De gemeente Berkelland heeft een rijke spoorweggeschiedenis. Meerdere spoorlijnen van uiteenlopende aard lopen over het gemeentelijk grondgebied.
Spoorlijn Zutphen – Gelsenkirchen-Bismarck
De Nederlandsch-Westfaalsche Spoorweg-Maatschappij zorgde tussen 1877 en 1880 voor de aanleg van het Nederlandse deel van een internationale spoorwegverbinding tussen Zutphen en Gelsenkirchen, die in de eerste plaats gericht was op een ontsluiting in verband met de textielindustrie. De concessie voor het aanleggen van een spoorlijn tussen Zutphen en Winterswijk had men op 27 maart 1872 gekregen. Een strijd om de ligging van het spoor ten opzichte van de kernen werd uiteindelijk beslist door eenvoudigweg de kortste route te nemen. Daardoor moesten later vanaf verschillende kernen spoor- en tramlijnen aangelegd worden richting de stations langs de lijn. Bij Winterswijk sloot de nieuwe lijn aan op de eveneens nieuwe spoorlijn van Winterswijk naar Gelsenkirchen, aangelegd door de Bergisch-Märkische Eisenbahn Gesellschaft. In 1926 kwam de exploitatie in handen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij.
In tegenstelling tot de andere normaalspoorlijnen bleef deze spoorweg tot op heden voor een belangrijk deel in gebruik (figuur 4.5). Het gedeelte tussen Zutphen en Winterswijk werd op 24 juni 1878 geopend. Alle sluitingen hebben betrekking op het gedeelte rond de grens, namelijk tussen Winterswijk en Borken. Dat traject werd in 1979 en 1994 in twee fasen gesloten. De voormalige wachtposten langs de lijn zijn allemaal verdwenen. Datzelfde geldt voor de stopplaats Beltrum-Zieuwent.
Spoorlijn Winterswijk-Neede
Op 15 oktober 1884 opende de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij (GOLS) een spoorverbinding tussen Winterswijk en Hengelo/Enschede. Om de spoorlijn op een aardlichaam te kunnen aanleggen, werd tussen Eibergen en Hupsel zand gewonnen. Deze ballastput is nog altijd aanwezig. De treinen reden hier over normaalspoor met een spoorbreedte van 1435 mm.
Aanvankelijk bestond er een hoofdlijn van Winterswijk via Neede en Boekelo naar Hengelo/Enschede. De lijn Doetinchem-Ruurlo-Neede vormde een zijlijn hiervan. In een later stadium reden de treinen rechtstreeks van Doetinchem via Boekelo naar Enschede en Oldenzaal. De lijn vanaf Winterswijk reed vanaf Neede verder in de richting van Hellendoorn. Wilde men dus van Winterswijk naar Hengelo, zoals aanvankelijk nog rechtstreeks kon, dan moest men in Boekelo overstappen. Langs de lijn stonden stations in Neede en Eibergen en een stopplaats in Hupsel. Verder stond er een wachtpost langs de lijn, die eveneens verdwenen is.
Zoals de meeste lokaalspoorwegen verloor de spoorlijn in het Interbellum de concurrentie met de autobus. Op 3 oktober 1937 werd de spoorlijn voor personenverkeer gesloten. Nog tot 1975 is er vracht over het tracé vervoerd. Tussen Neede en Winterswijk is een stuk van het tracé als (geasfalteerd) fietspad bewaard gebleven, en over de Berkel en Oude Berkel zouden nog twee voormalige spoorbruggen aanwezig zijn.73https://nl.wikipedia.org/wiki/Spoorlijn_Winterswijk_-_Neede De gebouwen zijn allemaal verdwenen.
Spoorlijn Doetinchem-Hengelo GOLS
Gelijktijdig met de hoofdlijn van Winterswijk naar Hengelo/Enschede werd ook de zijlijn van Neede naar Ruurlo op 15 oktober 1884 geopend. Een ruim half jaar later werd ook het verlengde, van Ruurlo naar Doetinchem, opengesteld. Op een nog onbekend moment nam het gedeelte van Neede naar Doetinchem de rol van hoofdlijn over. De treinen reden er op normaalspoor met een spoorbreedte van 1435 mm.
Kort vóór de sluiting van de hierboven genoemde lijn werd het gedeelte tussen Ruurlo en Doetinchem op 22 mei 1937 gesloten. Op 3 oktober 1937 volgde, zoals we hiervoor al zagen, de sluiting van de rest van de lijn. Kort na de sluiting werden de trajecten Zelhem-Ruurlo, Ruurlo-Borculo en Neede-Haaksbergen opgebroken.
Op een deel van de route bleef goederenvervoer mogelijk. Zo waren er nog ritten van Winterswijk via Neede naar Borculo. Na de sluiting op 28 mei 1972 vond in 1975 de opbreking van het traject Borculo-Neede plaats. De Museum Buurtspoorweg in Haaksbergen gebruikt het spoor tussen Haaksbergen en Boekelo.
Langs de lijn lagen de stations te Ruurlo, Borculo en Neede en de stopplaatsen te Haarlo en Rietmolen. Hiervan is alleen station Ruurlo als functionele eenheid nog over, omdat er langs de nog bestaande spoorlijn Zutphen-Winterswijk van dit station gebruik wordt gemaakt. Het oude stationsgebouw daar is echter in 1985 afgebroken. Een oude wagenloods is bewaard gebleven.
Spoorlijn Neede-Hellendoorn
Vanaf het stationsemplacement in Neede werd tussen 1905 en 1910 een nieuwe spoorlijn aangelegd op kosten van de Locaalspoorweg-Maatschappij Neede-Hellendoorn. De route voerde door Noordijk. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij zorgde voor de exploitatie. Opening van de lijn voor personenvervoer vond op 1 mei 1910 plaats. De lijn kende normaalspoor (1435 mm). Op de Needse Berg lagen enkele aftakkingen naar de kleiwinningskuilen en fabriek aldaar.
Langs de lijn werd een stopplaats gerealiseerd in Kisveld en haltes in Gelselaar en Noordijk. Deze drie plekken zijn nog herkenbaar doordat de originele gebouwen nog bestaan. Het gebouw in Gelselaar, dat als adres Het Halt 1 kent, is in 1980 sterk verbouwd en daardoor minder herkenbaar. Bij Noordijk werd een aansluiting voor de lokale steenfabriek gerealiseerd.
Op 15 januari 1935 werd het personenvervoer op deze lijn gestaakt, in de eerste plaats als gevolg van de aanleg van het Twentekanaal die de lijn zou gaan doorsnijden. Goederenvervoer (m.n. bakstenen tussen Neede en Noordijk) vond daarna op deeltrajecten nog plaats, maar in 1972 was ook die activiteit verleden tijd. Het spoor is geheel opgebroken, maar aan de gebouwen en relicten van de spoordijk is het verleden nog afleesbaar. Bij Gelselaar ligt bovendien nog een ballastput die is aangelegd voor zandwinning om het aardlichaam onder het spoor te kunnen opwerpen.
Tramlijn Deventer-Borculo
Naast de hiervoor vier spoorlijnen met normaalspoor was er ook nog een tramlijn met een spoorwijdte van 1067 mm, in 1934 versmald tot 750 mm. Dit was de tramlijn van de Geldersch-Overijsselsche Stoomtram-Maatschappij, geopend op 26 augustus 1885. De lijn liep binnen de gemeente Berkelland van Barchem naar Borculo. Plannen om een zijlijn aan te leggen van Barchem naar Ruurlo kwamen nooit van de grond. Datzelfde gold voor doortrekking van de lijn vanuit Borculo via Beltrum richting Groenlo en Winterswijk. De Eerste Wereldoorlog gooide hier roet in het eten.
Net als de lokaalspoorwegen kon de tramlijn de concurrentie met de autobus niet aan. Op 20 april 1931 reed de eerste autobus ter vervanging van de tram. De laatste autobus op deze lijn reed op 18 september 1944. Na de Tweede Wereldoorlog werd de lijn niet meer in gebruik genomen doordat de brug over het Twentekanaal vernield was. In 1948 werd het spoor opgebroken.