De meest ‘aaneengesmede’ en grootschalige akkercomplexen rekenen we tot de open akkers. Het betreft daarbij grootschalige aaneengesloten akkers zonder of met weinig zichtbare kavelgrenzen, vaak op natuurlijke hoogten in het landschap gelegen en omzoomd door de oudere middeleeuwse boerderijen. De daadwerkelijke verkaveling bestond veelal alleen in de vorm van eigendomsgrenzen, die soms in het veld door stenen werden gemarkeerd. Kenmerkend zijn de grote verkavelingsblokken of gewannen, die in stroken onderverdeeld waren. Spek constateerde voor de Drentse essen dat hoe langer en smaller de stroken waren, hoe recenter de ontginning was.16Spek, 2004: 673 De typische Drentse es, waarvan we wellicht voor de Needse es een parallel vinden (figuur 3.1), kende in de 12e tot 17e eeuw zijn sterkste uitbreiding. Interessant is dat de strookkavels op de Needse es ook wel ‘brede’ of ‘bree’ werden genoemd.17Keunen, manuscript

De oudere fases bestonden uit kleinere kampjes, die we aan de zuidzijde van de Needse es ook nog herkennen en waar bij archeologisch onderzoek de vol-middeleeuwse voorgangers van de latere boerderijen onder vandaan zijn gekomen. Op deze kampen moet in de Late Middeleeuwen nog bos gestaan hebben. Zo lagen bij het erf Rutgerink nog het Rutgerinkbosch en de Rutgerinkboskamp. De naam van het vroeg verdwenen erf Rijkenhuis wijst op een omheind of omrikt erf.18Keunen, manuscript De percelen bij het huis kunnen we wellicht beschouwen als later relatief extensief gebruikte kampjes, die in Brabant ook wel bochten worden genoemd.19Vangheluwe & Spek, 2008

Ook de openheid van de es zelf lijkt niet van alle tijden te zijn geweest. Uit talrijke veldnamen die naar bos verwijzen, is duidelijk dat er nog tot in de Late Middeleeuwen bosjes op de berg gestaan moeten hebben. Het betreft dan bijvoorbeeld het Roodland (verwijzend naar gerooid bos), het Vlierbos, het Hilligenbos en het Meulenbosch.20Keunen, manuscript

Niet alleen de landschappelijke structuur, maar ook de bodemkundige opbouw is typerend voor veel essen. In de ondergrond bevinden zich vaak rijkere humuspodzolen, zoals in Neede kon worden aangetoond.21Keunen, manuscript Daarop ontstond, vermoedelijk vanaf de 16e eeuw22Spek, 2004: 965, door bemesting met humus- en mineraalrijke plaggen, een ophogingsdek dat we tegenwoordig veelal als plaggendek betitelen. In bodemkundig opzicht – waarbij vanuit de agrarische achtergrond van de discipline hoofdzakelijk naar de bovenste 50 cm wordt gekeken – worden deze bodems als enkeerdbodems aangeduid.

Essen die aan bovenstaande kwalificaties voldoen, vinden we in de gemeente Berkelland in Hupsel, Neede, Geesteren, Eibergen en Mallem (figuur 3.2). Afgezien van de kleine delen die bebouwd zijn, zoals het zuidelijke deel in Neede, is het merendeel nog redelijk gaaf en herkenbaar. Doorgaans zijn ze wel herverkaveld, omdat de oude verkavelingen door hun maat en schaal niet meer aan de eisen voor de hedendaagse landbouw voldeden. In een enkel geval, zoals in Mallem, is er een nieuwe wegenstructuur overheen gelegd. De belangrijkste kenmerken, de openheid en het grondgebruik, zijn vaak nog aanwezig.