Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.2

Doelstelling grondbeleid

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2020

In deze Nota Grondbeleid wordt een visie geschetst van het grondbeleid van de gemeente Bergen. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar staat ten dienste van de realisatie van de bestuurlijk gewenste ruimtelijke doelstellingen. De gemeente wil haar grondbeleidsinstrumentarium optimaal inzetten zodat haar ruimtelijke en economische doelstellingen kan behalen en de financiële risico’s beheersbaar kan houden. Met betrekking tot het grondbeleid staan twee concrete beleidsdoelen voor ogen: Het voeren van een actieve grondpolitiek waarbij door middel van het opstellen van bestemmingsplannen woningbouwmogelijkheden in alle kernen worden gecreëerd; Het voorbereiden en realiseren van woningbouw. Bij actief grondbeleid koopt de gemeente zelf als marktpartij gronden en panden aan, maakt bouw- en woonrijp en verkoopt de bouwrijpe gronden vervolgens ten behoeve van de ontwikkeling daarvan. Op deze manier verschaft de gemeente zichzelf maximale sturing in zowel productie als exploitatie van het ontwikkelgebied. Dit is de grootste zekerheid dat de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. De gemeente zal in toekomst vaker in samenwerking met derden de nieuwe woningbouwplannen moeten realiseren. Met deze derden worden dan financiële en organisatorische afspraken gemaakt. De grondexploitatiebepalingen als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening zullen als leidraad gelden voor deze afspraken. Alhoewel de voorkeur uitgaat naar een actief grondbeleid zal per project een afweging worden gemaakt. Actief/faciliterend grondbeleid Bij een actieve grondpolitiek probeert een gemeente zelf gronden te verwerven. Vervolgens zal de gemeente deze gronden bouwrijp maken en de bouwterreinen uitgeven door verkoop. De gemeente produceert een bouwterrein. Hiermee kan men zelf voor een verdeling van de grond zorgen. Het onder eigen verantwoordelijkheid realiseren van ruimtelijke plannen biedt enerzijds de zekerheid dat plannen conform de vastgestelde plannen worden uitgevoerd, maar geeft anderzijds ook exploitatierisico’s. De risico’s van de bouwexploitatie zullen moeten worden afgewogen na het opstellen van een exploitatieopzet. Hierna zal het college een besluit nemen. Faciliterend grondbeleid houdt in dat de gemeente het voor particulieren mogelijk maakt grond te exploiteren. De gemeente koopt dan niet zelf grond aan, maar zorgt ervoor dat ontwikkelende partijen/derden op hun eigen grond door de gemeente ruimtelijke doelstellingen realiseren. Hiertoe zal de gemeente met name haar publiekrechterlijk instrumentarium aanwenden. De gemeente kan haar invloed uitoefenen op de inrichting via bestemmingsplan/omgevingsplan, de anterieure overeenkomst en/of posterieure overeenkomst met exploitatieplan. De gemeente is dan gehouden aan het verplicht kostenverhaal, zoals in de wet ruimtelijke ordening (Wro). Gesteld kan worden dat een faciliterende of passieve grondpolitiek afwachtend, risicomijdend en kostenverhalend is. Het nadeel hiervan is dat de gemeente voor uitvoering van het bouwbeleid geheel afhankelijk is van particuliere partijen en een eventuele winst gaat naar de initiatiefnemer. In het geval van een actieve grondpolitiek is het verhaal van de kosten vrij gemakkelijk. De gemaakte kosten kunnen immers via de uitgifteprijs van grond worden verhaald. Alle kosten worden samengebracht en aan het totale gebied toegerekend. Iedere 'bouwer' draagt dan per m² bouwgrond in de totale ontwikkelingskosten van het gebied bij. Bij een faciliterende grondpolitiek, ligt het kostenverhaal gecompliceerder, de grondexploitatiebepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening vormen de basis voor een anterieure overeenkomst. Uit zowel bedrijfseconomisch oogpunt als uit het oogpunt van een effectieve ruimtelijke ordening zal de tot op heden gevoerde actieve grondpolitiek niet worden gewijzigd. Daarbij is het van belang om op een praktische wijze de grondverwerving vorm te geven, zodat de realisatie van ruimtelijke plannen ook daadwerkelijk zoals beoogd kan worden uitgevoerd. In deze nota wordt een beleidskader gegeven om te voorzien in een actieve grondpolitiek. Ook wordt een instrumentarium geboden waarbij voorwaarden worden gesteld aan particuliere grondexploitatie. Dit betekent dat de gemeente zowel toekomt aan een aanpak met elementen van actieve als elementen van faciliterende grondpolitiek. Uit beleidsmatig oogpunt wordt een duidelijke voorkeur gegeven aan het zelf verwerven, ontwikkelen en uitgeven van gronden. Natuurlijk dient bij het grondbeleid te worden beschikt over een zodanig grondbeleidsinstrumentarium, dat in beide situaties doeltreffend kan worden gewerkt. Uitgangspunt is dat tijdig en slagvaardig kan worden ingespeeld op marktontwikkelingen, concurrentieverhoudingen, publiek-private samenwerking en toepassing van kostenverhaal. De belangrijkste verschillen tussen actief en passief/faciliterend grondbeleid: Actief grondbeleid Faciliterend/Passief grondbeleid Initiatief gemeente. Initiatief bij derden. De gemeente verwerft de gronden. De gronden zijn eigendom van particulieren of projectontwikkelaars. De gemeente legt de openbare voorzieningen aan. Openbare voorzieningen worden door derden aangelegd overeenkomstig de eisen die de gemeente daaraan stelt. De gemeente ontwikkelt zelf. De gemeente sluit een grondexploitatieoverkomst met als leidraad de grondexploitatiebepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening of posterieure overeenkomst met exploitatieplan. Dit laatste wanneer niet vrijwillig wordt meegewerkt aan het sluiten van een overeenkomst. De gemeente kan via gronduitgifte optimaal sturen op realiseren van ruimtelijke doelstellingen. De projectontwikkelaar/particulier verkoopt woningen of kavels. De gemeente kan op grond van het Besluit ruimtelijke ordening de voorwaarde stellen dat in een bepaald woningsegment dien te worden gebouwd, bijvoorbeeld sociale huur. Winst/Verlies voor gemeente. Winst/Verlies voor derden Zeggenschap over prijs en distributie Prijs en distributie wordt bepaald door derden Risico voor de gemeente Risico voor initiatiefnemer

Rechtspraak bij dit artikel