Behandeling ehandeling zienswijzen ontwerp Beleidsnota bodem 2012
De Beleidsnota bodem heeft ter inzage gelegen. Hierop zijn zes zienswijzen binnengekomen. De ontvangen zienswijzen zijn opgenomen in deze bijlage. Zij geven aanleiding de Beleidsnota op enkele punten aan te passen. De hoofdlijnen van het beleid blijven echter ongewijzigd. Hieronder is onze reactie op de zienswijzen beschreven.
Reactie zienswijze gemeente Apeldoorn
1. Volgens de Beleidsnota kunnen zowel Achtergrondwaarde als de Lokale Maximale waarde als toetscriterium gelden bij verkennende onderzoeken. Wanneer geldt welke waarde?
- - De inspraakreactie heeft geleid tot een heroverweging van het toetsingscriterium en aanpassing van paragraaf 1.4 (en figuren) van de nota. Bij de heroverweging is besloten het criterium van de Lokale Maximale waarde voor toetsing van onverdachte locaties te laten vervallen. Het onderzoeksnivo is bij deze onderzoeken nog onvoldoende om tot een dergelijke toetsing over te gaan. Later in het traject (opschaling naar onderzoekshypothese verdachte locatie of nader onderzoek) kan alsnog blijken dat de verhoogde gehalten niet als geval van verontreiniging behoeven te worden beschouwd. Bij de onderzoekshypothese verdachte locatie blijft het toetscriterium van Lokale Maximale waarde wel staan.
- - Bij de toetsing geldt het (meest soepele) criterium zoals de gemeente dit in haar bodembeheernota heeft omschreven. Om de normering te mogen toepassen bij onderzoeken en saneringen op grond van de saneringsparagraaf Wbb moet een gemeente de bodembeheernota met daarin de criteria en de afleiding daarvan expliciet aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) voorleggen. Het bevoegd gezag Wbb zal dan beoordelen of deze criteria worden over genomen.(Zie ook zienswijze Tiel)
2. De kwaliteit van de leeflaag moet niet worden bepaald door de functieklasse kaart maar door de toepassingskaart en de toepassingsnorm van de zone waar het geval zich bevindt. Voor de kwaliteit van de leeflaag is de kwaliteit volgens de toepassingskaart van een gemeente van toepassing mits de grond afkomstig is uit het beheergebied. Door afwijken van het gemeentelijk gebiedsbeleid werkt de provincie postzegelsituaties in de hand.
- - Hoewel wij uw standpunt vanuit het oogpunt van de gemeente begrijpen is dit voor ons geen aanleiding geweest de nota aan te passen. Uitgangspunt bij sanering op grond van de saneringsparagraaf van de Wbb is wegnemen van mogelijke risico’s, zodanig dat de locatie geschikt is voor de functie. Uitgegaan wordt van twee stappen, namelijk eerst bepaling van de (toekomstige) functie en als tweede bepaling van de terugsaneerwaarde (en leeflaagkwaliteit) die nodig is voor die functie. De voor een functie vereiste kwaliteit staat los van de toepassingskaart. Voor de aanvoer van grond naar een saneringslocatie is wel de gemeentelijke toepassingskaart van toepassing.
- - Dit kan betekenen dat de saneringslocatie niet direct dezelfde kwaliteit heeft als zijn omgeving, maar dit postzegeleffect zal ook optreden als geen sanering of geen grondverzet plaatsvindt op verontreinigde locaties binnen het totale beheersgebied of als via BUS-meldingen het generieke spoor wordt gehanteerd.Uiteraard kan een gemeente het postzegeleffect verminderen door in overleg te treden met de initiatiefnemer van een sanering om toch tot verdergaande sanering te komen en daarmee een beter bodembeheer met minder nazorg stimuleren.
3. In de beleidsnota worden voor de leeflaagdikte voor "openbaar groen en plaatsen waar kinderen spelen" en ook "landbouw incl. glastuinbouw een standaard dikte van 1 meter aangehouden. Gezien de functie zou hier een laagdikte van 0,5 meter voldoen moeten zijn.
- - In de vorige landelijke Circulaires bodemsanering was aangegeven dat ”voor overige begroeid terrein de dikte mag variëren van 0,5 - 1,5 meter, afhankelijk van de bewortelingsdiepte”. Dit was de basis voor de Beleidsnota bodem 2008. In de huidige Circulaire bodemsanering gepubliceerd op 3 april 2012 is aangegeven dat “in tuinen en overig begroeid terrein afhankelijk van de bewortelingsdiepte een grotere diepte van 1,0 tot 1,5 meter gewenst kan zijn”. Landelijk is de dikte voor overige begroeid terrein tot onder 1,0 meter dus geschrapt. Daarbij is het nog wel steeds mogelijk onder bijzondere omstandigheden af te wijken, ter beoordeling van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag Wbb in Gelderland heeft van deze afwijking gebruikt gemaakt voor natuur, groen bij industrie, kantoren en infrastructuur. Voor natuur is maatwerk mogelijk gelet op de specifieke situatie. Wij achten in genoemde situaties de contactrisico’s minimaal. Voor ander openbaar groen en landbouw is nu uitgegaan van 1,0 meter conform de nieuwe Circulaire bodemsanering en we vinden het niet gewenst daar vanaf te wijken.
4. In geval van een stabiele eindsituatie bij gevalsgerichte aanpak moet een eventuele acceptabele verspreiding van de verontreiniging binnen maximaal 30 jaar stoppen. Hoe staat dat in relatie tot de gebiedsgerichte aanpak (bv ‘free riders gedrag’ voor een geval binnen een gebied met een gebiedsgerichte aanpak, wat is dan nog acceptabele verspreiding)?
Hoe verhoudt zich de termijn van 30 jaar met de landelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van de bodemsaneringsoperatie ?
- - Allereerst wordt opgemerkt dat in de definitieve versie de termijn van 30 jaar is geschrapt. Bij een stabiele situatie geldt dat de groei van een vlek (toename I-contour) die mogelijk optreedt op termijn weer stopt, dat de dan aanwezige vlek zich nog verder mag verspreiden, maar dat dit niet mag leiden tot risico’s en/of schade voor kwetsbare objecten. Ook voor een gebiedsgerichte aanpak geldt dat de verontreiniging van een individueel geval zich nog wel mag verspreiden, maar dat dit niet mag leiden tot risico’s. Er is dus geen tegenstrijdigheid ten aanzien van acceptabele verspreiding.
- - Uitgangspunt in de landelijke aanpak is dat voor 2015 de humane spoedlocaties zijn aangepakt en dat zo snel mogelijk na 2015 onder meer de verspreidingslocaties beheersbaar zijn. Dat kan variëren van monitoring van een verontreiniging tot de concrete start van een sanering.De landelijke doelstelling heeft geen betrekking op de concrete termijn van beëindiging van saneringen en op dat punt is de termijn waarbinnen de stabiele situatie optreed ook niet relevant.
5. In de nota staat dat het beheersgebied bij gebiedsgericht grondwaterbeheer zo klein mogelijk moet worden gehouden (op basis van een TCB advies). Dit lijkt ons moeilijk te verwezenlijken. Inmiddels is TCB hiervan teruggekomen en gaan mee in de gedachten de gebieden groter te houden. Het gebruikte TCB advies is daarmee achterhaald.
- - Gezien het belang van de ondergrond in Gelderland (drinkwaterwingebieden en andere industriële onttrekkingen in het eerste watervoerend pakket) en de kwetsbaarheid van die ondergrond (grofzandige pakketten met grote stroomsnelheden) is het niet wenselijk onnodig schone ondergrond te verontreinigen. Het uitgangspunt leidt er bovendien toe dat de initiatiefnemer goed nadenkt over de aanpak van het gebiedsgericht beheer, de consequenties daarvan en voor welk gebied die concequenties gelden (reactorvat, etc).
6. De gevalsgrens is gelijk aan de actuele bodemkwaliteit (op basis van de bodemkwaliteitskaart), de AW 2000 of de vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Hoe wordt deze keuze in normering bepaald voor het vaststellen van de gevalsgrens?
- - Afhankelijk van hetgeen is opgenomen in de gemeentelijke Bodembeheernota en de beoordeling door het bevoegd gezag Wbb van de daarin opgenomen criteria en afleiding daarvan gelden of de landelijke Achtergrondwaarden 2000, of de Lokale Achtergrondwaarden of de Lokale Maximale Waarden. Het is dus aan de gemeente om aan te geven welke normering zij wenst te hanteren, deze op de juiste manier af te leiden en te onderbouwen en voor te leggen aan de provincie voor situaties dat Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag Wbb zijn. Als er door de gemeente geen keuze is gemaakt dat wordt uitgegaan van de actuele bodemkwaliteit zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart.
7. In tabel 6.1 staat voor de toepassingseis van aangevoerde grond buiten sanering, kolom gebiedsgericht beleid: Lokale Maximale Waarden volgens bodemfunctieklassen voor de leeflaag. Dit zou de Lokale Maximale Waarden zoals vastgesteld in de toepassingskaart moeten zijn.
- - Uw opmerking is correct. Dit is aangepast.
8. In bijlage 8 staat dat in bijlage 3 de kwetsbare objecten zijn beschreven. In bijlage 3 staat Protocollen onderzoek drinkwaterleiding. Klopt de verwijzing naar bijlage 3 ?
- - Uw opmerking is correct. De juiste verwijzing is paragraaf 2.6.
Reactie zienswijzen gemeente Tiel en gemeente Neerijnen
(Het betreft gelijke zienswijzen)
Het verzoek is om bladzijdenummers op te nemen in de inhoudsopgave
- - Dit is meegenomen in de definitieve versie.
2. In de nota is aangegeven dat de bodembeheernota ter goedkeuring aan het bevoegd gezag Wbb moet worden voorgelegd en deze haar instemming behoeft. Volgens de inspreker geeft de bestaande wet- en regelgeving (o.a. Besluit bodemkwaliteit) geen juridische basis voor een goedkeuringseis of instemmingsvereiste en daarom dient de Beleidsnota op dit punt te worden aangepast. Door de huidige formulering wordt de autonomie van gemeenten onnodig aangetast.
- - Het is geenzins de bedoeling de autonomie van de gemeenten aan te tasten. Met de passage is bedoeld dat criteria die de gemeente opneemt in een bodembeheernota op grond van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit niet automatisch ook gelden als criteria voor de saneringsparagraaf Wbb. De gemeente moet de criteria en de afleiding daarvan expliciet aan ons voorleggen om ze ook als toetscriteria voor de saneringsparagraaf Wbb te kunnen toepassen. Wij toetsen de afleiding van de criteria aan het landelijk en provinciaal beleid. De passage is naar aanleiding van uw reactie wel tekstueel aangepast.
3. Op blz. 61 in paragraaf 5.2 is de status van de NRB niet goed weergegeven. Aangegeven is dat de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de plicht tot bodembescherming niet wettelijk is voorgeschreven. Artikel 2.9 van het Activiteitenbesluit "verwijst alleen naar de NRB als toetsingskader". Dit mag duidelijker. In artikel 2.9 lid 1 van het Activiteitenbesluit is aangegeven dat indien in een inrichting een bodembedreigende activiteit wordt verricht, bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen worden getroffen waarmee een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Voor de inhoud van het begrip 'verwaarloosbaar bodemrisico' verwijst het Activiteitenbesluit naar de NRB.
- - Dit is aangepast in de definitieve versie
4. Op blz. 64 is met betrekking tot het zorgplichtbeginsel het volgende aangegeven. Bij asbest wordt conform de Circulaire bodemsanering de interventiewaarde gebruikt. Dit is vreemd, omdat de circulaire bodemsanering voor oude verontreinigingen geldt. Voor asbest dient bij een nieuwe verontreiniging als terugsaneerwaarde dus de detectielimiet te worden aangehouden.
- - Uw opmerking is correct. Dit is in de definitieve versie aangepast. Wel wordt vastgehouden aan het gehalte van 100 mg/kg ds (gewogen). Immers is dit tevens de norm die gebruikt wordt bij toepassen van grond. Bij toepassing van de detectiegrens als terugsaneerwaarde zou alle ontgraven grond tot 100 mg/kg direct weer toegepast kunnen worden op grond van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit.
5. Blz. 69 onder het kopje algemeen: Bij het Besluit Bodemkwaliteit... (kwalibo) - de toevoeging kwalibo weglaten. De opbouw van de Regeling en het Besluit is hetzelfde en de Regeling gaat dus niet alleen over kwalibo.
- - Uw opmerking is correct. Dit is aangepast.
6. Blz. 69 onder kopje Bevoegd gezag: Daarvoor zijn de gemeenten het bevoegd gezag. Toevoegen: meestal. Er zijn uitzonderingen, met name bij toepassing binnen niet gemeentelijke inrichtingen.
- - Uw opmerking is correct. Dit is aangepast.
7. Blz. 70: Voor het werken aan kabels.... Deze verwijzing is onjuist. Dit moet zijn: Kabels en leidingen in verontreinigde bodem - Richtlijn voor veilig en zorgvuldig werken aan ondergrondse lijninfrastructuur. Publicatie 307 (stichting CROW). Van kracht vanaf 9 december 2011.
- - Uw opmerking is correct. Dit is aangepast.
8. Blz 73 onder het kopje Overige afstemming tussen bouwen en bodemverontreiniging: ... kan bij grondverzet ten behoeve van de bouw de initiatiefnemer... Vaak weet de initiatiefnemer dit niet. Wij stellen voor dat de provincie een werkafspraak opneemt dat de gemeente in zo'n situatie de provincie informeert door een afschrift van de omgevingsvergunning naar de provincie te sturen (onderdeel van deze werkafspraak is het adres waar de omgevingsvergunning naar toe moet, m.n. de naam van de afdeling) en dat de gemeente de aanvrager/initiatiefnemer in de considerans van de omgevingsvergunning hierover informeert. Het is handig als er provinciebreed een standaard stukje tekst komt voor deze considerans. De provincie is dan verantwoordelijk voor handhaving t.a.v. het aspect bodem op basis van de Wbb.
- - Het is aan de gemeente (in de toekomst RUD) om na te gaan of een initiatiefnemer in strijd handelt met het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit bij grondverzet. Er ligt dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij de gemeente het meest betrokken is als vergunningverlener voor de omgevingswet. Wij stellen dan ook voor dat zij het voortouw neemt in eventuele handhaving.
- - Wij zien graag dat de gemeente (in toekomst RUD) iedere initiatiefnemer wijst op mogelijk andere vergunningsvereisten en dus ook de meldingsplicht Wbb. Wij willen dan ook meewerken aan een tekst voor de considerans van de omgevingsvergunning, waarbij verwezen wordt naar deze meldingsplicht Wbb en de site van de provincie met informatie over deze meldingsplicht. Wij zullen het Gelders bodemberaad (GBB) verzoeken een eerste tekstvoorstel op te stellen.
9. Blz. 74 eerste blok: artikel 6.2c i.p.v. artikel 62c
- - Uw opmerking is correct. Dit is aangepast.
10. Blz. 75 onder het kopje Bodemverontreiniging en bemalingen: Met de aanpassingswet Wet bodembescherming wordt... Hoe gaat de provincie hiermee om totdat de aanpassingswet in werking treedt?
- - Dit is meegenomen in hoofdstuk 8 van de definitieve tekst.
12. Blz. 81 onder het kopje Gelders beleid en toelichting: Op een enkel punt wordt enigszins afgeweken van de landelijke notitie. De afwijkingen dienen concreet te worden benoemd.
- - Dit is aangepast in de definitieve tekst.
Reactie zienswijze gemeente Rheden namens Vakberaad Bodem regio Arnhem
1. Wij verzoeken bij het bepalen van de terugsaneerwaarde aan te sluiten bij de bodemfunctieklassenkaart. Ook in die situaties waarbij het daadwerkelijke gebruik minder gevoelig is (dan wel gevoeliger). Dit zorgt ervoor dat het discussies over de gevoeligheid voorkomt, maar het vooral veel beter uitlegbaar en handhaafbaar is. Je voorkomt/beperkt situaties die wat betreft de Wbb zijn afgerond maar waarbij wat betreft het Besluit bodemkwaliteit nog extra maatregelen moeten worden genomen.
Men zou graag zien dat de gebiedseigen bodemkwaliteit (80-percentielwaarde) als terugsaneerwaarde wordt gehanteerd. Op die manier sluit regelgeving zo goed mogelijk op elkaar aan.
- - Uw zienswijzen komen overeen met de zienswijze van de gemeente Apeldoorn (2de punt). Hoewel wij uw standpunt vanuit oogpunt van de gemeente begrijpen is dit voor ons geen aanleiding geweest de nota aan te passen. Wij hebben bij onze reactie op de zienswijze van Apeldoorn een nadere toelichting gegeven.
Reactie zienswijze Sociale Volkspartij mede namens de stichting Grondvest Velp en het Henry George en Edward Bellamy Institute te Zevenaar
1. De sociale volkspartij brengt als stelling in dat grond geen produkt is waarop belasting kan worden geheven. De aarde is van iedereen, en daarmee de grond ook. Men wijst de beleidsnota dan ook principieel af.
- - De Wet bodembescherming is gericht op beschermen, beheer en saneren van de bodem. Met de Beleidsnota bodem wordt door het bevoegd gezag Wbb invulling gegeven aan de mogelijkheid om nadere beleidskaders te stellen om tot een voortvarende aanpak van de bodemverontreinigingsproblematiek in Gelderland te komen. De zienswijze van inspreker richt zich niet op deze doelstelling. We nemen deze zienswijze daarom voor kennisgeving aan.
Reactie zienswijze Onafhankelijke Nijmeegse partij
1. Stelt de gemeenteraad van Nijmegen de Lokale Maximale Waarden genoemd op pagina 35 vast?
- - De Lokale Maximale Waarden zijn al door de gemeente Nijmegen vastgesteld in een Bodembeheernota opgesteld in het kader van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit. Het vaststellen van de Lokale Maximale Waarden maakt geen deel uit van de formulering van voorliggend beleid, hooguit het toepassen in het kader van de Wet bodembescherming is in deze beleidsnota vastgelegd.
2. In hoeverre zijn er nog historische gevallen in Nijmegen?
- - Wij verwijzen voor deze informatie naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen. Dit maakt geen deel uit van het geformuleerde beleid in voorliggende Beleidsnota.
3. Aangenomen wordt dat de gemeenteraadsleden en Provinciale staten de nota gevoegd met de reactienota vast stellen.
- - Met deze nota worden beleidsregels vastgesteld in het kader van de Wet bodembescherming. Vaststelling van beleidsregels kan juridisch alleen plaatsvinden door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag Wet bodembescherming in Gelderland is het college van Gedeputeerde Staten en voor zover het hun grondgebied betreft de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Arnhem en Nijmegen. De beleidsnota zal wel ter informatie worden voorgelegd aan de gemeenteraden van Arnhem en Nijmegen en aan Provinciale staten.
Reactie zienswijze Federatieve Onafhankelijke partijen Gelderland
1. Er worden enkele wetswijzigingen genoemd die nog niet rond zijn. Is dit - gelet op de Haagse situatie - niet prematuur?
- - Inmiddels is de wetswijziging over gebiedsgericht grondwater in werking getreden. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet bodembescherming met het oog op terugbrengen van de administratieve en bestuurlijke lasten en enkele verbeteringen van de uitvoering is nog niet van kracht. In de definitieve nota is in hoofdstuk 8 aangegeven hoe te handelen als dit wetsvoorstel nog niet in werking is getreden (of geen doorgang zal vinden).
2. In hoeverre zijn er nog historische gevallen (voor 1987) in Gelderland? Waar moeten we dan aan denken?
- - Voor informatie over historische gevallen van bodemverontreiniging wordt verwezen naar de provinciale milieuatlas op de site van de provincie. Landelijke doelstelling is dat de ernstige gevallen van bodemverontreiniging met humane risico’s voor 2015 gesaneerd zijn. Dit zijn in Gelderland nog 14 gevallen (Peildatum 1 september 2012. Arnhem en Nijmegen niet meegerekend). Het bepalen van aantallen historische verontreinigingen maakt geen deel uit van het beleid in voorliggende Beleidsnota.
3. Welke concrete wijzigingen in beleid worden doorgevoerd met deze nota?
- - Het gaat vooral om actualisatie van het beleid, ingegeven door landelijke beleidswijzigingen (Wetswijziging gebiedsgericht grondwater, nieuwe landelijke Circulaire bodemsanering). De belangrijkste wijzigingen zijn genoemd in de Leeswijzer van de Beleidsnota.
4. We nemen aan dat Provinciale Staten de nota gevoegd met de reactienota vaststellen.
- - Met deze nota worden beleidsregels vastgesteld. Vaststelling van beleidsregels kan juridisch alleen plaatsvinden door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag Wet bodembescherming in Gelderland is het college van Gedeputeerde Staten en voor zover het hun grondgebied betreft de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Arnhem en Nijmegen. De beleidsnota zal wel ter informatie worden voorgelegd aan de gemeenteraden van Arnhem en Nijmegen en aan Provinciale staten.
5. Aangegeven is dat deze nota specifiek geldt voor Arnhem en Nijmegen en daarnaast voor de provincie. Waarom geldt deze nota niet specifiek voor alle 56 gemeenten in Gelderland?
- - De provincie is bevoegd voor alle gevallen van ernstige bodemverontreiniging in Gelderland met uitzondering van de gevallen op het grondgebied van de gemeenten Arnhem en Nijmegen. Voor die gevallen zijn de colleges van Burgemeester en Wethouders van respectievelijk de gemeente Arnhem en Nijmegen bevoegd gezag.
6. Worden er bevoegdheden ingeperkt van gemeenteraden en Provinciale Staten door het aanvaarden van deze nota?
- - Nee de bevoegdheden worden niet ingeperkt. De bevoegdheid voor de Wbb liggen bij het college van Gedeputeerde Staten en voor zover het hun grondgebied betreft de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Arnhem en Nijmegen. De Beleidsnota vult de beleidsruimte in die Gedeputeerde Staten en de colleges van Burgemeester en Wethouders hebben op grond van de Wbb. De nota biedt daarnaast vooral een handvat voor derden voor het op de juiste wijze uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsaneringen.