Procedurele aspecten

Onderstaand wordt ingegaan op een aantal procedurele aspecten die van belang zijn bij het nemen van een besluit.

Besluitvormingsprocedures Algemene wet bestuursrecht

De procedures voor het vaststellen van besluiten in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) zijn gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierbij zijn de procedures uit de afdeling 3.4 en titel 4.1 van de Awb van belang. Omdat de drie bevoegd gezagen verschillen in het gebruik van de procedures en deze ook kunnen wijzigen zijn de procedures per bevoegd gezag niet aangegeven. In de besluiten en bijbehorende correspondentie is opgenomen welke procedure gevolgd wordt en hoe deze is ingericht. Ook op de sites van de gemeente Arnhem, en de provincie Gelderland kan nadere informatie worden verkregen over de besluitvormingsprocedure.

Algemene beschrijving procedures Awb

Afdeling 3.4

De procedure afdeling 3.4 van de Awb ligt geheel vast. Na ontvangst van de melding stelt het bevoegd gezag een ontwerpbesluit op. Dit wordt vervolgens gedurende zes weken ter inzage gelegd. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in een huis-aan-huisblad en/of via de site van het bevoegd gezag. Gedurende de ter inzage termijn kunnen belanghebbenden zienswijzen over het ontwerpbesluit indienen.

Na afloop van de ter inzage termijn wordt het besluit definitief gemaakt. In het definitieve besluit zijn eventuele zienswijzen verwerkt. Van het definitieve besluit en de terinzagelegging daarvan wordt opnieuw mededeling gedaan in een huis-aan-huisblad en/of via de site van het bevoegd gezag. Belanghebbenden kunnen gedurende zes weken tegen dat besluit een beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Titel 4.1

De procedure titel 4.1 van de Awb ligt minder vast. Als de procedure van titel 4.1 Awb wordt gevolgd wordt aangegeven hoe deze wordt ingericht. In sommige gevallen wordt geen ontwerpbesluit gemaakt en worden de melding en eventueel het uiteindelijke besluit gepubliceerd. In andere gevallen vindt terinzagelegging van een ontwerpbesluit plaats. Hierna wordt een definitief besluit opge¬steld. Het besluit wordt toegezonden aan allen die op de publicatie van de melding hebben gereageerd en eventueel aan bekende belanghebbenden. Tegen het besluit kunnen belang¬hebbenden bezwaar maken bij het bevoegde bestuursorgaan Wet bodembescherming (provin¬cie, gemeente Arnhem of gemeente Nijmegen).

Schorsing

Saneerders en adviesbureaus mogen van het bevoegd gezag een vlotte en professionele afhandeling van onderzoeken, saneringsplannen, nazorgplannen en evaluaties verwachten. Aan de andere kant verwachten de bevoegde overheden van melders dat de meldingen, onderzoeken, plannen en evaluaties voldoen aan de wettelijke eisen, de eisen vastgelegd in de gemeentelijke en provinciale verordeningen en de beleidsregels in deze nota en dat de meldingen en/of rapportages compleet zijn. Het indienen van incomplete meldingen en/of rapporten maakt een goede beoordeling hiervan onmogelijk. In dat geval zal het bevoegd gezag de aanvraag schorsen en binnen een te stellen termijn om aanvulling van de gegevens verzoeken. Als na afloop van de gestelde termijn blijkt dat de melding nog steeds niet compleet is, wordt de melding buiten behandeling gelaten. Daarna moet een nieuwe (complete) melding worden gedaan.

Om schorsing van meldingen te voorkomen zijn in deze nota standaardrapportages opgenomen voor melders, saneerders en adviesbureaus (zie bijlagen 5, 6, 10 en 11).

Belanghebbenden

Om te kunnen spreken van een zorgvuldige besluitvorming is het van belang dat de belangen van derden bij die besluitvorming worden betrokken. Onder belanghebbenden worden niet alleen eventuele gebruikers en/of zakelijke gerechtigden van het onderzochte of het te saneren terrein verstaan. In bepaalde gevallen kunnen ook direct omwonenden en gebruikers of eigenaren van omliggende terreinen als belanghebbenden worden aangemerkt. Belanghebbenden worden geïnfor¬meerd via de terinzagelegging van de (ontwerp)besluiten. In sommige gevallen wordt de melder geacht de belanghebbenden zelf vooraf te informeren.

Voorlopige voorziening

Het indienen van een bezwaar- of beroepsschrift heeft geen opschortende werking. Hiervoor moet gelijktijdig met het bezwaar- of beroepschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Kadastrale registratie

Op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperking (Wkpb) moeten gevallen van ernstige bodemverontreiniging worden geregistreerd bij de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, omdat er op het betreffende perceel een publiekrechtelijke beperking rust. De besluiten “vaststelling ernst en spoedeisendheid” worden met een korte aanduiding van de aard van het besluit bij de betrokken percelen in het register vermeld. Ook besluiten instemming evaluatieverslag en eventueel instemming nazorgplan van deze gevallen worden voor registratie aangeboden aan de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers. Voor meer informatie wordt verwezen naar de site van Bodem+ (www.bodemplus.nl).

Opgemerkt wordt dat een registratie op grond van de Wkpb geen betrekking heeft op gebruiks¬beperkingen. De afwezigheid van kadastrale registratie houdt ook niet in dat geen sprake is van bodemverontreiniging. De registratie heeft slechts betrekking op aanwezigheid van verontreiniging boven de interventiewaarde in de vaste bodem.

Overige registratie

Uitgebreidere informatie over een geval van bodemverontreiniging wordt bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming geregistreerd. Ook bij gemeenten is veel informatie aanwezig.

Informatie over bodemverontreiniging kan bij de gemeente worden verkregen, of bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming, bijvoorbeeld via de betreffende website.

Ook kan www.bodemloket.nl worden geraadpleegd.