Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Advisering door de GGD

Onderdeel van Beleid kinderopvang en luchtkwaliteit kinderopvang gemeente Barneveld

De GGD Gelderland-Midden is toezichthouder kinderopvang voor de gemeenten in de regio. Vanuit die rol neemt zij sinds 2020 de gezondheidsrisico’s door luchtverontreiniging ook nadrukkelijker mee in de beoordeling van aanvragen voor nieuwe locaties kinderopvang. Voor de toetsing maakt de GGD gebruik van landelijke GGD/RIVM-richtlijnen, waarin afstandscriteria zijn vastgesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek. De afstanden die de GGD hanteert voor snelwegen en drukke wegen komen overeen met die uit het Besluit gevoelige bestemmingen. De GGD hanteert ook afstanden voor veehouderijen. In het Bestuurlijk Overleg Publieke Gezondheid van 10 juni is hierover afgesproken dat er voor de beoordeling t.a.v. veehouderijen en pluimveehouderijen nog maatwerk wordt uitgewerkt door de GGD en ODDV. Hierdoor kan het zijn dat er in de toekomst minder locaties een negatief advies krijgen. Alleen voor geitenhouderijen is al afgesproken een andere afstand te hanteren: 500 meter in plaats van 2 kilometer. Een afstand van 2 kilometer vanaf een geitenhouderij zou betekenen dat er in een zeer groot deel van Barneveld geen plaats is voor een gevoelige bestemming als een kinderopvanglocatie. Het strikt hanteren van de huidige afstandsnormen heeft tot gevolg dat grote delen van de gemeente Barneveld een negatief advies voor registratie kinderopvang ontvangen van de GGD. De GGD geeft een advies, het is aan de gemeente om dat advies al dan niet te volgen. Het niet volgen van het advies vereist uiteraard een gedegen motivering. Die motivering bestaat uit het meewegen van andere maatschappelijke belangen of omstandigheden. Het is hiervoor van noodzakelijk om te komen tot aanvullend lokaal beleid.

Rechtspraak bij dit artikel