Om te benoemen waar we nu staan, is het van belang dieper in te gaan op de drie opdrachten die in IHP 2.0 opgenomen zijn:
de verkenning van TCO,
de verkenning van doordecentralisatie
het onderzoek hoe we de gemeentelijke schuldpositie kunnen verlichten met gebruikmaking van onderwijshuisvesting.
In de afgelopen periode hebben gemeente en schoolbesturen samen opdracht gegeven aan verschillende externe adviseurs die ons hebben geholpen bij deze verkenningen. We hebben de verkenning van de drie onderdelen gebundeld aangepakt omdat ze sterk met elkaar samenhangen.
Verkenning van TCO
Het is belangrijk te vermelden dat hier nog verschillende ontwikkelingen bij gekomen zijn. In 2016-2017 kwamen we uit een langere periode van slechte economische omstandigheden met navenante bouwprijzen. Er lag nog geen nationaal Klimaatakkoord; inmiddels is duidelijk(er) hoe dit akkoord er uitgewerkt uitziet en wat dit voor gemeenten, schoolbesturen en schoolgebouwen betekent. Voor de vaststelling van het IHP hebben we een eigen kwaliteitskader opgesteld, waarmee we in zekere zin op de uitwerking van het klimaatakkoord vooruitlopen.
In dit hoofdstuk duiden we deze ontwikkelingen en plaatsen we deze in perspectief van de gemeente, de schoolbesturen, de portefeuille en de projecten.
Bij Total Cost of Ownership bekijk je een maatregel niet alleen vanuit de initiële investering, maar neem je de totale levensduur in ogenschouw. In de periode voorafgaand aan de vaststelling van het IHP 2.0 hebben schoolbesturen en gemeente zich hierop georiënteerd. Soms voelden we ons hierin pionier of koploper, omdat het leek of maar weinig partijen hier ervaring mee hadden. Maar naarmate de ambitie van gemeente en schoolbesturen bekender en duidelijker werd, merkten we dat de beweging en de kennisontwikkeling op dit gebied snel gaat en breed gedragen wordt.
Met hulp van onder meer C-creators hebben we in 2018 verkend wat TCO voor onderwijsgebouwen kan betekenen. Hierbij hebben we gekeken naar alle facetten van een schoolgebouw: constructie, materialen, inrichting, omgeving, gebruik, enzovoorts.
Het gebouw Circl van ABN Amro aan de Zuidas bijvoorbeeld, is een gebouw dat ontwikkeld en gerealiseerd is vanuit een circulariteitsgedachte. Met de partijen die daaraan gewerkt hebben, hebben we gesproken over onze verkenningen.
Het project Kameleon hebben we bewust gebruikt als ‘living lab’: we hebben deze casus gebruikt om vele gesprekken met leveranciers, kennisinstellingen, deskundigen en dergelijke te voeren en met hen te bespreken wat wel en wat niet haalbaar is en op welke manier. Het heeft ons geholpen in het scheiden van kaf en koren – er zijn veel partijen die van alles roepen maar dit naar ons idee onvoldoende waar kunnen maken.
Verder zijn we medio 2018 ‘geholpen’ door de subsidieregeling die de rijksoverheid uitschreef, op zoek naar te renoveren schoolgebouwen waarbij de aansluiting op aardgas kan verdwijnen. We hebben besloten de Kameleon in Zwanenburg hiervoor voor te dragen en met succes: dit project is één van de elf pilots in Nederland waarbij het gebouw gerenoveerd wordt en de gasaansluiting verdwijnt. Door deze toekenning hebben we ondersteuning gekregen van landelijke kennispartijen, die ervoor gezorgd hebben dat we TCO nog verder hebben kunnen uitwerken.
Alle ‘lessen’ die we geleerd hebben met het project De Kameleon, zijn gebundeld in een apart digitaal boekje. Dit boekje heeft een dynamische inhoud omdat de ontwikkelingen snel gaan: bij een volgend project gaan we door waar we met de Kameleon gebleven waren en passen we de inhoud van het boekje aan.
Inmiddels weten we veel meer over hoe we TCO kunnen toepassen in onderwijsgebouwen. Ook hebben we gezien, dat de verdeling van de investering over schoolbesturen en gemeente er anders uit kan zien als TCO ingezet wordt. De keuze voor energie-neutrale gebouwen (ENG) versus bijna energie-neutrale gebouwen (BENG) gaat hierbij een belangrijke rol spelen. De mate waarin de schoolbesturen kunnen co-financieren, wordt steeds meer afhankelijk van de kosten die zij aan energie kwijt zijn. Energie-neutraal kan dus meer cofinanciering betekenen dan BENG. Daarbij is de verwachting dat de gehele voorraad naar ENG gebracht moet zijn als gevolg van de uitwerking van het klimaatakkoord voor maatschappelijk vastgoed en onderwijshuisvesting.
Hierover zijn de VNG, de PO-raad en de VO-raad in gesprek met de rijksoverheid. Het realiseren van een BENG-gebouw betekent dat binnen afzienbare tijd een tweede investering nodig is om ENG te realiseren. De nu beschikbare calculaties laten zien dat ENG 10% duurder is dan BENG. Wat het na verloop van tijd kost om een BENG-gebouw alsnog op ENG-niveau te krijgen, is onbekend.
In Haarlemmermeer hebben gemeente en schoolbesturen de ambitie om de portefeuille op niveau ENG te brengen. Dit betekent dat nieuwe gebouwen energieneutraal zijn en dat schoolbesturen op basis van een businesscase benadering meebetalen aan de investeringskosten.
Doordecentralisatie
Eind 2017 gaven wij aan de (on)mogelijkheden van doordecentralisatie nader te zullen gaan onderzoeken. In december 2018 hebben we de gemeenteraad geïnformeerd over de resultaten van een eerste verkenning naar de verschillende vormen van doordecentralisatie. De voorlopige voorkeursvariant voor gemeente en schoolbesturen is de vorm van doordecentralisatie via de portefeuillebenadering waarbij het economisch en juridisch eigendom en het beheer van alle gebouwen bij een op te richten collectieve vorm komen te liggen.1Een kleine toelichting daarbij: onder het economisch eigendom verstaan we het economisch claimrecht, dat inhoudt dat het vruchtgebruik (bijvoorbeeld waardeontwikkeling) van het gebouw ten goede komt van de gemeente en dat het gebouw na gebruik automatisch weer bij de gemeente terugkomt. Het juridisch eigendom gaat over de zeggenschap wat in het gebouw gebeurt tijdens de levensduur.
De schoolbesturen hebben hierbij kanttekeningen geplaatst: voor hen is de verkenning een uiteenzetting van mogelijkheden, het betekent niet dat zij instemmen met het overgaan tot doordecentraliseren.
In 2019 hebben we hier vervolg aan gegeven door een gespecialiseerd bureau in te schakelen dat met schoolbesturen en gemeente aan de slag is met de in het onderzoek van 2018 benoemde kritische succesfactoren voor doordecentralisatie via deze vorm. Denk bij kritische succesfactoren aan zaken zoals verantwoording waarborgen, besluitvorming vastleggen en financiële haalbaarheid. Inmiddels zijn we zover dat helder is welke routes begaan kunnen worden: we hebben de opties in beeld.
In 2020 volgt een separaat proces om aan het onderwerp doordecentralisatie de aandacht te geven die nodig is om tot inzicht, keuzes en beslissingen te komen.
Schoolbesturen en gemeente werken samen aan een nieuwe rapportage over de mogelijkheden van doordecentralisatie. Zodra deze beschikbaar is, naar verwachting begin 2020, zullen wij deze breed verspreiden. Dit betekent dat de schoolbesturen hun Raad van Toezicht informeren en dat de gemeente haar bestuur informeert.
Schuldpositie van de gemeente
We hebben in 2018 verkend hoe we de schuldpositie van de gemeente kunnen beïnvloeden met behulp van onderwijshuisvesting.
Indien de gemeente dat wil, kan zij ervoor kiezen vastgoed te vervreemden zonder daarbij de schoolbesturen te betrekken. In dat geval wordt een derde rechtspersoon opgericht, waarop allereerst door de gemeente het economisch eigendom wordt overgedragen, terwijl de onderwijsinstellingen hun juridische eigendomspositie vooralsnog handhaven. De gemeente verkoopt en huurt terug. In feite komt het neer op een ‘sale-and-lease-back’ operatie, maar dan vormgegeven met eenvoudiger overeenkomsten. Hiermee bereikt de gemeente dat de schulden verdwijnen van de balans. De voor- en nadelen van deze werkwijze staan in de rapportage die we eind 2018 naar de gemeenteraad hebben gestuurd.
Als gemeente hebben wij geconcludeerd dat deze optie ons weinig soelaas biedt en deze daarom terzijde geschoven.
Wij vinden het belangrijk om de discussie over de schuldpositie te bezien in de context van TCO en van doordecentralisatie. De gemeente en de schoolbesturen kunnen elkaars partners zijn en blijven als zij elkaars belangen en positie respecteren; dit geldt vooral ook waar het de schuldpositie in relatie tot TCO en doordecentralisatie betreft. In 2020 zullen wij, gecombineerd met de discussie over doordecentralisatie, het onderwerp schuldpositie verder in ogenschouw nemen.
Projecten
In 2017 en 2018 zijn we aan de slag gegaan met de uitvoering van de eerste investeringen in renovatie en nieuwbouw in de gemeente.
In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de geplande projecten met de stand van zaken en de geactualiseerde projectplanning. De gewijzigde projectplanningen hebben we samen met de schoolbesturen opgesteld. Voor het wijzigingen van de planningen zijn diverse oorzaken. We noemen er enkele:
her-prioritering van een aantal projecten en/of de financiering daarvan (o.a. extra budget voor de Rietveldschool)
ontwikkelingen op de woningmarkt (bijvoorbeeld latere oplevering van een woonwijk of herziening van eerdere keuzes)
ontwikkelingen in de (te verwachten) leerlingaantallen
ontwikkelingen in de inrichting van het onderwijs (zoals de vorming van Integrale Kindcentra (IKC’s))
De financiële gevolgen van deze planning zijn verwerkt in de P&C-producten van de gemeente (Voorjaarsrapportage 2019 en Najaarsrapportage 2019) en daarmee gedekt.
Artikel 3.
Waar staan we nu?
Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen 2017-2024