Protocol voor onderzoek drinkwaterkwaliteit
Bij bodemverontreinigingen is het mogelijk dat permeabele leidingen de kwaliteit van het drinkwater nadelig beïnvloeden en mogelijk humane risico’s aanwezig zijn. Deze mogelijke humane risico’s dienen onderzocht te worden.
Er is (nog) geen protocol voor de wijze waarop een drinkwateronderzoek uitgevoerd dient te worden. Bij de provincie Gelderland is ervaring opgedaan met een manier van bemonsteren waarmee goed gewerkt kan worden. Op basis daarvan is een basisprotocol opgesteld.
Aftappunt.
Als eerste dient in een woning of bedrijfspand een aftappunt bepaald te worden. Een aftappunt kan bijvoorbeeld gewoon een kraan zijn in de keuken of het toilet. Kies voor een aftappunt in de leiding dat zo dicht mogelijk bij de uitgang naar buiten ligt.
Bereken de inhoud van de leidingen
De lengte en de diameter van de drinkwaterleidingen dient bepaald te worden. Een drinkwater¬leiding in een woning heeft veelal een diameter van 15 mm in de woning en 25 mm buiten de woning, bij bedrijfspanden kan dit sterk afwijken. Bepaal zo exact mogelijk de afstand van de drinkwaterleiding.
1e Drinkwaterleiding binnen. De afstand vanaf het aftappunt tot buiten de woning/bedrijfsruimte.
2e Drinkwaterleiding buiten. De afstand vanaf de woning/bedrijfsruimte tot in het midden van de bodemverontreiniging.
3e Drinkwaterleiding in de verontreiniging. De afstand van de drinkwaterleiding in de veront¬reiniging (alleen de permeabele leiding).
Op basis van afstand van de drinkwaterleiding kan de inhoud van de leidingen vanaf het aftap¬punt tot in de bodemverontreiniging worden berekend.
Bemonstering
De drinkwaterleiding dient minimaal zes uur niet te worden gebruikt voordat de bemonstering bij het aftappunt plaatsvindt.
1e Drinkwater direct
Direct na het openzetten van de drinkwaterleiding het water bemonsteren. Dit betreft drinkwater wat zich gedurende de afgelopen zes uur in het pand bevond en dus buiten de veront¬reinigingkern.
2e Drinkwater in de verontreinigingkern
Conform een berekening (zie bijlage 1) dient men een specifieke hoeveelheid water door te laten lopen om daarna het water wat zich gedurende de afgelopen 6 uur in de veront¬reinigingkern bevond te bemonsteren. Dit is het worstcase scenario. Houd met het door laten lopen van de hoeveelheid water rekening met de hoeveelheid van het eerst genomen monster!
3e Drinkwater doorgespoeld
Dit is een monster waarbij tien keer zoveel leidingwater is doorgespoeld als de hoeveelheid water welke zich bevindt vanaf het aftappunt tot aan het eind van de bodemverontreiniging. Dit monster wordt beschouwd als representatief gedurende normaal tot intensief watergebruik.
Wijze monstername en analysepakket
De monstername dient conform de ‘NEN 5744, monsterneming grondwater’ te geschieden.
Het analysepakket is afhankelijk van de aangetroffen stoffen bij de aanwezige bodemverontreiniging.
Toetsen van de resultaten
De resultaten kunnen in overleg met de GGD te worden getoetst. Hierbij wordt gekeken naar de Nederlandse drinkwaternorm en de norm van de WHO (World Health Organisation).
Bij overschrijding van de Nederlandse drinkwaternorm spreken wij van een ongewenste situatie en bij overschrijding van de WHO-norm is sprake van humane risico’s.