**1..** Als een inwoner niet heeft voldaan aan de verplichting genoemd in artikel 5 lid 2 onder a. en binnen zes maanden na het verzoek opnieuw een verzoek doet, waarbij hij wederom niet voldoet aan de genoemde verplichting, neemt het college een volgend verzoek niet eerder in behandeling nadat zes maanden zijn verstreken gerekend vanaf de datum van de laatste melding. In afwijking van het gestelde in dit lid neemt het college de aanvraag in behandeling als naar het oordeel van het college elke verwijtbaarheid ontbreekt.
**2..** Het college kan besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen als aanvrager niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 5 en in artikel 6 (inlichtingenplicht) en artikel 7 (medewerkingsplicht) van de wet, alsmede de bijzondere verplichtingen zoals vastgelegd in de beschikking, en de bepalingen van de overeenkomsten en plan van aanpak.
**3..** De toegang tot schuldhulpverlening wordt in elk geval geweigerd of beëindigd, als:
aanvrager niet tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2 behoort;
het traject schuldhulpverlening (succelsvol) is afgerond;
de aanvrager zijn beschikbare afloscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van – zo later is gebleken – door aanvrager onjuiste gegeven zijn verstrekt, terwijl als dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
aanvrager zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het traject schuldhulpverlening, naar het oordeel van het college ernstig misdraagt;
schuldhulpverlening door het college niet (langer) noodzakelijk wordt geacht;
de klant zelf schriftelijk verzoekt om de toegang tot schuldhulpverlening te beëindigen;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van aanvrager, niet langer passend is;
aanvrager is komen te overlijden;
aanvrager niet heeft aangetoond gemotiveerd te zijn om de onderliggende oorzaak van de schulden te willen oplossen, bijvoorbeeld door niet de naar het oordeel van het college benodigde hulpverlening te zoeken en te aanvaarden;
**4..** Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren dan wel beëindigen als de schulden zijn ontstaan door fraude, als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de wet.
**5..** Het college kan besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen als er sprake is van een onregelbare schuldenaar en/of een onregelbare schuldensituatie.