Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Wat is er sinds de vaststelling van het IHP 2.0 veranderd?

Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen 2017-2024

Naast specifieke, aan bepaalde projecten gelieerde wijzigingen zijn er ook wijzigingen van meer algemene aard. Leerlingenaantallen In bijlage 2 staan de huidige en te verwachten leerlingaantallen. Wij gaan daarbij uit van de zogenaamde 1 oktobertelling van 2018 en de daarop gebaseerde prognoses. Dit zijn de meest recent beschikbare prognoses. Voor het Primair onderwijs (PO) gaan we uit van 14.512 leerlingen. Dit aantal daalt licht de komende jaren en neemt daarna fors toe (tot circa 17.500); Voor het Speciaal Onderwijs (SO), Speciaal Basis Onderwijs (SBO), Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) en samengestelde scholen gaan we uit van 828 leerlingen. Deze getallen blijven min of meer constant; Voor het Voortgezet onderwijs (VO) gaan we uit van 8023 leerlingen. Dit aantal neemt de komende jaren nog iets toe en daalt daarna tot iets meer dan 7.000 in 2031. Na 2031 stijgen de aantallen VO-kinderen weer. Onze prognoses blijken redelijk accuraat: op wijkniveau wijken deze de laatste jaren circa 1% af van wat de feitelijke leerlingenaantallen blijken te zijn. De prognoses op schoolniveau wijken vaker af, doordat de belangstelling van ouders een grilliger patroon vertoont en dus minder makkelijk voorspelbaar is. Bij de projecten hebben we op deze veranderingen zo goed mogelijk geanticipeerd, bijvoorbeeld door in gebieden waar gebouwd wordt rekening te houden met toekomstige groei. Dit kan betekenen dat we in eerste instantie met leegstand te maken hebben; doel is uiteraard dit tot een minimum te beperken. Woningbouw De woningbouwplannen in de gemeente hebben grote invloed op de planning van de onderwijshuisvesting. Dit is vooral het geval voor het primair onderwijs (dit zijn wijkgebonden voorzieningen). Ook het soort woningbouwprogramma en de snelheid van realiseren hebben invloed: eengezinswoningen leiden tot meer leerlingen dan seniorenwoningen en een korte bouwperiode leidt tot een sterkere concentratie van het aantal leerlingen dan een langere bouwperiode. Sinds eind 2017 is de planning van de woningbouw in de gemeente veranderd. Een versnelling van de woningbouw in de gemeente heeft impact op de projecten uit het IHP. Niet alleen moeten investeringen dan eerder plaatsvinden, ook betekent een kortere realisatie van woningbouw doorgaans dat de leerlingenaantallen een lagere stabiele fase en een hogere piek kennen. Hierbij horen andere huisvestingsoplossingen. Hierop hebben wij geanticipeerd door de planning van de onderwijsgebouwen eveneens te veranderen. Het bijbehorende beeld is opgenomen in de bijlage. Marktprijzen Een andere belangrijke verandering ten opzichte van IHP 2.0 is de stijging van de bouwprijzen. Hielden we eind 2017 nog rekening met een prijspeil van 2100,- per m2 (voor een gemiddelde basisschool in het primair onderwijs), inmiddels is dit bedrag gestegen naar 2850,- per m2. De verwachting is dat dit de komende jaren nog verder stijgt, maar dat de stijging daarna afvlakt. Daarmee is de conjunctuur in de bouwmarkt een van de grootste risico’s voor de realisatie van de projecten in het IHP.2Hierbij is per eind derde kwartaal van 2019 nog geen rekening gehouden met het effect van de PAS-discussie op de bouwprijzen. Deze recente ontwikkeling hebben we niet mee kunnen nemen bij de opstelling van deze rapportage. BENG en ENG versus GPR Bij de vaststelling eind 2017 hebben we het ‘Kwaliteitsniveau Haarlemmermeer’ aangehouden als kwaliteitsmaatstaf voor de onderwijshuisvesting. In dit kwaliteitsniveau hebben schoolbesturen en gemeente verschillende kwaliteitskaders verwerkt, waaronder de gemeentelijke GPR. Sindsdien heeft de Rijksoverheid richtlijnen uitgevaardigd voor energieneutraliteit voor gebouwen, te weten BENG en ENG. De verwachting is dat ENG de standaard zal worden, gevoed door de eisen uit het Klimaatakkoord om de doelen te halen. Daarmee is de vraag wat we nu met BENG doen: het is bijna niet te vermijden dat een BENG-gebouw later alsnog moet worden aangepast om het ENG-niveau te halen. Dan kan het effectiever en goedkoper zijn om direct voor ENG te kiezen. De kosten nemen dan toe tot 2890,- per m². Het heeft ook impact op de TCO-benadering en de cofinanciering door schoolbesturen. Uit de casus van De Kameleon blijkt dat de cofinanciering door de schoolbesturen – gedekt uit het wegvallen van de energiekosten waarvoor zij wel de bekostiging van de rijksoverheid behouden – verder opgehoogd kan worden. Hieraan zijn voorwaarden verbonden die we nader uit moeten werken, om ervoor te zorgen dat we keuzes maken die voor gemeente én schoolbestuur verantwoord zijn. De komende twee jaar willen gemeente en schoolbesturen deze richting samen verder verkennen. Scholenfusies Op een aantal plaatsen in de gemeente zijn scholen voor primair onderwijs gefuseerd. Schoolbesturen en gemeenten handelen vanuit het adagium ‘kleine dorpen kleine scholen, grote dorpen grote scholen’. Dit betekent dat kleinere scholen in de grote dorpen van de gemeente met elkaar fuseren tot scholen van een robuuste(re) omvang. Hiermee bereiken de schoolbesturen dat de kwaliteit van het onderwijs op orde blijft: kleine scholen zijn kwetsbaarder dan grote scholen. De volgende scholen zijn met elkaar gefuseerd sinds medio 2017: Aldoende en Achtbaan tot De Zwaan (Zwanenburg); Meerbrug en Gaandeweg tot De Kameleon (Zwanenburg); Halverwege en St. Jozefschool tot Jong Geleerd (Halfweg); Flamingo en Schweitzerschool tot Caleidoscoop (Hoofddorp); Wijngaard en Vredeburg tot De Vredenburg (Hoofddorp); Avonturijn en De Mozaïek tot De Mozaïek (Nieuw-Vennep); Montessorischool Toolenburg is opgegaan in Eerste Montessorischool (Hoofddorp); Bikube en De Tovercirkel tot De Tovercirkel (Hoofddorp) In het speciaal onderwijs zijn Pion en Buitenrif samengegaan in De Ster (Hoofddorp). Meerjarenbeeld De financiële huishouding van de gemeente ziet er op lange termijn ongunstig uit. Dit betekent dat we op zoek zijn naar mogelijkheden om tot verbetering te komen. Hierbij is ook het IHP in beeld. Vanuit het IHP zien we opties om hieraan actief bij te dragen. Een mogelijke maatregel is om de levensduur van de gebouwonderdelen als uitgangspunt voor de afschrijvingsregimes te kiezen. We realiseren onderwijshuisvesting van betere kwaliteit die veel langer dan 40 jaar meegaat, dus waarom zouden we die dan in 40 jaar af moeten schrijven? Het zou mogelijk kunnen zijn om gebouwmodellen in te zetten waarmee we een andere differentiatie hierin aan kunnen brengen. Een langere afschrijvingstermijn leidt tot lagere kapitaallasten per jaar. Landelijke ontwikkelingen Landelijk speelt nog een aantal zaken. Waren we in 2017 nog één van de pioniers met ons IHP 2.0, inmiddels hebben we navolging gekregen doordat meer gemeenten een andere benadering zoeken voor de onderwijshuisvesting. Onder meer met gemeenten zoals Edam-Volendam, Lansingerland en Woerden hebben we regelmatig contact. Ook hebben VNG, PO-raad en VO-raad gezamenlijk bij het Ministerie van OCW het verzoek ingediend om de wetgeving omtrent onderwijshuisvesting aan te passen. De nadrukkelijke wens is om de ‘split incentive’ (investeringen door gemeente en exploitatie door schoolbesturen) te laten verdwijnen, alsmede de schoolbesturen – onder voorwaarden – de ruimte te geven in huisvesting te laten investeren. Onderdeel van deze nieuwe wetgeving is het verplicht stellen van een IHP als strategisch middel voor de onderwijshuisvesting. Het voornemen is een IHP voor vier jaar concreet vast te leggen en de twaalf jaar erna als ‘doorkijkje’ naar wat komen gaat. Tenslotte – hiervoor al even genoemd – werkt de Rijksoverheid aan het behalen van de Klimaatdoestellingen van Parijs. Hiervoor is een Klimaatakkoord ontwikkeld, dat in diverse deelparagrafen door partijen wordt uitgewerkt. Voor onderwijshuisvesting (en maatschappelijk vastgoed) werken PO-raad, VO-raad en VNG aan deze uitwerking. Dit leidt tot een forse investeringsopgave, waarvoor aan de Rijksoverheid om extra middelen en de hierboven genoemde wetswijziging gevraagd wordt. De gemeente Haarlemmermeer kijkt actief mee bij deze ontwikkelingen. Overige ontwikkelingen In Haarlemmermeer zien we in toenemende mate Integrale Kind Centra ontstaan. Dit zijn combinaties van onderwijs met verschillende vormen van kinderopvang (peuteropvang, kinderdagverblijven, naschoolse opvang etc.). Daarbij is de wens om integraliteit te bereiken, zodanig dat de grenzen steeds meer vervagen. Dit versterkt de ontwikkeling van het kind vanuit pedagogische principes. Om dit in gebouwde vorm mogelijk te maken, is beleid nodig. Dit beleid betreft niet zozeer de inhoud van de IKC-vorming, maar vooral de vastgoed-kant (huurbeleid). Hiervoor is een separate notitie plus raadsvoorstel bij de besluitvorming van dit IHP gevoegd. Als laatste ontwikkeling noemen we de overgang van het juridische eigendom van de multifunctionele accommodaties (MFA’s) in Hoofddorp en Nieuw-Vennep van de gemeente naar de schoolbesturen. De schoolbesturen hebben als voorwaarde voor deze overdracht gesteld dat de exploitatie van deze gebouwen financieel haalbaar voor hen moet zijn.

Rechtspraak bij dit artikel