Op basis van de criteria/richtsnoeren zoals we die onder § 2.3.3 hebben geformuleerd, hebben we 13 ensembles gedefinieerd. Deze zullen we hieronder kort bespreken. Ze zijn op volgorde van voormalige gemeente (Ruurlo, Borculo, Eibergen, Neede) geplaatst en daarbinnen op willekeurige volgorde. Deze ensembles fungeren niet als aanvulling op de waardevolle landschappen, maar hebben een eigen betekenis: het zijn historisch waardevolle combinaties van historische kernen en hun aangrenzende buitengebied óf bijzondere combinaties van waarden van een zekere omvang in het buitengebied.

We willen hierbij nog benadrukken dat deze lijst uitsluitend ensembles bevat die in de huidige toestand een hoge waarde vertegenwoordigen. Hierbij laten we bovendien ensembles binnen de grenzen van historische kernen, zoals de stad Borculo, buiten beschouwing. Die scoort namelijk als nederzetting op zich al hoog, en daarvoor is in de ensembledefiniëring geen dubbeling opgenomen. Voor Borculo specifiek geldt bovendien dat het, wanneer we buiten de grenzen van het nederzettingstype zelf kijken, een ensemble is waar nog juist enige verbetering wenselijk is – met name in de ruimtelijke relatie met het kasteelterrein ‘t Hof. Meer daarover is opgenomen onder de wenken (§ 8.6.18).

1 – Ruurlo

De bijzondere omstandigheid bestaat in Ruurlo dat dorpskern en landgoed rond Huis Ruurlo hier min of meer nog gaaf in elkaar overgaan. Dat geldt in zekere zin voor de oude dorpskern, maar in veel sterkere mate voor het katholieke cluster aan de oostzijde van de Schansenkamp. Daardoor kan men zich, ondanks de aanwezigheid van de spoorlijn, nog in min of meer landelijke context van dorp naar kasteel begeven.

Het waardevolle aan het landgoed Huis Ruurlo, dat overigens groter was dan de contour van het ensemble doet vermoeden, is het bijzondere samenspel van een aantal onderdelen. Dat is in de eerste plaats het huis met tuin, park en Molenbos, met daarbij de twee lanen richting Vorden en het oude bos daaromheen. Ten zuiden van het kasteel ligt de Bruijl, waar de nodige oude pachthoeven van het kasteel liggen, en westelijk daarvan ligt het jonge kasteelbos uit de 19e eeuw met de padenster. Samen met de overgang naar het dorp hebben we hier een voor Berkelland unieke combinatie van een aaneengesloten kern en landgoed te pakken.

2 – Gelselaar

Gelselaar is, samen met Geesteren (zie onder punt 3), één van de nog gave esdorpen in de gemeente Berkelland. De concentratie aan historische bebouwing en de overgang naar de herkenbare es heeft er in het verleden onder meer voor gezorgd dat Gelselaar tot rijksbeschermd dorpsgezicht is aangewezen. Ten opzichte van het beschermd gezicht hebben we gave landschappen aan de west- en oostzijde aan het ensemble toegevoegd. Aan de oostzijde sluit het ensemble overigens direct aan op het ensemble ‘Needse Berg’ (zie onder punt 13).

3 – Geesteren

Geesteren is evenals Gelselaar een relatief gaaf esdorp, zij het dat Geesteren zich iets sterker heeft uitgebreid dan Gelselaar. Desalniettemin is ook hier nog altijd sprake van een gave overgang van dorp naar es. Aan de zuidzijde is een harde overgang door het daar gebouwde viaduct. De overgang naar het landschap aan de westzijde is gradueel, en daar kan de ensemblegrens dus ook als zachte overgang/geen harde grens worden beschouwd.

4 – Nederbiel

Een bijzonder en wellicht ook wat onbekender fraai gebied is dat van Nederbiel, ten zuidoosten van Geesteren en noordoosten van Borculo. Wat dit gebied zo fraai maakt is dat hier sprake is van een, ook voor de leek, beleefbare gradiënt van es via agrarische bebouwing langs de Needse Tolweg naar het beekdal, ondanks dat dit beekdal op zichzelf niet zo waardevol wordt geacht. Als meerwaarde hebben we in dit gebied ook nog te maken met een oude beekarm, die door twee steilranden aan weerszijden nog heel duidelijk gemarkeerd wordt. Dit gebied ontleent zijn ensemblewaarde echter vooral aan de beleefbare gradiënt.

5 – Lebbenbrugge & Beekvliet

Ten westen van Borculo bevinden zich twee ensembles die weliswaar in historisch opzicht weinig met elkaar te maken hebben, maar door hun ligging met elkaar verbonden zijn: de tolhuis-herberg Lebbenbrugge met zijn context en de jonge buitenplaats Beekvliet. Bij de Lebbenbrugge hoort de naastgelegen weg, bij Beekvliet het fraaie, tot het landgoed behorende landschap dat zich tot aan de Lebbenbrugge uitstrekt. Het Galgenveld met zijn oude openluchtbad valt eveneens binnen dit ensemble als een voorbeeld van vroege ontspanning voor de inwoners van Borculo.

6 – Eibergen

Door de aanleg van een park in een oude Berkelmeander heeft de familie Smits er uiteindelijk voor gezorgd dat het stadje Eibergen nog een min of meer beleefbare relatie met de oude waterloop behouden heeft. Het ensemble omvat naast het oude deel van het dorp ook het park en het naastgelegen openluchttheater, dat kort na de Tweede Wereldoorlog werd geopend.

7 – Mallem

Evenals Gelselaar is ook Mallem een rijksbeschermd dorpsgezicht. Die bescherming heeft echter uitsluitend betrekking op de omgeving van de molen, terwijl naar ons gevoel de directe omgeving, waaronder de oude Joodse begraafplaats, de gehele oude Berkelloop met aangrenzende landerijen en het relatief recent ontworpen doolhof, tot het waardevolle ensemble zou moeten behoren.

Ook de relatief gave buurtschap Loo is in dit ensemble opgenomen. Hier staan meerdere historische boerderijen in een goed bewaard gebleven stedenbouwkundige setting bij elkaar.

8 – ’t Kip

Als wellicht wel de meest onbekende kern in de gemeente Berkelland verdient ook ’t Kip onze belangstelling. Het kleine lint, waarbij geen uitbreidingswijken aanwezig zijn en alle huizen van het dorp nog aan het landelijk gebied grenzen, kent ook een fraai rooms-katholiek kerkelijk ensemble.

9 – Rekken

De uitbreiding van Rekken heeft na de Tweede Wereldoorlog voornamelijk aan de noordzijde plaatsgevonden, waardoor kerk en kerkhof nog steeds een directe ruimtelijke verbinding met het dal van de Berkel hebben. Door het perceel beekdalgrasland dat binnen het ensemble ligt, liep tot in de jaren 70 van de 20e eeuw de Berkel zelf nog.

10 – Rekkense Inrichtingen

Vaak onderbelicht maar toch heel wezenlijk voor de landschappelijke ontwikkeling van de omgeving van Rekken zijn de Rekkense Inrichtingen. Deze inrichtingen, met uitzondering van de afzijdig gelegen inrichting Oldenkotte, hebben we als ensemble benoemd. Daaronder valt ook het natuurbad. Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van wat oudere en nieuwe bebouwing in een zeer fraaie groene omgeving binnen een jonge heideontginning.

11 – Oldenkott & 12 – Zwillbrock

Deze twee ensembles hebben zoveel overeenkomsten dat we ze samennemen. Ze zijn in die zin ook afwijkend van de rest dat ze grensoverschrijdend zijn en een belangrijk deel van hun waarde ontlenen aan zaken die aan de Duitse zijde liggen. Het gaat namelijk om de oude grensovergangen met grenskapellen aan de Duitse zijde, waarbij vooral de grensmarkering, het landelijk karakter en de verzorgende functies rond de grens (cafés, grenskantoor, kerk) een grote rol spelen.

13 – Needse Berg

Verreweg het grootste ensemble in de gemeente Berkelland is dat van de meest grootschalige gebieden. Het betreft de Needse Berg met aan weerszijden de aangrenzende gehuchten (Noordijk, Lochuizen) en de achterliggende uitgestrekte heideontginningen. Met name de Needse Berg en deze heideontginningen zijn nog erg gaaf. De twee gehuchten zijn wel sterk veranderd, maar nog altijd betrekkelijk landelijk en onmisbaar voor het vertellen van het verhaal over de Needse Berg. Binnen de Needse Berg is het industriële verhaal, waarvan nog winningskuilen, voormalige fabrieksterreinen en spoorlijntracés te vinden zijn, een relevant subthema. Het vertegenwoordigt het bredere industriële verleden dat voornamelijk in het noordoosten (Neede) en oosten (Rekken) van de gemeente Berkelland in de late 19e en vroege 20e eeuw een rol speelde.