De referentienormen moeten gezien worden als een eerste richtlijn bij de wijkanalyses van het IAP om te bepalen of een wijk of kern voldoende m2 aan maatschappelijke voorzieningen heeft. Verdere inkleuring per wijk of kern is altijd noodzakelijk. De al aanwezige voorzieningen (of het tekort hieraan), zowel binnen de wijkgrenzen als aangrenzend, worden meegenomen in het bepalen van de concrete opgave bij de wijkanalyses. Wat betreft de status van deze referentienormen is het uitdrukkelijk niet zo dat als een wijk of kern een tekort heeft (in m2) van een bepaalde voorziening conform de norm, automatisch volgt dat de opgave is om bij te bouwen. Andersom betekent een overschot (aan m2) van een bepaalde voorziening niet dat er automatisch voorzieningen moeten worden gesloten. Afwijkingen van meer dan 20% op de referentienormen lichten wij verder toe in het actieplan als resultaat van de IAP wijkanalyse.
Ook andere factoren, zoals de mogelijkheid om meerdere voorzieningen in één gebouw te organiseren of leegstaande ruimte in de omgeving beter te benutten, spelen een belangrijke rol. Op deze wijze wordt het vastgoed optimaal benut, hetgeen ten goede kan komen aan de exploitatie en de subsidieafhankelijkheid kan verminderen. De referentienormen worden daarom niet gezien als een hard gegeven, maar als een startpunt voor het bepalen van de juiste omvang en het in beeld brengen van verbeteringen.
Bij het opstellen van de referentienormen hebben we voor een aantal voorzieningen gekeken in hoeverre de huidige aanwezigheid zich verhoudt tot de nu opgestelde normen. Hieruit is gebleken dat we bij de meeste categorieën in onze vastgoedportefeuille, waarvoor de gemeente een huisvestings- of subsidierol heeft, minimaal aan de referentienorm voldoen.
Bij de wijkanalyses van het IAP richten wij ons voornamelijk op de maatschappelijke voorzieningen waar wij als gemeente een actieve huisvestings- of subsidierol hebben (zoals bij ontmoeting-, cultuur of sport, etc.). In de wijkanalyses kijken we zijdelings naar de maatschappelijke voorzieningen waarbij we deze actieve rol niet hebben.
De referentienormen kunnen ook als één van de uitgangspunten bij de ruimtereserveringen voor maatschappelijke voorzieningen in een gebiedsontwikkeling worden gebruikt. Voor voorzieningen waar wij geen actieve rol hebben kan de referentienorm ook gebruikt worden om de benodigde ruimte te (laten) reserveren.
In 2021 leggen wij verder een visie en uitvoeringsprogramma sociale infrastructuur ter bespreking aan de raad voor. Hierin wordt de ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorzieningen geformuleerd op basis van deze referentienormen en overige uitgangspunten. Ook wordt omschreven welke maatschappelijke voorzieningen waar en wanneer benodigd zijn, met een beschrijving van de planning, kostenopgave en organisatie rondom de schaalsprong. In de nota Verkennend onderzoek voor een uitvoeringsstrategie schaalsprong wonen (2020.0001424) is al een eerste inzicht gegeven in de benodigde investeringen ten behoeve van de schaalsprong op het gebied van fysieke infrastructuur, groen en recreatie en maatschappelijke voorzieningen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Toepassing referentienormen
Onderdeel van Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan