Veel boerderij- en huisnamen hebben een naam die is afgeleid van een middeleeuwse persoonsnaam. Na verloop van generaties werd de boerderijnaam vast, en pasten de bewoners hun ‘achternaam’ aan de boerderij waar ze woonden aan. Bij nieuwbouw in de directe nabijheid werd de oude boerderijnaam soms meegenomen naar het nieuwe erf. Dit zorgt er wel eens voor dat op de kaart clusters gebouwen aanwezig zijn, die dezelfde naam dragen. Soms komt er ook wel ‘Nieje(n), Niej of Nieuw’ voor de naam van de nieuwe boerderij. Oudere boerderijen die ook bewoond blijven, bijvoorbeeld, krijgen dan ook wel ‘Olde’ of ‘Olt’ voor de oorspronkelijke naam.

De namen ‘Groot’ en ‘Klein’ kunnen duiden op een vroegere opsplitsing van een bedrijf, maar dat hoef niet per sé. Het kan ook gaan om onafhankelijke nieuwstichting aan een dekzandrug waaraan de naam van het eerste erf ook verbonden was.116Keunen, manuscript

Men gaf de boerderij of het huis ook wel eens een naam naar het beroep van de bewoners. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Veldsnieder’, ‘Schepershuus’, ‘Leerkotte’, ‘Meistershoes’ of ‘Daglonerswoning’. Wat ook regelmatig voorkomt is dat een boerderij of een huis de naam krijgt naar de ligging van het huis. Zo wordt het uitzicht vaak gebruikt: ‘Veldzicht’, ‘Dennezicht’ of ‘Ruimzicht’. Qua ouderdom gaat het hier met zekerheid om de wat jongere erven.