Een bijzondere structuur die we er als landschapstype hebben willen uitlichten, houdt het midden tussen een broekontginning en een buitenplaats (figuur 3.24a/b). Omdat de agrarische functie in het verleden echter lijkt te overwegen, hebben we dit erf onder de broekontginningen geschaard. Het gaat om het geheel waar de boerderijen Haverkamp en Bensing deel van uitmaakten. Deze boerderijen lagen aan beide einden van een laan, met een halfrond erf voor de boerderij van Bensing. Vanuit beide erven liepen naar buiten ook weer lanen. Rondom de op zich onregelmatig gevormde kampen van beide erven lag een rechthoekig wegengrid, waarbinnen rabatbossen gelegen lijken te hebben. Er is duidelijk sprake van een zorgvuldig ontworpen eenheid, die tot kort voor de Tweede Wereldoorlog in haar toestand uit de ontginningsperiode – omstreeks 1800 – bewaard bleef. In de jaren 30 van de 20e eeuw werden de rabatbossen gekapt, maar de lanenstructuur en de houtsingel langs het wegengrid bleven herkenbaar. Na de Tweede Wereldoorlog verdween geleidelijk het merendeel van het hout, waardoor slechts hier en daar nog wat herkenbaar is van de oude grandeur.