Waardering van de landschapstypen

De waardering van het historisch cultuurlandschap heeft plaatsgevonden door elk gekarteerd deelgebied op drie criteria te beoordelen:

  • - de gaafheid van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de ontginning, dat wil zeggen type grondgebruik, verkaveling, percelering, etc.;
  • - de gaafheid van de huidige verticale dimensie in het landschap (fysiognomie) ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de ontginning, dat wil zeggen de openheid of geslotenheid van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc.;
  • - de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt.

Op elk criterium is een score van 0 tot 5 genoteerd. Voor de eerste twee criteria is dat op basis van een strakke definitie gebeurd (tabellen 2.1 en 2.2), voor de laatste op basis van ‘expert judgement’ (beoordeling op basis van algemene kennis van de vakspecialist). Voor het derde criterium hebben we geen exacte omschrijving gegeven wat er onder welke score verstaan wordt, omdat dit per deelgebied kan verschillen en het afhangt van de bijzonderheid die in dat specifieke deelgebied aan de orde is.

score

omschrijving

0

volledig gewijzigd

1

overbouwd

2

verkaveling sterk gewijzigd, grondgebruik sterk gewijzigd

3

hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik sterk gewijzigd óf hoofdstructuur in belangrijke mate gewijzigd, maar grondgebruik grotendeels intact

4

hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik merendeels intact

5

verkaveling grotendeels intact, grondgebruik grotendeels intact

Tabel 2.1. Waardering gaafheid van de historische situatie in de huidige topografie.

score

omschrijving

0

volledig gewijzigd

1

overbouwd

2

openheid/geslotenheid sterk gewijzigd, bebouwing grotendeels verplaatst

3

openheid/geslotenheid half intact, bebouwing deels origineel, deels gewijzigd

4

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing merendeels origineel gesitueerd

5

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing als origineel gesitueerd

Tabel 2.2. Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de historische situatie omstreeks 1850.

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in zes waarderingscategorieën (van zeer laag tot zeer hoog) verdeeld (tabel 2.3). De waardering wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen.

gemiddelde score

waardering

niet gewaardeerd

1,6-2,5

laag

2,6-3,5

gemiddeld

3,6-4,2

hoog

4,3-5,0

zeer hoog

Tabel 2.3. Scores en klassen van de waardering.

Hoewel op basis van bovenstaande criteria een vrij objectieve score berekend kan worden, blijft de waardering toch een bepaalde mate van subjectiviteit houden. Dat komt niet alleen door de nadruk op het criterium ‘gaafheid’ en de keuze voor het derde criterium (‘bijzondere kenmerken’), maar ook door de schaal van het te beoordelen gebied en de begrenzing ervan. Voor de waardering zijn de grotere gebieden, zoals gekarteerd bij de inventarisatie, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen verder opgeknipt om willekeur te voorkomen. Een lage waardering voor een gebied betekent daarmee niet dat er in het gebied geen enkele bijzondere individuele waarde kan voorkomen!

Definiëring van de ensembles

Op de waarderingskaart hebben we gebiedscontouren opgenomen waar bijzondere landschappelijke kwaliteiten bij elkaar komen. Om daar enige systematiek in te brengen, gaan we uit van de volgende criteria:

  • - het moet gaan om een historische kern of groter bebouwingsensemble met een nog relatief gave relatie met het (agrarisch) buitengebied; óf:
  • - het moet gaan om een bijzondere combinatie van verschillende, aan elkaar grenzende landschappen of juist gebieden daarbinnen waar een belangrijk, onderscheidend historisch verhaal te vertellen is .

Het moge duidelijk zijn dat ondanks bovenstaande richtlijnen de definitie van ensembles altijd een zekere mate van subjectiviteit zal bevatten. Dat geldt onder meer voor grenzen: waar leg je bij een waardevolle overgang tussen dorpskern en platteland de grens? Eén van de criteria die we daarvoor hanteren, is in elk geval de waardering: zo min mogelijk zullen we laag gewaardeerde deelgebieden in het grotere ensemble betrekken, tenzij dat echt om specifieke redenen wenselijk is.

Wat we verder nastreven is een enigszins representatief beeld van de Berkellandse landschappelijke kwaliteiten – het is daarom niet de bedoeling uitsluitend landgoederen of essen te selecteren.

Wat we niet onder ensembles hebben opgenomen, zijn hoog gewaardeerde landschappen op zich. De kwestie of bij aaneensluitende gave landschappen een verhaal te vertellen is dat relevant genoeg is, is uiteraard opnieuw enigszins subjectief. Daaraan valt niet te ontkomen.