Een deel van het aanwezige oud bos hebben we gerangschikt onder andere landschappen, zoals dat van de bosrijke oude en vochtige kampontginningen. Daarmee hebben we echter niet al het oude bos gehad. Er zijn bossen van meer dan 160 jaar oud die als zelfstandig landschapstype aan te duiden zijn.
Een bijzondere plek daarin is ingeruimd voor de bossen die bijzondere landgoedkenmerken hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om oud loofhout, vaak voorzien van enkele of dubbele laanstructuren. In de gemeente Berkelland hebben we twee bossen op een dergelijke manier gekarakteriseerd, te weten het oude landgoedbos ten westen van Huis Ruurlo en het Kerkloo ten oosten van Eibergen.
De basis voor het landgoedbos bij Ruurlo werd gelegd toen de heer van Ruurlo in 1737 de Groote Allee als zichtas vanuit zijn huis liet aanleggen. Dat was de huidige Vordenseweg. Daaromheen liet Van Heeckeren in de vroege 19e eeuw naaldbos aanplanten, terwijl zijn voorganger een eeuw eerder al strijd met de heer van de Wiersse over de aanplant van heesters had.30Keunen, manuscript De Vordenseweg werd bij de verbetering van de weg tussen Zutphen en Winterswijk in 1827-1829 de nieuwe doorgaande weg.31Keunen, manuscript Ten zuiden van de Groote Allee lag een tweede laan (figuur 3.25).
Over het Kerkloo is minder bekend (figuur 3.26). Het bos kwam met de Villa Smits en de bijbehorende tuin aan de gemeenschap van Eibergen toe na de dood van voormalig burgemeester G.H. Smits.32http://www.gemeenteberkelland.nl/Inwoners/Nieuwsberichten/Nieuws/2016/Januari/Informatiebord_Kerkloo_bos; http://www.historischekringeibergen.nl/wp-content/uploads/2013/02/museumnieuwsON73.pdf Over de voorgeschiedenis is ons niet veel bekend, maar wel weten we dat het oostelijke deel ervan in 1832 voor het kadaster als dennenbos werd gekwalificeerd en deels in handen van Derk van Eps Reerink (ca 1783-1869), ontvanger, en deels van Pieter Reinhard Johan Wild baron van Heeckeren († 1835), burgemeester van Eibergen was. Het westelijke deel was in bezit van vrederechter Gerrit Smits (1780-1854), en werd ook als dennenbos aangeduid. Hieruit blijkt dat het uiteindelijke bos dat na de dood van Smits toekwam aan de gemeente Eibergen, een samenvoeging was van meerdere bospercelen die aan de elite van Eibergen toebehoorden.
Door de bijzondere zorg voor dergelijke bossen door de landgoedeigenaren en later de nieuwe eigenaren zijn deze landgoedbossen doorgaans goed bewaard gebleven en behoren ze tot de gaafste overblijfselen van het historisch cultuurlandschap van enkele eeuwen geleden.