Slechts één onregelmatige broekontginning die al vóór 1850 in ontwikkeling was gekomen, hebben we hier onderscheiden. Het betreft een gebied ten westen van Gelselaar, liggend tegen het Gelselaarse Broek dat we hiervoor behandelden. Dit deel van het gebied had een veel onregelmatiger karakter dan de rest, wat we ook nu nog in de verkaveling herkennen (figuur 3.22). Voor het overige is de karakteristiek van het gebied identiek. Door de verminderde onregelmatigheid en dus geringere gaafheid scoort het in waarde minder dan het aangrenzende gebied.