In voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de mogelijkheden tot verwerving van gronden en de kosten die gemaakt moeten worden om deze gronden voor hun bestemming geschikt te maken.
Al deze werkzaamheden hebben natuurlijk hun financiële consequenties, die in een exploitatieopzet van een plan of locatie zichtbaar worden. Door het tijdig opzetten van een exploitatie worden kosten en ogelijke opbrengsten in relatie met elkaar gebracht, waardoor inzicht ontstaat in de mogelijke financiële risico’s.
Binnen de gemeentelijke financiële verantwoording zijn we gehouden aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Het begrip ‘actieve grondexploitatie’ ofwel bouwgrondexploitatie wordt omschreven als: ‘de activiteit waarbij ruwe onbebouwde gronden met behulp van arbeid, materialen en kapitaalgoederen omgevormd worden tot aan derden te verkopen of in erfpacht uit te geven bouwterreinen. De daarbij behorende straten, pleinen, plantsoenen en riolering worden om niet in beheer en onderhoud genomen.’
Er is dus sprake van actieve grondexploitatie als de gemeente gronden ontwikkelt (exploiteert) voor eigen risico.
Zoals reeds eerder aangegeven worden er verschillende stadia doorlopen alvorens tot exploitatie van een locatie wordt gekomen. In de eerste fasen worden ideeën ontwikkeld op het gebied van ruimtelijke ordening en grondzaken om bepaalde gebieden in de gemeente te ontwikkelen voor woningen, bedrijven, recreatie, voorzieningen, etc. In de door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie staat de gewenste ontwikkeling voor de diverse functies in hoofdlijnen beschreven. Op basis hiervan worden de mogelijkheden van concrete locaties verder bekeken.
Indien de beoogde locatie inderdaad voldoet aan de door de beoogde bestemming gestelde eisen wordt het verwervingsplan opgesteld. Dit betekent dat de ideeën verder worden uitgewerkt en een planning gemaakt van de activiteiten die nodig zijn om te komen tot de feitelijke exploitatie. Hierbij kan worden gedacht aan:
herziening van het geldende bestemmingsplan;
bepaling van de eventueel aan te kopen gronden (sleutelpercelen);
eerste globale berekeningen omtrent kosten grondaankoop, bouw- en woonrijp maken;
bij woningbouw de relatie met het woningbouwprogramma;
de noodzakelijke fasering van het plan.
Vaak is het in deze fase al nodig en/of gewenst om strategische grondposities in te nemen, voordat een bestemmingsplan wordt gewijzigd en een exploitatieopzet door de gemeenteraad is vastgesteld.
Burgemeester en wethouders voeren dit strategisch beleid uit en waar het gaat om grootschalige aankopen informeren zij hierover de commissie Ruimte en Economie en/of de raad. In dat geval komt de rentelast van deze grondaankopen ten laste van de gemeentebegroting totdat het college het besluit heeft genomen opdracht te geven voor het opstellen van een bestemmingsplan.
Tegelijkertijd met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt in principe ook de exploitatieopzet van dit plan ter vaststelling voorgelegd. Kosten die gemaakt worden drukken op de exploitatie van dit plan. Dit betreft de gronden die mogelijk nog aangekocht moeten worden en het bouw- en woonrijp maken.
Elke fase van dit proces kent natuurlijk een eigen risicoprofiel. Hoe verder het proces is gevorderd, hoe beter de kosten en opbrengsten en daarmee dus het risico is in te schatten.
De exploitatieplannen van het grondbedrijf worden twee keer per jaar geactualiseerd, namelijk met de jaarrekening en de begroting, een rapportage en de financiële uitkomsten staan vermeld in de paragraaf grondbeleid.
De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat particulieren en ontwikkelaars aan de gemeente vragen medewerking te verlenen aan een woningbouwontwikkeling op een bepaalde locatie. De gemeente wordt dan gevraagd om de ontwikkeling te faciliteren door het bestemmingsplan te herzien en, indien dit aan de orde is, medewerking te verlenen aan de herinrichting en uitbreiding van het openbaar gebied (overdracht van door de ontwikkelaar bouwrijp en woonrijp gemaakte gronden die in de nieuwe situatie een openbare functie krijgen). Er zijn inmiddels een aantal projecten waarbij dit aan de orde is en waaraan de medewerking is toegezegd. Van een actieve grondpolitiek is dan geen sprake meer. De verwachting is dat passieve grondpolitiek de komende jaren steeds meer zijn intrede gaat doen in onze gemeente. Dit betekent dat we per saldo minder opbrengsten krijgen uit het grondbedrijf.