoog in de woonomgeving tenzij er sprake is van uitwijkgedrag door bijvoorbeeld: Bezoekers van de Efteling. Werknemers van bedrijven die een tekort aan parkeerplaatsen hebben Werknemers van bedrijven die liggen in een gebied met parkeerregulering (parkeerschijfzone of parkeren voor vergunninghouders). Voor het verminderen van het uitwijkgedrag wordt het volgende stappenplan (toetsingskader) toegepast: Stap 1: initiatief uit de buurt Parkeerregulering komt pas in beeld nadat bewoners hebben aangegeven dat er naar hun mening en ervaring er sprake is van een hoge parkeerdruk ten gevolge van uitwijkgedrag. Bij een peiling in de vorm van een enquête stellen we als eis dat er een respons is van minimaal 45% en onder de respondenten minimaal 75% ondersteuning van de wens voor parkeerregulering. Wij laten in het vervolg het eerste initiatief aan de bewoners over. Zij kunnen per (deel van een) buurt een verzoek indienen voor parkeerregulering. Dat verzoek moet ondersteund worden door minimaal 33% (45% x 75%) van de huishoudens die niet beschikken over een eigen parkeerplaats. Het betreffende gebied, waarvoor een verzoek wordt ingediend, dient een aaneengesloten gebied te zijn dat grenst aan een al bestaand reguleringsgebied om versnippering en onduidelijkheid te voorkomen. Deze eis is niet van toepassing als in de directe omgeving nog geen parkeerregulering is ingevoerd. Stap 2: gemeente onderzoekt uitwijkgedrag Naar aanleiding van het bewonersverzoek beoordelen wij of er daadwerkelijk sprake is van een parkeerprobleem ten gevolge van uitwijkgedrag. Er is sprake van parkeeroverlast ten gevolge van uitwijkgedrag als gedurende minimaal 2 dagen per week de parkeerdruk overdag hoger is dan 85% en minimaal 15% van de parkeercapaciteit in beslag wordt genomen door ‘wijkvreemd’ parkeren. Stap 3: is parkeerregulering echt nodig? Parkeerregulering is een adequaat middel om ‘wijkvreemd’ parkeren tegen te gaan. Omdat het uitwijkgedrag zich mogelijk verplaatst en parkeerregulering maatschappelijke kosten met zicht meebrengt, wordt de invoering (uitbreiding) van parkeerregulering als laatste middel beschouwd. Eerst wordt beoordeeld, in overleg met de betrokken bewoners, of het probleem op een andere wijze is op te lossen, bijvoorbeeld door: meer gebruik van de eigen parkeerplaatsen of parkeerplaatsen in de directe omgeving, meer gebruik van deelauto’s, minder parkeren van bedrijfsbusjes. Stap 4: invoeren parkeerregulering Als er geen alternatieve oplossingen zijn, wordt parkeerregulering in gevoerd. Zoals parkeren voor vergunninghouders of een parkeerschijfzone. De kosten voor het uitbreiden van het parkeren van vergunninghouders worden ten laste van de Algemene Middelen gebracht (verdeeld over alle inwoners). Als uitbreiding plaatsvindt, zullen vanaf dat moment wel kosten in rekening worden gebracht als een huishouden wil beschikken over meer dan 2 vergunningen (op kenteken) of meer dan 1 mutatie per jaar laat verrichten. Dat geldt dan ook voor de al bestaande reguleringsgebieden. Wij bieden wel de mogelijkheid om meerdere kentekens op een vergunning te registeren. Dit zijn dan kentekens van voertuigen die geregistreerd zijn op het betreffende adres. Bewoners kunnen dan zelf kiezen of zij de vergunning flexibel gebruiken. Dit kan gemakkelijk zijn als de bewoners beschikken over twee of meer auto’s en een eigen oprit hebben. In dat geval kan meer dan één vergunning worden aangeschaft. Door de twee kentekens op één vergunning te vermelden, kunnen de bewoners steeds zelf kiezen welke auto op de eigen oprit geparkeerd wordt en welke op een openbare parkeerplaats.

Rechtspraak bij dit artikel