De oude kampontginningen die we hiervoor behandelden, kennen doorgaans wat grotere kampen, waaraan middeleeuwse boerderijen gesitueerd waren. Vaak grenzend aan deze oude kampontginningen lagen weliswaar ook droge, maar wat kleinschaliger kampontginningen. De bouwlandkampjes waren kleiner, en de structuur in de directe omgeving was wat regelmatiger dan bij hun ‘oudere broer’. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met uitbreidingen van het cultuurland uit wellicht nog de Middeleeuwen, maar mogelijk ook de vroege Nieuwe tijd. De schaal is het belangrijkste onderscheid ten opzichte van de oude kampontginningen. Ook hierin werden boerderijen gebouwd.

De nabijheid tot de oude kampontginningen zien we heel mooi terug in Ruurlo, waar het gebied oostelijk van De Forme tot dit landschapstype wordt gerekend. In vrijwel alle gevallen gaat het om betrekkelijk kleine gebieden, die net als de oude kampontginningen in een brede zone langs het Berkeldal te vinden zijn. De gaafheid ervan is heel wisselend, variërend van vrij gave stukken (onder meer bij ‘t Loo) tot sterk gewijzigde (zoals tussen Haarlo en Olden Eibergen; figuur 3.7) en zelfs volledig overbouwde deelgebieden.